‘De Oscars zijn een incestueus circus’

RUTH SHEEN en JIM BROADBENT in 'ANOTHER YEAR'. Op de achtergrond hoor je Mike Leigh zélf zuchten.

Na Happy-Go-Lucky had Mike Leigh de middenklassekronieken afgezworen, maar met Another Year komt hij – gelukkig – op die beslissing terug. De Britse veteraan over zijn verrassend persoonlijke herfstsonate. ‘Mijn film is vreugdevol en tragisch, zoals het leven zelf.’

De kans dat Mike Leigh zichzelf artistiek heruitvindt, is op zijn 67e behoorlijk miniem. En dat is in zijn geval ook nergens voor nodig: al meer dan vijfendertig jaar timmert Leigh aan een integer en hoogstaand oeuvre met de vinger aan de pols van de Britse midden- en arbeidersklasse. Denk maar aan de gitzwarte dramady Naked (1993), de raciaal gekleurde familiekroniek Secrets and Lies (1996) en het recht naar de keel grijpende abortusdrama Vera Drake (2004).

In dat rijtje uppercuts hoort nu ook het meer melancholieke Another Year, een afwisselend grimmig en grappig groepsportret dat als de synthese van Leighs output kan worden beschouwd. In zijn gekende observerende stijl volgt Leigh een jaar uit het leven van het modale echtpaar Tom en Gerri (Jim Broadbent en Ruth Sheen), twee gelukkig getrouwde sixtysomethings die met hun deftige job, hun voorbeeldige zoon en hun gezellige huis op het eerste gezicht niets te klagen hebben.Helaas ligt dat voor hun vrienden en kennissen wel even anders. Leigh zou Leigh niet zijn, als hij de focus niet gaandeweg subtiel zou verschuiven naar die minder fortuinlijke personages die te pas en vooral te onpas bij Tom en Gerri aankloppen. Zo maak je kennis met Toms zwijgzame broer Ronnie, die net zijn vrouw heeft verloren; hun oude makker Ken, die zijn eenzaamheid tevergeefs van zich af tracht te zuipen; en met de al even doorzopen Mary (Lesley Manville), die op haar vijftigste nog steeds zit te (wan)hopen op haar prins op het witte paard.

Terwijl de vier seizoenen de revue passeren, peilt Leigh discreet naar de angsten, neuroses en wensdromen waarmee mensen als Tom en Gerri in dit post-Blairtijdperk worstelen. Wat staat hen na hun pensioen te wachten? Hoe lang zullen ze nog gezond blijven nu ze een ‘zekere leeftijd’ hebben bereikt? En: is liefde niet veeleer een toevalligheid dan een werkwoord? Terwijl die vragen Ronnie, Ken en Mary slapeloze nachten bezorgen, hoor je Leigh op de achtergrond bijna meezuchten.

‘Voor mijn doen is het een heel persoonlijke film’, geeft de regisseur grif toe, al vermeldt hij er meteen bij dat zijn personages daarom nog geen afspiegelingen zijn van hemzelf. ‘Het zijn meer mensen met wie ik denkbeeldige gesprekken voer. Het klopt wel dat ze deels uit mijn eigen angsten en vragen over ouder worden en ouderschap zijn ontstaan. Ik ben 67, heb negentien langspeelfilms gemaakt en besef dat ik er geen tien meer zal maken. Dat is heel erg jammer of een grote opluchting – afhankelijk van je persoonlijke smaak.’ (Grijnst)

Je vorige film ‘Happy-Go-Lucky’ was een stuk luchtiger van toon…

Mike Leigh:… en deze loopt opnieuw over van de kommer en kwel die we van Leigh nu eenmaal kennen? (Lacht) Gisteren hoorde ik enkele mensen zeggen dat ze het einde verrassend hoopvol vonden. Misschien hebben ze gelijk, misschien ook niet. Vinden Ronnie en Mary uiteindelijk troost bij elkaar? Of gaan ze elk hun eigen weg? Het antwoord zal afhangen van hoe optimistisch je zelf in het leven staat. Dat was ook mijn bedoeling met deze film. Hij moest tegelijk vreugdevol en tragisch zijn, zoals het leven zelf.

