Charlotte Jacobs: Ik heb jazz gestudeerd, aan het Gentse conservatorium, en dan is New York natuurlijk een influential city. Los van jazz is hier ook een grote kunstscene. Ik dacht altijd: wauw, New York, daar gebeurt iets en dat wil ik zien. Ik had niet de verwachting om het hier in de muziek te maken maar wilde mij wel onderdompelen in deze plek, zien wat dat met mij en mijn muziek zou doen. Wat ik vooral heb geleerd? Wat je ook maakt, er is plaats voor. Niet twijfelen, gewoon doen.
...

Charlotte Jacobs: Ik heb jazz gestudeerd, aan het Gentse conservatorium, en dan is New York natuurlijk een influential city. Los van jazz is hier ook een grote kunstscene. Ik dacht altijd: wauw, New York, daar gebeurt iets en dat wil ik zien. Ik had niet de verwachting om het hier in de muziek te maken maar wilde mij wel onderdompelen in deze plek, zien wat dat met mij en mijn muziek zou doen. Wat ik vooral heb geleerd? Wat je ook maakt, er is plaats voor. Niet twijfelen, gewoon doen. Je stijl doet mij voornamelijk aan Björk denken.Jacobs: Dat kan ik me voorstellen. (lacht) Björk is de moeder van de muziek waar ik zo'n beetje in vertoef. Ik ben altijd al fan geweest, maar pas twee jaar geleden heb ik haar voor het eerst live gezien, in Manhattan. Ze stond er een maand lang met haar grootse show Cornucopia. Daar zat alles in: visuele verbluffing, zelfgebouwde instrumenten, een koor uit IJsland... Dat was in The Shed, een redelijk nieuwe zaal aan de Hudson Yards waar veel geld achter zit maar die wel kunstenaars van heel diverse takken aan bod laat komen. Zoals onlangs Howardena Pindell, een zwarte abstract-expressionistische kunstenares. Ze had er een werk over slavernij gemaakt. Op een metronoomtik zag je allerlei beelden uit de Amerikaanse geschiedenis, hard en feitelijk: zwarte lijken met witte omstanders. Daarbij hoorde je haar de namen voorlezen van alle zwarte mensen die door politiegeweld zijn gestorven. Heel minimalistisch en onverbloemd, het heeft me diep geraakt. Je laat je voor je muziek graag inspireren door dans en poëzie. Jacobs: Voor mij ís poëzie muziek: het zijn woorden en klanken, er zit een ritme in. Een dichtbundel die ik vaak vastpak, is Illuminations van Arthur Rimbaud. Als ik lyrisch vastzit, probeer ik een melodie te zoeken bij een gedicht of stuk proza. Ik gebruik die tekst dan niet, maar vervang die door eigen woorden. O ja, ik heb ook Anne Clark herontdekt. Our Darkness: wát een nummer! (lacht) En Sleeper in Metropolis! Later is ze van die industriële eightiesbeats afgestapt en gaan samenwerken met muzikanten die akoestisch spelen, helemaal anders qua sfeer. Ik bewonder hoe ze schrijft. Ik weet dat ze ook door Rilke is geïnspireerd. En dans... De avond voor de eerste lockdown vorig jaar ben ik nog naar Through the Mirror of Their Eyes van choreografe Kimberly Bartosik gaan kijken. Ze probeerde een wereld te creëren zoals jongeren die nu zien. Je zag drie dansers en drie kinderen veel lopen en springen, het was fysiek echt uitputtend. Mijn interpretatie is dat ze wilde weergeven dat iedereen in paniek is omdat de tijd op is, door global warming bijvoorbeeld. Ze nam ook de vierde muur weg door mensen uit het publiek op het podium te laten rennen, en ik was daarbij. Het was dus een stuk waarvan ik kan zeggen dat ik er kapot van was. (lacht)