Eerste zin Sinds mijn vroege tienerjaren heb ik alles wat te maken heeft met de universiteit, het 'academische leven', geassocieerd met bepaalde beelden die tot me kwamen, vermoed ik, via het tv-scherm, in het bijzonder via de films van rond 1930 die ze meedogenloos bleven uitzenden toen ik een jong...

Eerste zin Sinds mijn vroege tienerjaren heb ik alles wat te maken heeft met de universiteit, het 'academische leven', geassocieerd met bepaalde beelden die tot me kwamen, vermoed ik, via het tv-scherm, in het bijzonder via de films van rond 1930 die ze meedogenloos bleven uitzenden toen ik een jongen was... Michael Reed leidt een landerig bestaan. Als hoogleraar aan een universiteit in het de Amerikaanse Midwest hoeft hij zich weinig zorgen te maken, ware het niet van die ene blok graniet die dagelijks op zijn geest drukt: vier jaar geleden kwamen zijn vrouw en dochter om bij een ongeluk en hoe hij ook op het verdriet inhamert, de donkere massa lost geen splinter. Dus oefent Reed geduld en heeft hij zijn leven op pauze gezet. Die wachtstand komt in het gedrang wanneer zijn aanstelling opgeheven wordt en de vrijgevochten Flower Cannon zijn leven binnen komt gedanst. Een hippiekind, een celliste annex stripster, een sektelid: Flower lééft en wekt de lendenen. Wijlen Denis Johnson (1949-2017) had geen grootse plot nodig om grootse literatuur te plegen. Zijn bloedmooie stijl, doordrenkt van droefenis en wrange humor, draagt dit adembenemende boek, dat nu voor het eerst in het Nederlands beschikbaar is. Van een verlepte striptease in een casino tot een huilende man in een badkamer: Johnson schrijft scènes waar menig auteur een vingerkootje voor veil zou hebben.