De engelachtige jongeman Vincent Bosse is tamboer in het Franse leger dat met Napoleon op Russische veldtocht trekt. Na de Slag bij Borodino ligt de weg naar Moskou open, maar zoals bekend gaat de terugtocht in de Russische winterkou de Fransen minder goed af.
...

De engelachtige jongeman Vincent Bosse is tamboer in het Franse leger dat met Napoleon op Russische veldtocht trekt. Na de Slag bij Borodino ligt de weg naar Moskou open, maar zoals bekend gaat de terugtocht in de Russische winterkou de Fransen minder goed af. De tamboer van Borodino lijkt na Bouvaert en Junker opnieuw een historische strip van Simon Spruyt, maar schijn bedriegt. Zijn inspiratie vloeit eerder voort uit literatuur dan uit pure geschiedenis. Zo ontleende hij het personage Vincent Bosse aan Lev Tolstojs Oorlog en vrede, waarin de tamboer een minirolletje heeft. Bij Spruyt vertelt Bosse zijn volledige levensverhaal, dat voor een deel bepaald wordt door zijn engelengezicht. Als jonge misdienaar lijkt hij op zijn plek, maar ongewild verlinkt hij zijn pastoor aan het leger. Wanneer hij vervolgens in dienst moet gaan, bespaart zijn kinderlijke uitstraling hem een gevaarlijke plek in de eerste linies. Als tamboer is hij een 'loin-des-balles', een gelukzak die iets verder van het strijdgewoel mag blijven. Een rode draad in zijn levensverhaal is een gebrek aan moed. Geregeld laten mensen in zijn omgeving het leven, terwijl Bosse bezig is om zijn eigen vege lijf te redden. Zelfs als oude man voelt hij zich daar nog schuldig over, zo blijkt uit zijn gesprekken met een geïnteresseerde bezoeker. Spruyt wendt de bekende historische situatie aan om te kijken hoe zijn personages zich daarin gedragen. Een uniformknoop meer of minder kan hem, in tegenstelling tot de specialisten van de geschiedenisstrip, weinig schelen. Die artistieke vrijheid is in alle aspecten van het boek te zien. Vaak schildert Spruyt heel secuur met ecoline, op andere pagina's omarmt hij ruwe ongelukjes van de verf. Als hij zin heeft om een apocalyptische rooftocht in Moskou paginagroot tot mythische proporties te verheffen, dan laat hij zich door de stijl van de rest van het boek niet tegenhouden. Hij steelt tronies van Jheronimus Bosch en legt met de nodige ironie beroemde verzen van Lucebert in een soldatenmond. Al staat al dat knipogende scheppingsplezier een lezing van De tamboer van Borodino als episch avonturenverhaal geenszins in de weg.