Is het voor jezelf dan veeleer een komedie of een tragedie?

Leigh: Zo simpel is het niet. Al mijn films hebben zowel komische als tragische aspecten, en ik hoop dat je zelfs bij mijn droevigste en schofterigste personages warmte en mededogen voelt. Het is wel juist dat Another Year een stuk lastiger te kwalificeren is dan Happy-Go-Lucky of Vera Drake. Ik zou zelf ook niet één, twee, drie kunnen zeggen waarover de film gaat, behalve dat het een onderzoek is naar de complexiteit van het dagelijkse leven. Hopelijk hebben de marketingjongens betere ideeën. (Lacht)

Centraal staat een modaal echtpaar wiens huis een soort opvangcentrum is voor hun chronisch ongelukkige vrienden en familieleden.

Leigh: (Knikt) Tom en Gerri lijken het perfecte koppel. Ze zijn genereus, gelukkig getrouwd en open naar anderen toe. Alleen is er die subtiele vraag of ze niet genereus en open zijn uit eigenbelang: om niet te vereenzamen en in de hoop dat hun vrienden hetzelfde zouden doen als ze zelf hulp of aandacht nodig hebben. Vandaar ook dat ik van hen lagere middenklassers in plaats van arbeiders heb gemaakt. Het zijn mensen die precies halverwege de sociale ladder staan, maar van wie het nog helemaal niet zeker is of ze daar op hun oude dag wel zullen blijven. De film gaat dus niet alleen over tijd, familie en de cyclus van het leven. Er zit ook een sociale en politieke dimensie in – maar dan minder uitgesproken dan in bijvoorbeeld Vera Drake. Die film ging heel concreet over abortus in de jaren 50, zoals Secrets and Lies duidelijk over identiteit en adoptie ging. Another Year gaat over het leven op zich. Dat is een stuk ambitieuzer.

En lastiger om te verkopen.

Leigh: Juist, maar daar maak ik me al lang geen zorgen meer over. De Amerikaanse verdeler zei me gisteren: ‘Stop niet alleen donkere interieurscènes in de trailer, maar toon ook wat lachende gezichten en wat zonneschijn. De rest doen wij wel.’ (Lacht) Ik ben zo naïef om te denken dat er voor kwaliteit altijd een publiek zal bestaan, en ik stel vast dat Another Year ondertussen alweer aan meer dan twintig landen is verkocht. Dit gezegd zijnde besef ik dat ik een ongelofelijke bofkont ben. Ik maak geen films over blauwe wezens op verre planeten, en toch heb ik er ondertussen al negentien gedraaid. Een generatiegenoot als Terence Davies (de estheet achter ‘Distant Voices, Still Lives’ en ‘The House of Mirth’; nvdr.) krijgt daarentegen al jaren geen project meer van de grond. Alleen Ken Loach scoort beter dan ik – zowel qua aantal titels als qua omzet. Maar vraag Ken eens om voor de opnames van een film zes maanden te repeteren en zijn haar valt uit.

Je werk wordt vaak met dat van Ken Loach vergeleken, terwijl jij meer een stilist dan een pure realist bent.

Leigh: Ik ben blij dat je dat zegt. Ik bewonder Kens werk en voel me er ook mee verwant, maar ik heb altijd gevonden dat er meer verschillen dan gelijke-nissen zijn. Alleen, je weet hoe de meeste journalisten redeneren: hun films gaan over gewone mensen in gewone locaties, dus laat ze ons maar samengooien onder de noemer ‘sociaal-realisme’. In tegenstelling tot Ken ben ik altijd evenveel door vaudeville en door de nouvelle vague beïnvloed als door de Britse kitchensinktraditie of een welbepaald ideologisch discours.

Zoals je zelf al aangaf, zijn je rigoureuze research en je maandenlange repetities quasi legendarisch. Ben je ook voor ‘Another Year’ op die manier te werk gegaan?

