Eerste zin Zestien maanden voorarrest hadden op het voorkomen van Charles Marie Bonaventure du Breil, beter bekend als markies de Rays, geen enkel spoor achtergelaten.
...

Eerste zin Zestien maanden voorarrest hadden op het voorkomen van Charles Marie Bonaventure du Breil, beter bekend als markies de Rays, geen enkel spoor achtergelaten. Op het einde van de negentiende eeuw had markies de Rays grootse plannen. Hij stamde uit een Bretons adellijk geslacht dat zijn stamboom kon natrekken tot in de twaalfde eeuw en dat tijdens de revolutiejaren met grote ogen het familiale slot in de had zien opgaan. Hij betreurde het familiale verval, net zo goed als dat van de katholieke kerk. Waarom dan niet mijn eigen land stichten, dacht hij, ergens aan de andere kant van de wereld, met mezelf als koning en het katholicisme als geestelijk beginsel? En dus zocht hij een eiland dat nog niet door andere landen gekoloniseerd was. Hij vond er eentje, nu deel van Papoea-Nieuw-Guinea, en gaf het de naam la Nouvelle-France. Wat hij niet wist, was dat zowel de Nederlanders als de Britten al een poging ondernomen hadden om er een kolonie te stichten, maar dat ze er snel weer vertrokken waren omdat het er stikte van de malariamuggen, de grond bijzonder rotsachtig en onvruchtbaar was en het er vol zat met kannibalen die verlekkerd waren op 'kai kai', vrij te vertalen als 'lang varken', maar wat net zo goed 'wit varken' had kunnen zijn. In De markies vertelt de Nederlandse juriste en journaliste Eveline Rethmeier het verhaal van de mislukking van Nouvelle-France en van de vele doden die daarbij vielen. Handelde de markies met voorbedachten rade, is de centrale vraag, en wilde hij gewoon veel geld ophalen bij beleggers aan wie hij de grond van zijn toekomstige koninkrijk aanbood aan vijf franc per hectare, of geloofde hij werkelijk in het slagen van zijn project? Jarenlang had hij Antwerpenaar Paul De Groote in dienst, die een krant maakte over de kolonie en er zelfs een boek over schreef met fraaie plaatjes van een schilderachtige baai met nette huisjes en onderhouden tuintjes, terwijl er in realiteit alleen een paar krakkemikkige hutten stonden. Rethmeier schakelt vlot heen en weer tussen het verhaal van de kolonie en dat van de rechtszaak die tegen de markies aangespannen werd. Dat ze een eigen mening over het vonnis heeft, is duidelijk, en als lezer kun je haar daar alleen maar in volgen.