Eerste zin De kleine stad aan de Adriatische kust had ooit deel uitgemaakt van het Ottomaanse en toen van het Habsburgse rijk en behoorde nu tot Joegoslavië.
...

Eerste zin De kleine stad aan de Adriatische kust had ooit deel uitgemaakt van het Ottomaanse en toen van het Habsburgse rijk en behoorde nu tot Joegoslavië. 'Andrej had (...) zijn rechtervoet op een tros gezet (...). De tros spande zich of hing door, al naar gelang de lome deining in het havenbekken, zodat het leek alsof hij het voetpedaal van een groot nautisch orgel bediende.' Alleen al voor deze schitterende vergelijking loont dit boek de moeite, maar er is veel meer. Een komedie luidt de ondertitel, een genre dat Driessen wel is toevertrouwd. Het verhaal speelt aan de vooravond van de vreselijke oorlogen in Joegoslavië. Uitgangspunt: postbode Andrej, die gokt en dus om geld verlegen zit, chanteert kabelbaanmachinist Josip met foto's van diens overspel. Vervolgens komt Josip in de gelegenheid Andrej af te persen - beiden zonder het van elkaar te weten. De verder tournures van liefde, verraad, tot elkaar veroordeeld zijn, oorlog (die breekt ten slotte uit), de dood, het grillige lot: Driessen wikkelt ze elegant af. We zijn allemaal maar mensen, en bijna niemand is helemaal slecht: als je dat zo, in deze twee stomme zinnetjes, opschrijft, is het niets. Componeer er De pelikaan omheen, en het wordt bitterzoet leesgenot dat je nog aan het denken zet ook.