Leigh: Absoluut. Vandaar dat ik vaak met dezelfde mensen werk. Jim Broadbent, Lesley Manville, Imelda Staunton en noem maar op. Het zijn niet alleen goede en veelzijdige acteurs, ze hebben ook het geduld om hun personage eerst samen met mij uit te werken en daar een half jaar aan te besteden. Mensen denken vaak dat dat voor een regisseur het leukste moet zijn, maar eerlijk: het plezier zit toch meer in het schrijven en filmen zelf. Repeteren is vooral hard werken. Alleen is het wel werk waaruit maanden later kunst kan voortvloeien. Tenminste: als je het nadien niet verknoeit in de montagekamer, waar de film uiteindelijk écht wordt gemaakt.

Is jouw werkwijze de reden waarom je nooit naar Hollywood bent gegaan?

Leigh: Een van de talloze redenen, ongetwijfeld. (Grijnst) Ik ben nochtans niet de eerste die op die manier werkt, het werd al gedaan voor de komst van de geluidsfilm. Ik heb verschillende aanbiedingen uit Amerika gehad. ‘We garanderen je totale vrijheid, meneer Leigh’, zegt zo’n Hollywoodproducer je dan. Waarop je antwoordt: ‘Dus ik mag eerst zes maanden met mijn acteurs repeteren en daarna zonder script de set op?’ En dan wordt het stil aan de andere kant van de lijn en volgt de klassieker: ‘Don’t call us. We’ll call you.’

Je bent zes keer genomineerd voor een Oscar, maar je hebt er nooit één gewonnen. Blijft dat steken?

Leigh: Neen. Die Oscars zijn een vulgair, slecht georganiseerd en incestueus circus waarvoor outsiders als ik een smoking aantrekken, vervolgens vriendelijk naar al die mooie jongens en meisjes lachen en uiteindelijk met lege handen terug naar huis vliegen. Alleen kun je zo’n uitnodiging onmogelijk weigeren omdat het je film doet verkopen. Laat die nominaties dus maar komen, ik neem het hoongelach en de bittere desillusie er graag bij.

Je bent al een tijdje voorzitter van de London Film School. Zit er veel cinefiel talent bij de jonge filmmakers, of willen ze allemaal zo snel mogelijk richting Hollywood.

Leigh: Wees gerust: er zijn nog altijd genoeg jonge talenten die hard willen werken en hun vak ernstig nemen, zonder dat ze daarvoor de les gespeld moeten worden door oude rukkers als ik. Het probleem is dat de fondsen voor serieuze of alternatieve cinema de jongste jaren opnieuw schaarser geworden zijn. Daardoor raken veel jongeren gefrustreerd en laten ze zich perverteren door de commercie.

Blake Edwards zei ooit: ‘Al mijn films zijn mijn kinderen. Maar sommigen studeren aan de universiteit, anderen zitten in het verbeteringsgesticht.’ Hoe zit dat met jouw kinderen?

Leigh: Naked is zonder twijfel een probleemkind en Happy-Go-Lucky gaat zeker naar de unief, maar dit gezegd zijnde vind ik al mijn kinderen mooier dan The Pink Panther. (Grijnst )

Misschien ben je dan meer een fan van Woody Allen? Diens recente films gaan tenslotte ook over ouder worden en disfunctionele relaties.

Leigh: Mmm… Ik moet natuurlijk een zekere discretie en etiquette in mijn antwoord leggen. Laat het me zo formuleren: Radio Days is een van mijn favoriete films aller tijden. Als ik tien films zou mogen meenemen naar een onbewoond eiland, zou die er zeker tussen zitten. Als ik daarentegen zijn recente Engelse films zou moeten inpakken (Leigh doelt op ‘Match Point’, ‘Scoop’, ‘Cassandra’s Dream’ en ‘You Will Meet a Tall Dark Stranger’; nvdr.), zou ik spontaan de zee induiken, terwijl ik niet eens kan zwemmen. Was dat een discreet en tactvol antwoord?

ANOTHER YEAR Vanaf 15/12 in de bioscoop.

DOOR DAVE MESTDACH

‘Ik ga geen tien films meer maken. Maak zelf maar uit of dat jammer of net een opluchting is.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content