De tussenstand

PIET MARIS: Ik ben blij dat mensen gaandeweg een Brussels geluid zijn gaan herkennen in onze muzikale mix. Dat komt waarschijnlijk door mijn accordeon en de blazers. Maar we hebben nooit de folklore opgezocht. De grootste verrassing in die twintig jaar was dat er blijkbaar in het buitenland een vraag bestond naar wat we doen. Anderzijds is de droom van meer nationale bekendheid niet uitgekomen. We zitten in een niche, maar ook dat heeft zijn waarde, heb ik inmiddels geleerd: we zijn nooit in korte tijd overbevraagd en opgebrand, en daarom bestaan ...

PIET MARIS: Ik ben blij dat mensen gaandeweg een Brussels geluid zijn gaan herkennen in onze muzikale mix. Dat komt waarschijnlijk door mijn accordeon en de blazers. Maar we hebben nooit de folklore opgezocht. De grootste verrassing in die twintig jaar was dat er blijkbaar in het buitenland een vraag bestond naar wat we doen. Anderzijds is de droom van meer nationale bekendheid niet uitgekomen. We zitten in een niche, maar ook dat heeft zijn waarde, heb ik inmiddels geleerd: we zijn nooit in korte tijd overbevraagd en opgebrand, en daarom bestaan we nu nog. MARIS: Zeker. De oude brouwerij Wiels, nu een hedendaags kunstcentrum, heeft altijd vrij kleine maar doeltreffende tentoonstellingen. Ik heb er zelden iets gezien wat ik niet goed vond. Eén werk sprong er dit jaar uit: Vincent Meessens One.Two.Three, een video-installatie die teruggreep naar de situationistische beweging uit de jaren zestig, met een sterke Congo-link. Jonge muzikanten van nu hadden een protestlied van toen uitgevoerd in een gebouw in Kinshasa, en dat werd gefilmd en in surround gemixt. Dat samenspel van beeld, klank en inhoud - wat vangen die jongelui aan met iets van ver voor hun tijd? - was heel sterk. Ik ben een zware Wiels-fan. Heel toffe bar ook, en een betaalbare en lekkere keuken. MARIS: Ik heb een paar keer Bernard Orchestar gezien, onder meer op Brussel Bad, een jaarlijkse reeks evenementen en activiteiten langs het kanaal. Heel tof. Een balkanfanfare zoals je er wel meer hebt, met dit verschil dat de meeste groepsleden uit de diepe Ardennen komen. (lacht) Maar bovenal hangen ze niet zomaar de zigeuner uit, met hun grappige, gechoreografeerde stage-act. Waar ik nu ook nog aan denk, is de Zinneke Parade hier in Brussel, afgelopen mei. Die was belangrijk omdat je het gevoel kreeg: ah, de stad is eindelijk weer van ons. Vorig jaar in november, na de aanslagen in Parijs, was de reactie al zwaar overdreven met de lockdown. Het was niet verantwoord om het culturele leven lam te leggen, en mensen te immobiliseren door het gebrek aan openbaar vervoer. Het beleid heeft ons toen zwaar liggen gehad, er zijn veel kinderen met het badwater weggegooid. Maar met de Zinneke Parade konden we weer ademhalen. MARIS: Ja, de designtriënnale in Milaan. Ik had eerst het idee dat design wat te strak is en zo, maar in feite kon je het evengoed als een tentoonstelling hedendaagse kunst bekijken. Eén expo, van de curatoren zelf, was heel straf. Ze hadden honderd gebruiksobjecten uitgestald, van 5000 voor Christus tot vandaag. Zonder met het vingertje te zwaaien deed ze je toch nadenken over de manier waarop de zogenaamde beschaving is geëvolueerd van pakweg de eerste machete, die diende om te jagen of je te verdedigen, tot de atoombom op Hiroshima. KURT BLONDEEL