'Dit is bittere ernst, geen toneeltje dat voor de televisie opgevoerd wordt', zo zei Jeroen Meus in de eerste aflevering van De Patat, terwijl hij toekeek hoe enkele Peruanen hoog in het Andesgebergte een oventje in elkaar knutselden om hun middagmaal - aardappelen, bonen en lama - te bereiden. Hij doelde op het feit dat zijn gezelschap iedere dag zo hard moet werken om eten te zoeken en te bereiden en niet enkel als hij langskomt om te filmen. Zijn zin kon ook op zijn nieuwe programma slaan.
...

'Dit is bittere ernst, geen toneeltje dat voor de televisie opgevoerd wordt', zo zei Jeroen Meus in de eerste aflevering van De Patat, terwijl hij toekeek hoe enkele Peruanen hoog in het Andesgebergte een oventje in elkaar knutselden om hun middagmaal - aardappelen, bonen en lama - te bereiden. Hij doelde op het feit dat zijn gezelschap iedere dag zo hard moet werken om eten te zoeken en te bereiden en niet enkel als hij langskomt om te filmen. Zijn zin kon ook op zijn nieuwe programma slaan. Nou ja, niet dat De Patat echt ernstige en diepgravende televisie is geworden, veeleer een aaneenschakeling van lichte gesprekjes met mensen die meer weten over hoe de aardappel de wereld heeft veroverd en mooie beelden waarin de chef-kok de plaatsen bezoekt die in zijn verhaal belangrijk zijn geweest. Wie de geschiedenis van de aardappel echt wil uitlepelen, haalt daarom wellicht beter een goed boek in huis. De nieuwe reeks van Meus bezit wel dezelfde eigenschap die Plat Préféré en Dagelijkse Kost zo sterk maakte: echtheid. Er zijn weinig tv-makers in Vlaanderen die op zo'n spontane manier kunnen omgaan met de mensen die ze tegenkomen, en die hun belevenissen onderweg zo overbrengen dat je ze als kijker echt gelooft. Als Meus de lof zingt van de nederige aardappel, ga je daarin mee, en als hij hoog in de Andes met lange tanden een stuk lama naar binnenwerkt, weet je dat het echt met tegenzin is. Tegelijk moeten we zeggen dat de eerste aflevering van De Patat ons een stuk meer kon overtuigen dan de tweede. Terwijl Meus bij de start mee met de indianen uit de Andes naar aardappelen ging zoeken, week hij in de tweede episode meer van het culinaire pad af, om na te gaan hoe de Spaanse conquistadores het gewas uit Zuid-Amerika naar Europa hadden gebracht. Omdat de komst van de patat veeleer een bijwerking was van de manier waarop de Spanjaarden zowat alles uit hun kolonies naar hier hebben gesleurd, stond de knol niet echt centraal in het verhaal. Die eer ging naar het goud dat de veroveraars hadden meegenomen, en de vele kerken die ze daarmee hebben opgesmukt. Het resultaat was een reportage die eigenlijk beter in Vlaanderen Vakantieland had gepast dan in een culinaire reeks. Pas helemaal tegen het einde probeerde Meus te achterhalen hoe de aardappel de Spaanse keuken had beïnvloed en begon hij ook te koken, iets wat hij in de eerste aflevering niet had gedaan. Zodra hij mocht praten over wat er allemaal in een Spaanse aardappelworst gaat of hoe je de perfecte tortilla in elkaar moet draaien, kwam de schwung terug en werd alles een stuk interessanter. Er zijn de laatste tijd weliswaar vaak klaagzangen te horen dat er te veel gekookt wordt op televisie, maar als er een programma is waarop dat niet van toepassing is, dan toch De Patat. Elke dinsdag, Canvas Meer bedenkingen op www.knackfocus.be/testbeeld STEFAAN WERBROUCK'DE NIEUWE REEKS VAN MEUS BEZIT DEZELFDE EIGENSCHAP DIE 'PLAT PRÉFÉRÉ' EN 'DAGELIJKSE KOST' ZO STERK MAAKTE: ECHTHEID.'