Eerste zin Mijn naam is Czeslaw Przesnicki, ik ben een miserabele immigrant uit Oost-Europa en een mislukt schrijver, ik heb al tijden geen seks gehad en ben opgenomen in een gesticht in België, een land dat al een jaar zonder regering zit.
...

Eerste zin Mijn naam is Czeslaw Przesnicki, ik ben een miserabele immigrant uit Oost-Europa en een mislukt schrijver, ik heb al tijden geen seks gehad en ben opgenomen in een gesticht in België, een land dat al een jaar zonder regering zit. Wie elke nacht van Karol Józef Wojtyla droomt, beter bekend als paus Johannes Paulus II, zit waarschijnlijk wel op zijn plaats in de psychiatrie. Misschien ligt het aan zijn religieuze kamergenoot, misschien ligt het aan het feit dat hij stapelgek is. Aan waanbeelden in elk geval geen gebrek: de patiënt in kwestie beweert dat hij met Ernest Hemingway samenwoonde en een vampierenroman in het Antarctisch schreef maar verbannen werd door de lokale schrijversbond en zo in een Luikse inrichting belandde. Tijdens de gesprekken met zijn psychiater komt de volledige wereldliteratuur, van Beckett tot Nabokov, op bezoek, en de dag eindigt met een kalmeermiddel. Tot zover De palimpsesten, het afgeraffelde debuut van de Poolse Aleksandra Lun. Op de achterflap prijken woorden als 'wervelend' en 'geestig', maar 'saai' en 'belegen' had ook gekund. Met elke literaire grootmeester die Lun vermeldt, groeit de ergernis: had ik maar een klassieker gelezen in plaats van dit geraaskal. Goeie titel wel. Als je de drukinkt wegschraapt, hou je een handzaam notitieboekje over.