'Voorspel nooit iets, zeker niet de toekomst', bulderde Samuel Goldwyn ooit. Het heeft weinig effect gehad. Over de toekomst - en dus ook over 2012 - doen de gekste verhalen de ronde. Hoewel er in principe slechts drie mogelijkheden zijn: alles wordt beter, alles kan altijd beter of alles wordt alleen slechter.
...

'Voorspel nooit iets, zeker niet de toekomst', bulderde Samuel Goldwyn ooit. Het heeft weinig effect gehad. Over de toekomst - en dus ook over 2012 - doen de gekste verhalen de ronde. Hoewel er in principe slechts drie mogelijkheden zijn: alles wordt beter, alles kan altijd beter of alles wordt alleen slechter. Wereldvrede, en voor al degenen die snode plannen smeden om die te saboteren, is er ' most special agent' Joe 90. Dat was in 1968 de harde kern van de marionettenreeks Joe 90. Joe was een jongen van negen, de geadopteerde zoon van een geniale professor en tevens diens favoriete proefkonijn. In de kelder van zijn hyper-Engelse cottage in de landelijke heuvels van Dorset had de geniale professor een gesofisticeerd lab gebouwd met als meest cruciale uitvinding: de BIG RAT. Het was een supercomputer die alle kennis van de wereld verzamelt en die via elektroden ingeplant in de benen van een sullige bril naar de hersenen van Joe doorstuurt. Het is het jaar 2012 - de koude oorlog is voorbij, het gevaar komt niet meer alleen uit het oosten, maar Joe 90 is de vijand met zijn uitgebouwde brein altijd weer te snel af. Naast de BIG RAT in de kelder, hebben Joe en zijn vader in de garage ook de Jet Air Car staan. Een voertuig dat kan rijden, vliegen én varen - al leek het nog het meest op een getuned winkelkarretje. Vooruitstrevend design, daar draaide het bij Joe niet om, wel om de eerder vermelde wereldvrede. Meest opvallend aan Joe 90 was dat de wereld zoals hij in 2012 zou zijn bijzonder veel gelijkenissen vertoonde met de wereld zoals hij in 1968 was, en zelfs hoe hij eind 19e eeuw was geweest. Het huis van Joe en zijn vader was een toonbeeld van klassieke Engelse stijl, met bloemetjesbehang, diepzittende fluwelen zetels en overdadig gedecoreerde tapijten. 'Het is hoe we het graag hebben', mijmerde de vader van Joe regelmatig. 'Een mengeling van oud en nieuw.' En dus bleef hij zweren bij het allereerste model van de telefoon. Joe daarentegen communiceerde wel met het prototype van een draadloos model. Een beetje oud en een beetje nieuw: het was een geruststellende boodschap. Eind jaren 60 was het geloof in de betere - misschien wel allerbeste - toekomst bijzonder groot. Net zoals dat eind 19e eeuw het geval was geweest. Arthur C. Clarke, auteur van 2001: A Space Odyssey, was er behoorlijk zeker van dat in 2012 de eerste commerciële ruimtevluchten een feit zouden zijn. Hij was een man die de toekomst altijd ernstig nam en bundelde zijn - wetenschappelijk gefundeerde - voorspellingen begin jaren 60 in Profiles of the Future. 2012 werd het jaar van de eerste commerciële ruimtevluchten. In 2017 zou niet alleen het eerste ruimtehotel feestelijk de deuren openen, maar zou Clarke er ook zijn honderdste verjaardag mogen vieren. Dat laatste was een overschatting van zijn kant. 'De toekomst is niet meer wat ze was', heeft Clarke vaker gezucht. Of het werkelijk beter zou worden, daar was de Britse schrijver E.M. Forster al in 1909 niet meer zo zeker van. In het kortverhaal The Machine Stops beschreef hij het leven anno 2012 als overleven in een isolatiecel. Omdat de aarde nog nauwelijks bewoonbaar is, hebben de mensen zich teruggetrokken in eenpersoonsbunkers onder de grond. De enige verbinding die ze met elkaar hebben, gebeurt via de 'sprekende machine'. Het is een machine met een scherm en toetsen. Liefde kunnen mensen niet meer met elkaar delen, wel beelden, gedachten en kennis. De mechanische, puur technische, maar verder zielloze wereld. Het was waarvoor Forster vreesde. Een wereld waarin problemen op mathematische wijze zouden worden opgelost. Op Foxtrot, het album dat Genesis in 1972 uitbracht, zinderde eenzelfde kritiek door op de wereld zoals hij zou kunnen worden. Halverwege het nummer Get 'em Out By Friday - over de discussie tussen een eigenaar van een flatgebouw en zijn huurders - breekt een krakerige nieuwsflits door. Het is een aankondiging van Genetic Control, op 18 september 2012. 