De Grote Oorlog achtervolgt Jacques Tardi (68) al zijn hele carrière. Al voordat hij in de jaren zeventig bij een groot publiek doorbrak met De avonturen van Isabelle Avondrood had hij er al strips over gemaakt. Aan de basis van zijn fascinatie liggen de belevenissen van zijn beide grootvaders, die soldaten waren in het Franse leger in 1914-1918. De ene overleed nog tijdens de oorlog, de andere overleefde een gasaanval. Tardi onthield u...

De Grote Oorlog achtervolgt Jacques Tardi (68) al zijn hele carrière. Al voordat hij in de jaren zeventig bij een groot publiek doorbrak met De avonturen van Isabelle Avondrood had hij er al strips over gemaakt. Aan de basis van zijn fascinatie liggen de belevenissen van zijn beide grootvaders, die soldaten waren in het Franse leger in 1914-1918. De ene overleed nog tijdens de oorlog, de andere overleefde een gasaanval. Tardi onthield uit de verhalen die zijn grootmoeder hem als kind vertelde vooral dat de kleine man altijd de klos is. De soldaat betaalt de prijs voor de dwaasheid van een regering die ten strijde trekt of voor de bloeddorst van een maarschalk met een geschift aanvalsplan. In zijn twee belangrijkste oorlogsboeken, Loopgravenoorlog (1993) en De grote slachting 1914-1919 (2010, een samenwerking met historicus Jean-Pierre Verney), tekent hij een ontluisterend portret van het loopgravenleven, ontdaan van alle heroïek. Gewone boerenjongens vergaan van angst, worden compleet ontmenselijkt door het leven tussen ratten en lijken, terwijl ze steeds minder begrijpen waarom ze als kanonnenvlees moeten dienen. De tentoonstelling in Bozar was eerder te zien op het stripfestival van Angoulême. Een overweldigende reeks chronologisch geordende strippagina's uit De grote slachting, het origineel in zwart-wit samen met een ingekleurde versie, laat toe om de oorlog van jaar tot jaar te volgen. Tardi registreert verminkingen en mensonterende leefomstandigheden zonder sentimentaliteit of misplaatst mededogen. Al zijn tekeningen over de Eerste Wereldoorlog zijn een blijvende aanklacht, een brutale herinnering aan de stupiditeit die oorlog is. Ook al maakt Tardi soms lichter werk, of boeken over andere geschiedkundige episodes, zijn verontwaardiging is een rode draad in zijn leven en zijn oeuvre. Vorig jaar weigerde hij zonder enige aarzeling het Légion d'honneur dat de Franse overheid hem wilde toekennen. De reden? Hij is nog steeds woedend over het onrecht dat de gewone Fransman in de Eerste Wereldoorlog is aangedaan door een regerende klasse die zelf uit de vuurlinie bleef. Het ziet er niet naar uit dat Jacques Tardi ooit uit zijn loopgraven zal komen. GERT MEESTERS