'Als artiest ben ik vereerd', zei Jon Stewart toen bekend werd dat hij dit jaar de Oscars in goede banen mag leiden. 'Maar als fervent kijker van de ceremonie ben ik toch een beetje teleurgesteld.' Dat gevoel zal hij met weinig landgenoten delen, want in de Verenigde Staten is Stewart een ster en bij de jonge Amerikanen - een doelgroep die de organisatoren van de Oscars maar wat graag voor de tv wil lokken - is hij niet minder dan een halfgod. Die status heeft hij te danken aan The Daily Show, zijn dagelijkse latenight talkshow. Nu kennen wij die talkshows (zoals The Tonight Show van Jay Leno) vooral als gladde praatprogramma's waarin de host eerst een paar grapjes maakt en daarna met zijn gasten, vooral Hollywoodsterren, een tot in de puntjes gerepeteerd gesprek...

'Als artiest ben ik vereerd', zei Jon Stewart toen bekend werd dat hij dit jaar de Oscars in goede banen mag leiden. 'Maar als fervent kijker van de ceremonie ben ik toch een beetje teleurgesteld.' Dat gevoel zal hij met weinig landgenoten delen, want in de Verenigde Staten is Stewart een ster en bij de jonge Amerikanen - een doelgroep die de organisatoren van de Oscars maar wat graag voor de tv wil lokken - is hij niet minder dan een halfgod. Die status heeft hij te danken aan The Daily Show, zijn dagelijkse latenight talkshow. Nu kennen wij die talkshows (zoals The Tonight Show van Jay Leno) vooral als gladde praatprogramma's waarin de host eerst een paar grapjes maakt en daarna met zijn gasten, vooral Hollywoodsterren, een tot in de puntjes gerepeteerd gesprekje voert. Dat gaat maar half op voor The Daily Show: daar komen ook acteurs langs voor een interview (naast rocksterren als The White Stripes of politici als Bill Clinton), maar in de eerste helft van het programma brengt Stewart samen met zijn team keiharde politieke satire, van de soort waar Belgische tv-makers zich nog nooit aan hebben gewaagd. Nadat hij eerst de gebeurtenissen van de dag van vlijmscherp commentaar heeft voorzien, gaat Stewart - in wat hij zelf als 'fake news' omschrijft - een gesprek aan met zijn 'correspondents', zogenaamde journalisten die als ware kenners duiding geven (wie onlangs in TerZake het hilarische stukje heeft gezien over het jachtongeval van Dick Cheney: dat kwam uit The Daily Show). Eigenlijk ligt de keuze voor de presentator helemaal in de lijn van de Oscarnominaties. Net zoals de kanshebbers voor beste film allemaal op hun manier commentaar leveren op het huidige klimaat in Amerika, is de opmars van Jon Stewart onlosmakelijk verbonden met de komst van George Bush. Stewart nam The Daily Show over in 1999, en met zijn ironische en respectloze aanpak van de verkiezingen in 2000, toen de rechters moesten uitmaken of Gore dan wel Bush president zou worden, raakte hij in het hele land bekend. Sindsdien is Bush een van zijn favoriete schietschijven geworden. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld Michael Moore, die vaak even verwaand en kortzichtig is als zijn tegenstanders, is Jon Stewart meer de cynicus die subtiel de retoriek en leugens van de regering doorprikt. Vooral de oorlog in Irak, die van hem de bijnaam 'Mess O'Potamia' meekreeg, is een goudmijn geweest. Toen Spanje bijvoorbeeld besloot zijn troepen terug te trekken na de aanslagen in Madrid, noteerde Stewart droog dat ' The Coalition of The Willing een Duet of The Stubborn aan het worden is'. De folterschandalen ( 'We don't torture, we freedom tickle', grapte Stewart toen Abu Ghraib in het nieuws kwam), de ondiplomatische aanpak van iemand als Donald Rumsfeld ('Die kerel gedraagt zich echt als een dronkenlap die met een gebroken fles staat te roepen: 'Hey Netherlands, are you looking at me?''), of de eeuwige zoektocht naar de massavernietigingswapens ('We hebben ze gevonden! Eén probleem: ze bevinden zich in Noord-Korea.'): hij gebruikt ze allemaal om de regering-Bush in haar hemd te zetten. Door zijn gevoel voor humor en zijn lef om - in tegenstelling tot de normale nieuwsuitzendingen in de VS - kritiek te spuien, is Stewart de 'golden boy' van links Amerika geworden. Uit onderzoek bleek bovendien dat tijdens de verkiezing van 2000 een vijfde van alle jongeren in Amerika voor hun informatie over de kandidaten in de eerste plaats naar The Daily Show keken én dat die jongeren een stuk beter geïnformeerd waren dan hun leeftijdgenoten. Het leverde Jon Stewart de bijnaam 'the most trusted name in fake news' op, met een ironische knipoog naar het koosnaampje van de legendarische Walter Cronkite, en de komiek stond in de aanloop naar de verkiezing van 2004 op de cover van zowel Newsweek als Rolling Stone. Of Stewart tijdens de Oscaruitreiking even scherp uit de hoek kan komen als in zijn programma, valt natuurlijk af te wachten - de organisatoren houden immers niet van al te politiek getinte humor. Maar de kans is groot dat Bush in het Witte Huis een paar keer ongemakkelijk op zijn stoel zal schuiven. Stefaan Werbrouck