Brecht Vandenbroucke: De andere artiesten in de expo zijn Mon Colonel & Spit, Brecht Evens, HuskMitNavn, Jean Jullien en Joan Cornellà. Ik zal niet zeggen dat ik mee heb gecureerd, maar ik heb wel wat namen genoemd en zo is het organisch gegroeid tot iets wat, euh, hopelijk heel goed zal zijn. (lacht)
...

Brecht Vandenbroucke: De andere artiesten in de expo zijn Mon Colonel & Spit, Brecht Evens, HuskMitNavn, Jean Jullien en Joan Cornellà. Ik zal niet zeggen dat ik mee heb gecureerd, maar ik heb wel wat namen genoemd en zo is het organisch gegroeid tot iets wat, euh, hopelijk heel goed zal zijn. (lacht)Jouw werk is kleurrijk, satirisch en geëngageerd, en vaak ook een prikbord vol populaire cultuur. Je verwerkt er bijvoorbeeld Bugs Bunny, Barbie of Lego in. Vandenbroucke: Ik kan zowel van een Disneyfilm als van een tentoonstelling genieten. Dat zorgt voor een clash in mijn werk, een soort yin en yang. Ik probeer het kind in mezelf in leven te houden, want daardoor stel ik me altijd vragen. Voor mij is er geen onderscheid tussen hoge of lage cultuur. Er is altijd wel íéts mee te pikken. Zo heb ik in Parijs de tentoonstelling van Daniel Clowes bezocht. Het grote publiek kent hem misschien van de verfilming van zijn strip Ghost World. Ook zijn graphic novel Wilson is nu verfilmd, met Laura Dern en Woody Harrelson in de hoofdrollen. Hij tekent met een klare lijn, maar ieder boek is ook een reflectie op het medium strip, waarin hij allerlei narratieve technieken onderzoekt. Hij is bovendien een goeie schrijver, met een eigen kijk op de wereld: cynisch, droog. Van undergroundtekenaar met zijn eigen comic Eightball is hij uitgegroeid tot een van de grote namen van de graphic novel. Verder heb ik in het Centre Pompidou een grote expo van Cy Twombly gezien, en in Brussel Boris Tellegen (foto). Je zoekt daarbij niet noodzakelijk naar de humor die je ook in je eigen werk steekt? Vandenbroucke: Humor zit hoe dan ook in veel verschillende dingen. Maar zoeken? Neen, eigenlijk niet. Neem de podcast S-Town. In feite: Shit Town. Van de producenten van This American Life en Serial. Ik luister daar graag naar als ik werk: dan zit ik niet zo alleen. (lacht) Het gaat over een moordzaak waar een reporter op afgaat, maar dan volgt er een grote wending. Er zijn zeven afleveringen. Een heel absurd, mooi, meeslepend en verrassend verhaal. Het is journalistiek werk, maar er zit ook schoonheid in, het gaat bijna over het leven zelf. Welk heuglijks heb je in je eigen stad Antwerpen mogen meemaken? Vandenbroucke: Wel, in de Koningin Elisabethzaal ben ik naar Kraftwerk gaan kijken, die die avond hun plaat Techno Pop speelden, met nog een best of erna. Iedereen met een 3D-bril op de neus: vreemd om achterom de zaal in te kijken. Een echte kijkervaring. Vooraan stonden de heren in hun spandexpakjes, en voor de encore ging het gordijn eerst dicht, waardoor ze vier bewegende robots in hun plaats konden installeren. Ik wilde hen ooit wel eens zien. Dat ze naar Antwerpen kwamen, was mij eigenlijk ontgaan. Ze speelden dan ook maar acht keer. Vandenbroucke: (lacht) Tja, ik heb geen tv en luister zelden naar de radio. Gelukkig heeft een vriend me last minute nog een ticket aangeboden. Kurt Blondeel