EERSTE STATIE - JEREMY VINDT EEN CAMCORDER

'Ik ben opgegroeid in Alexandria, Virginia. Via het werk van mijn moeder kon ik over een VHS-camcorder beschikken. Met vrienden die al even gepassioneerd waren, ben ik in het zesde leerjaar films beginnen te maken. We zijn nooit meer gestopt. We vormden een collectief. Er waren geen ego's. De ene keer regisseerde je, de andere stond je achter of voor de camera. De ene keer was je de zombie, de andere keer zorgde je ervoor dat die zombie er bloederig uitzag.'
...

'Ik ben opgegroeid in Alexandria, Virginia. Via het werk van mijn moeder kon ik over een VHS-camcorder beschikken. Met vrienden die al even gepassioneerd waren, ben ik in het zesde leerjaar films beginnen te maken. We zijn nooit meer gestopt. We vormden een collectief. Er waren geen ego's. De ene keer regisseerde je, de andere stond je achter of voor de camera. De ene keer was je de zombie, de andere keer zorgde je ervoor dat die zombie er bloederig uitzag.' 'Na mijn studies aan de Tisch School of the Arts van de NYU raakte ik in de filmindustrie aan de slag als productie-assistent. Als horrorfan - ik ben opgegroeid met splatter, gore, Godzillafilms... - zorgde ik soms ook voor make-up en andere effecten. Ik had me op school al toegelegd op camerawerk omdat het me best leek een vak te beheersen waar je je brood mee kunt verdienen. Miljoenen mensen willen regisseren. Veel minder mensen willen geluid of camera doen. Soit, ik startte dus parallelle carrières. Ik regisseerde reclamefilms en was director of photography (DoP). Daar kon ik van leven. Tussendoor maakte ik lowbudgetkortfilms die nooit echt veel aandacht kregen.' 'Ik wilde te allen prijze een langspeelfilm maken en in 2009 lukte dat zowaar. Murder Party(een voor geen geld gedraaide, uitzinnige horrorkomedie, nvdr.) was niet helemaal wat ik wilde laten zien. De helft van de cast bestond uit vrienden van high school. Ik was er nog niet klaar voor en de technologie was er nog niet om zonder middelen kwaliteit te leveren. Maar daar ben ik vandaag mee in het reine. Murder Party raakte in de bioscopen én heeft zijn fans. Financieel scheurde ik er mijn broek niet aan, maar veel heeft het niet gescheeld. Om in mijn levensonderhoud te voorzien, moest ik met de staart tussen de benen wel terugkeren naar de reclamesector.' 'Ik verdiende goed met reclamefilms maar vond dat ik mijn skills aan het verliezen was. Ik kon wel een set leiden maar vergat elke dag een beetje meer hoe je een verhaal met beelden vertelt. Ik greep elke kans om als DoP mee te werken aan indiefilms (zoals het sterke Putty Hill van kompaan Matt Porterfield, nvdr.). Maar na een jaar of drie vond ik dat ik genoeg mensen geholpen had met de verwezenlijking van hun droom. Ik had genoeg regisseurs van dichtbij zien falen en succes zien boeken. Het was tijd om aan mezelf te denken.' 'Enerzijds zag ik veel brutale, cynische genrefilms die zelfs ik niet graag uitzit. Anderzijds zag ik arthousefilms die zo besloten waren dat ik het er benauwd van kreeg. Zo kwam ik op het idee van een wraakfilm die de kloof overbrugt tussen de liefhebber van genrefilms en de trouwe arthousebezoeker. 'Met de nieuwe generatie digitale camera's kun je meer production value leveren dan ooit tevoren. Veel indiefilms zijn daardoor technisch van een goede kwaliteit maar ze blijven kleinschalig: er zijn geen films onder de 300.000 dollar met straffe make-upeffecten, dito wapens, autoachtervolgingen en stunts. Dat wilde ik dus wél brengen. Laatste puntje: een pak films teren op dialogen en plot. Persoonlijk ben ik die narratieve cinema waarin de esthetiek naar het tweede plan verschoven wordt beu. Je moet een verhaal visualiseren. Je moet beeldend vertellen. De camera is je venster op de wereld.' 