Eerste zin Op een hete zomerdag, eenentwintig jaar geleden, kroop de vader van Max, drieënzestig jaar oud, in zijn onderbroek naar de koelkast.
...

Eerste zin Op een hete zomerdag, eenentwintig jaar geleden, kroop de vader van Max, drieënzestig jaar oud, in zijn onderbroek naar de koelkast. Gerrit, de vader van Max, is al een hele tijd depressief. Hij komt nog amper de zetel uit, en als hij het doet, heeft hij moeite om zichzelf overeind te houden. En dus kruipt hij omdat hij dorst heeft over de keukenvloer naar de koelkast, terwijl zijn vrouw Johanna aan de keukentafel ijzig toekijkt en de negenjarige Max vanaf de drempel het schouwspel gadeslaat, onder de indruk van de spanning die in de lucht hangt. Want niet veel later zal Gerrit van de trap vallen en sterven. Je bent nog maar een paar pagina's ver in Esther Gerritsens nieuwe roman De terugkeer en van ontsnappen is al geen sprake meer. De schrijfster heeft je bij je nekvel. Eenentwintig jaar later keert Johanna terug van Ibiza, waar ze bij haar vriend Frans woonde tot hij haar het huis uit zette omdat haar alzheimer te erg werd. 'Het is de broer van Frans, ' troost de verwarde vrouw zichzelf, 'want Frans zou zoiets nooit doen.' Zo belandt ze weer thuis, waar ze opgevangen wordt door Max, zijn vijf jaar jongere zus Jennie en Ed, de broer van Gerrit die volgens menigeen altijd een oogje heeft gehad op Johanna. Voor Max - iemand die struiken niet snoeit om ze te veranderen maar wel om ze min of meer hetzelfde te houden, zoals Gerritsen hem fijn typeert - is die terugkeer als het openen van een al lang gesloten graf. Voor Jennie, die al haar hele leven met een schuldcomplex kampt omdat ze als vijfjarige blij was dat haar vader eindelijk dood was en zij voortaan wat aandacht zou krijgen, is dat het moment om met het verleden in het reine te komen. Ook voor haar moet er een graf open, en wel dat van haar vader, omdat ze vermoedt dat hij niet zomaar van de trap is gevallen. Hoe de vork precies aan de steel zit, is de minste van Gerritsens bekommernissen. Wat haar interesseert, is de relatie tussen Gerrits nabestaanden en hoe zij met het verleden omgaan. In zijn onderkoelde en soms cynische directheid toont De terugkeer enige verwantschap met het werk van Arnon Grunberg, alleen schrijft Gerritsen veel scherper en bondiger en weet ze stukken dieper door te dringen in de ziel van haar personages.