Eerste zin In het platinakleurige ochtendlicht tilde hij zijn loden hoofd op.

Namen hebben ze niet. Nummers moeten volstaan. Vier en Negen worden door een conglomeraat gedropt in een derdewereldland dat net van een burgeroorlog bekomt. De twee mannen moeten een weg asfalteren die beide landsdelen weer vredevol zal verbinden. En daar is haast bij: de klus moet geklaard zijn voor de grote parade, een feest ter meerdere eer en glorie van de nieuwe regeringsleider. Vier kwijt zich plichtbewust van zijn taak, Negen pakt zijn job minder serieus. Tegen alle bedrijfsregels in papt hij ook aan met de lokale bevolking. Elke avond trekt hij de omliggende dorpjes in om te feesten en van vrouwelijk schoon te proeven. En om de verpauperde bewoners gulhartig bij te staan met westerse cadeautjes. Tot ergernis van Vier, die beter snapt dat klatergoud rondstrooien ook een vorm van belediging kan zijn.

De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen: de nieuwe novelle van Dave Eggers lijkt integraal de uitwerking van dat ene spreekwoord. Eggers levert zoals altijd kwaliteit, zij het dat zijn fabel soms schematisch en voorspelbaar overkomt. Zelfs de wrede plottwist ontwaar je van ver aan de stoffige horizon. Niettemin, een fijn tussendoortje van Eggers waarbij je sporadisch aan De bewaker van Peter Terrin moet denken, een compliment voor beide schrijvers.

De parade ***

Dave Eggers, Lebowski (oorspronkelijke titel: The Parade), 142 blz., ? 21,99.