REALITY IS DOOD, LEVE REALITY

'De tijd van de reality tv lijkt stilaan voorbij', vertelde VMMA-baas Christian Van Thillo enkele maanden geleden in de krant. En op het eerste gezicht lijkt hij ook gelijk te hebben: de 'moeder van alle reality', Big Brother, is in Vlaanderen zo goed als dood en enkele van de meest in het oog springende flops van de afgelopen tijd - Outback Luke bijvoorbeeld, of UnderCover Lover - behoren tot het vaak verguisde genre. Maar aan de andere kant is het aantal realityprogramma's in 2007 alleen maar toegenomen, terwijl reeksen als Boer Zoekt Vrouw, The Block of Beauty & The Nerd nog nooit zoveel kijkers getrokken hebben als dit seizoen. Blijkbaar heeft het grotere aanbod gezorgd dat mensen eerder naar de gevestigde waarden - de zogenaamde 'sterke merken' - zijn gegaan, in plaats van de nieuwkomers een kans te geven. Niet altijd terecht, trouwens: dat een fris en sensatievrij programma als ...

'De tijd van de reality tv lijkt stilaan voorbij', vertelde VMMA-baas Christian Van Thillo enkele maanden geleden in de krant. En op het eerste gezicht lijkt hij ook gelijk te hebben: de 'moeder van alle reality', Big Brother, is in Vlaanderen zo goed als dood en enkele van de meest in het oog springende flops van de afgelopen tijd - Outback Luke bijvoorbeeld, of UnderCover Lover - behoren tot het vaak verguisde genre. Maar aan de andere kant is het aantal realityprogramma's in 2007 alleen maar toegenomen, terwijl reeksen als Boer Zoekt Vrouw, The Block of Beauty & The Nerd nog nooit zoveel kijkers getrokken hebben als dit seizoen. Blijkbaar heeft het grotere aanbod gezorgd dat mensen eerder naar de gevestigde waarden - de zogenaamde 'sterke merken' - zijn gegaan, in plaats van de nieuwkomers een kans te geven. Niet altijd terecht, trouwens: dat een fris en sensatievrij programma als Topmodel maar de helft van de kijkers haalt van The Block, dat in zijn vierde seizoen zo goedkoop was als een caravan in Roemenië, was bijvoorbeeld een spijtige zaak. Van de Beste Vrienden van Bruno Wyndaele over Sterren op Iedere Ondergrond die We Kunnen Bedenken tot de docusoap rond de familie Ambach (de familie Ambach!): in 2007 zijn tv-programma's waarin bekende Vlamingen géén hoofdrol spelen ongeveer even zeldzaam geworden als Vlaams-nationalisten op een FDF-vergadering in Linkebeek. Vanuit het standpunt van de zenders is het natuurlijk niet meer dan logisch, want de kijkcijfers bewijzen nu eenmaal dat je met behulp van een tros BV's de aantrekkingskracht van een programma serieus kunt opvijzelen. Maar omdat er een hoop vacante plekken gevuld moeten worden, wordt de term 'bekende Vlaming' wel steeds ruimer geïnterpreteerd, zoals bij Davy Brocatus die van jurylid in Sterren op de Dansvloer gepromoveerd wordt tot schaatser in Sterren op het IJs en lijdend voorwerp in Celebrity Shock, of bij Dean Delannoit, die een paar maanden na zijn overwinning in Idool ook de schaatsen mocht aanbinden. Op de Nederlandse televisie begint er binnenkort trouwens een show waarin de kinderen van enkele bekende Nederlanders hun schaatskunsten mogen tonen: de toekomst van de telgen van de Pfaffs en de Planckaerts lijkt dus verzekerd. Dat de zenders de bekende Vlamingen met hordes tegelijk laten aanrukken, staat symbool voor de creatieve bloedarmoede op de vaderlandse televisie anno 2007. Je hoeft niet eens te verwijzen naar de stroom buitenlandse formats om die stelling te staven; ook de beste programma's van het jaar blinken niet bepaald uit in originaliteit. Belga Sport of Gas Station zijn uitstekend gemaakte documentaires, maar uiteindelijk ook niet meer dan dat. Debby & Nancy's Happy Hour is dan weer een kruising tussen twee typetjes die vijf jaar geleden bedacht zijn en Paul De Leeuw. En van Woestijnvis, toch de belangrijkste bron van creativiteit van het afgelopen decennium, kregen we gewoon enkele nieuwe seizoenen van De Slimste Mens, De Pappenheimers, De Laatste Show of Man Bijt Hond. Het kost veel minder om gewoon een buitenlands idee te vertalen naar Vlaanderen of een nieuwe reeks te maken van een bestaand programma, en er wordt op iedere cent gekeken bij de zenders. Bovendien is de kans op succes veel groter. De tv-zenders worden zelden afgestraft als ze gewoon meer van hetzelfde brengen, integendeel: vaak zijn het de programma's die wél nog uit de band springen die op de minste aandacht kunnen rekenen. Als we nog even over de grenzen kijken, dan kunnen we natuurlijk niet om hét afscheid van het jaar heen: het einde van The Sopranos, ontegensprekelijk een van de beste en belangrijkste tv-series van het laatste decennium, zo niet aller tijden. Dat The Sopranos tot het verleden behoort, is niet alleen slecht nieuws voor de fans, maar ook voor HBO, de Amerikaanse betaalzender waar de serie liep. Tony Soprano en de zijnen waren immers hét paradepaardje van de omroep, en er staat niet meteen vervanging voor hen klaar in de coulissen. Deadwood is ook gestopt, Curb Your Enthusiasm en The Wire lopen op hun laatste benen, en Joe from Cincinnati, de met veel bombarie gelanceerde nieuwe serie van David Milch (de man achter Deadwood) werd na een paar weinig succesvolle afleveringen alweer afgevoerd. Voorlopig heeft HBO nog twee nieuwe ijzers in het vuur liggen: Flight of the Conchords, een comedy rond twee gesjeesde Nieuw-Zeelandse muzikanten, en Tell Me You Love Me, een dramareeks rond een seksuologe en enkele van haar patiënten die vooral opvalt vanwege de zelfs naar HBO-normen heel expliciete seksscènes. Maar geen van die twee maakt ook maar enige kans om evenveel weerklank te krijgen als The Sopranos. Vlak voor het filmfestival van Cannes werd Chris Albrecht, de baas van HBO die het licht op groen heeft gezet van alle belangrijke reeksen op de zender, bovendien ontslagen. Niet omdat zijn beleid tegenviel, maar omdat hij zijn vriendin voor het oog van de camera's in elkaar had geslagen in een nachtclub van Las Vegas. Te veel tijd doorbrengen in het gezelschap van Tony Soprano, het doet blijkbaar toch iets met een mens. Door Stefaan Werbrouck