'Blue Ruin staat of valt met de hoofdrolspeler. Mijn strategie was simpel: een ondergewaardeerd groot talent de kans geven om zijn kunnen te etaleren. Ik heb zwaar ingezet op Macon Blair, iemand die ik al jaren ken. Het scenario is niet zo ongewoon voor een wraakverhaal, maar ik laat één sleutelelement achterwege: de typische rechtvaardiging. De kijker heeft geen weet van een of ander achterliggend motief, hij is getuige van het geweld as such. Hij kan dus niet zomaar voor de wreker supporteren. Om dan toch het vertrouwen van de kijker te winnen moet je van goeden huize zijn. En Macon Blair had nog een groot voordeel. Je krijgt hem niet kapot en hij is bijzonder toegewijd. Ik wist dat ik hem dertig dagen lang schaamteloos kon gebruiken en misbruiken.' 'Ik fnuikte een mogelijke carrière als goed betaalde cameraman en zette alles op Blue Ruin, dat ik als mijn laatste kans op een carrière als regisseur zag. Een échte financiering is er nooit geweest. Via de crowdfundingsite Kickstarter vergaarden we 38.000 dollar. Voor de rest gingen mijn vrouw en ik een lening aan en misbruikten we onze kredietkaarten. De productie duurde erg lang: telkens als het geld op was, zat er niets anders op dan te wachten. We stonden zeer dicht bij de afgrond. Ik sliep nauwelijks tijdens de opnames: een uur of twee per nacht, dertig dagen aan een stuk. Op een dag ben ik op de set ingestort. Emotioneel en fysiek eiste Blue Ruin een heel hoge tol. Gelukkig was de beloning navenant.' 'Ik was er vrij gerust in dat er op een Amerikaans festival plaats zou zijn voor Blue Ruin. Nooit had ik durven te denken dat we de selectie zouden halen van de Quinzaine des Réalisateurs in Cannes. Mijn grote geluk was dat Edouard Waintrop, de directeur van de Quinzaine, een fan is van genrefilms. De voorbije jaren zag je genrecinema ook steeds meer het respect krijgen dat hij al lang verdient. Anyway, voor mij was de selectie als de lotto winnen. Zonder Cannes had men buiten Amerika nooit van Blue Ruin gehoord. Ik kreeg er een wereldwijd platform (en een prijs van de internationale filmkritiek, waarop de film nog tientallen andere festivals inpakte, nvdr.).' 'Ik dacht dat ik alles wat te openlijk politiek was, uit het scenario geschrapt had. Wat ik niet had zien aankomen, is dat men in Blue Ruin een commentaar zou zien op de Amerikaanse wapencultuur. Zo was het niet bedoeld, maar in Cannes kreeg ik daar veel vragen over. 'Ik ben opgegroeid met de door wapens geobsedeerde films uit het Reagan-tijdperk, genre Schwarzeneggers Commando. Ik had het daar destijds niet moeilijk mee. Fictie is fictie. Maar de firewall tussen fictie en realiteit is sindsdien een paar keer doorbroken en dat heeft mijn liefde voor cinemageweld bezoedeld. Ik kan geen plezierige hardcore genrefilm verzinnen, met kunstzinnige bloedfestijnen en gechoreografeerd geweld, als het nieuws wéér maar eens gedomineerd wordt door een echte slachtpartij. Blue Ruin gaat voluit voor de twists en de thrills, máár het is geen geweld om het geweld. Ik heb de film ook geïnjecteerd met emotionele waarheid en brutaliteit.' 'Het komt er nu op aan om dat succes te verzilveren. Ik zou graag een nieuwe film aankondigen vóór de nieuwe editie van Cannes, voordat ik 'die gast van vorig jaar' ben. In de te volgen strategie ben ik zeer pragmatisch. Gedisciplineerd overweeg ik elk voorstel dat me gedaan wordt. Ik hoop ooit in het studiosysteem aan de slag te kunnen. Het liefst zou ik gestaag op de ladder klimmen zodat ik daarbij niet te veel creatieve controle verlies. 'Zelfvertrouwen is de grootste winst die Blue Ruin me heeft opgeleverd. Geen studiobons kan ooit nog beweren dat ik het niet kan. Ik kan altijd nog eens een film maken met een zeer karig budget en een jonge crew die staat te springen om ervaring op te doen. Het probleem is dat zo'n film enorm veel van jou, van je gezin, je vrienden, je mentale gezondheid eist. Maar de wetenschap dat je de sluiswachters indien nodig kunt omzeilen, dat is goud waard.' BLUE RUIN Vanaf 7/5 in de bioscoop. DOOR NIELS RUËLL - FOTO PIET GOETHALS