'Het is mijn trieste plicht u te informeren dat de lengte van de mens vanaf nu beperkt wordt tot een meter twintig.' In de lokale 'Puborama' zit 'Joe Ordinary'. Zijn commentaar bij dit bericht: 'Nu mensen kleiner zijn, kunnen er tweemaal zo veel mensen in hetzelfde gebouw.' En dat allemaal in het belang van de mensheid, die van een krimpscenario enkel beter wordt. Ook in het belang van de mensheid ondergingen federale agenten Fox Mulder en Dana Scully in The X-files bijna tien jaar lang vernederingen, fysieke aanvallen, verdachtmakingen, allerhande tegenwerkingen om eindelijk, eindelijk de waarheid over al die hoogst bizarre toestanden te kunnen oplossen. Alles leek beter te worden. En dan belandden ze in de laatste aflevering in een afgelegen dorp in Mexico. Er is hen gezegd dat er een wijs man zou wonen, die alle mysteries de wereld zal uithelpen. Die wijze man bleek de Smoking Man - dat was de eerste ontgoocheling - en zijn Grote Waarheid is dat op 21 december 2012 aliens definitief zullen beginnen met hun weinig vredelievende kolonisatie van de aarde - tweede ontgoocheling. Hierna wordt Smoking Man neergeknald, scheuren Scully en Mulder weg en ontploft de boel. Later in een motel in Mexico zegt Mulder net voor hij gaat slapen: 'Misschien is er hoop.' Nee, er is geen hoop. En dat weten we al sinds Nostradamus. In 1555 brabbelde hij al iets over een grote rode zon en afbrokkelende steden. Voor hem hadden de Maya's het al berekend. In 2012 is het gedaan. Finaal. Of het aliens zullen zijn, een virus - zoals Mary Shelley in haar novelle The Last Man bedacht en Francis Lawrence het van haar overnam in de film I am Legend - of ongecontroleerd natuurgeweld: het einde is voor volgend jaar. De enige hoop die ons rest, is dat we lachend de pijp uitgaan. Iets wat zeker tot de mogelijkheden behoort, als het einde eruitziet zoals meester van de rampenfilm Roland Emmerich het in de film 2012 toonde. Een bevrijdingsleger, enkele uitverkorenen, maar vooral: een sciencefictionauteur die bijklust als limochauffeur en aan de vooravond van de Apocalyps besluit dat hij niet alleen zijn kinderen redt, maar ook zijn ex-vrouw én haar nieuwe vriend. Verder: vliegtuigen die in overheidsgebouwen ontploffen, een wereld die overstroomt en een enkel dobberend bootje dat het redt. Als de wereld werkelijk moet vergaan, dan hoopt een mens dat het alvast zonder clichés gebeurt. Waarschijnlijk heeft niemand de wereld na de ultieme vernietiging zo beklijvend beschreven als de Amerikaanse auteur Cormac McCarthy in The Road. Jaar, dag, maand, uur, ieder tijdsbesef is verdwenen. Ook het hoe, wat of waarom van de ondergang is niet van belang. McCarthy heeft het over de tocht van een vader met zijn zoon door een verwoest, desolaat en steeds kouder wordend land. Hun doel is de zee. Maar of die nog bestaat, is niet zeker. Wat was, is nu al mythe geworden. Verleden en toekomst zijn losgeslagen van het heden, dat bepaald wordt door koude voeten, honger en de angst voor de medemens. Toen John Hillcoat The Road in 2009 verfilmde, koos hij voor 2012 als het jaar waarin de vernietiging plaatsvond. Voor wie zoveel somberte over het jaar dat komen gaat het liefst zo snel mogelijk van zich afschudt, zijn er alvast twee pijnloze remedies. Hersenloos uit de bol gaan op Till The World Ends van Britney Spears - dat het einde van de wereld op 21 december 2012 situeert - of al even hersenloos een vliegticket boeken naar Pyongyang, hoofdstad van Noord-Korea. Omdat in 2012 de grote roerganger en vader des vaderlands Kim Il-sung honderd jaar zou zijn geworden, is iedere apocalyptische gedachte er bij wet verboden. 2012 staat in Noord-Korea nu al geboekstaafd als het jaar van de grote sprong voorwaarts. Terwijl de hele wereld vergaat, blijft Noord-Korea bestaan, collectief 'lieve leider' juichend. Zou de toekomst dan toch een grap zijn? DOOR TINE HENSER ZIJN TWEE REMEDIES TEGEN DE SOMBERTE: BRITNEY SPEARS EN NOORD-KOREA.