FILM: **** Extra's: **** (FILMARCHIEF)
...

FILM: **** Extra's: **** (FILMARCHIEF) Film. In Vlaanderen werd de debuutfilm van André Delvaux aanvankelijk smalend weggehoond met de flauwe woordspeling 'De man die zijn film niet kon knippen', een idiote verwijzing naar het perfect verantwoorde trage ritme van de prent. In toonaangevende buitenlandse bladen daarentegen wist men niet wat men zag. Michel Cournot noemde de film in de Nouvel Observateur in één adem met Citizen Kane, Pierrot le fou en Salvatore Giuliano. Cournot mag misschien lichtelijk overdreven hebben, veertig jaar na datum blijft De Man die zijn haar kort liet knippen een van de meest vermetele en persoonlijke films die in deze contreien ooit het bioscooplicht zagen. André Delvaux slaagt er wonderwel in de magisch realistische gevoelswereld uit de gelijknamige, niet verfilmbaar geachte roman van Johan Daisne naar het filmmedium te vertalen. Senne Rouffaer brengt een hypnotiserende vertolking als Govert Miereveld, de onbeholpen en overgevoelige leraar die hopeloos verliefd wordt op zijn studente Fran (Beata Tyszkiewicz). Zijn obsessionele queeste drijft hem naar de complete waanzin, iets wat we als toeschouwer geleidelijk ontdekken, want Delvaux creëert met louter filmische middelen een wereld waarin het innerlijke en de gefolterde zielenroerselen van de protagonist verontrustend verstrengeld zitten in de banale werkelijkheid. Groot is de suggestieve kracht van de koele en afstandelijke beelden, wat een memorabele autopsie-sequentie oplevert waarbij de netjes buiten beeld gehouden verrichtingen van de lijkschouwer ook bij de toeschouwer door merg en been gaan. De man die zijn haar kort liet knippen is streng en meedogenloos opgebouwd, ontdaan van alle overbodige franjes en rigoureus gestructureerd rond drie grote 'blokken': de prijsuitreiking op school, de lijkschouwing in open lucht, de confrontatie tussen Miereveld en Fran in een onwezenlijk hotel, gevolgd door een desoriënterende proloog in een psychiatrische inrichting. De geraffineerde zwart-witfotografie van Ghislain Cloquet (een Belg die carrière maakte in Frankrijk en voor Bresson werkte) en de contrastrijke naar Kurt Weill verwijzende score van Frédéric Devreese, versterken de ingetogen expressionistische teneur van de film. Extra's. Bij een Amerikaanse revival in de jaren zeventig riep 'The Los Angeles Times' De Man die zijn haar kort liet knippen uit tot 'one of the major neglected European films of the sixties'. Aan die verwaarlozing komt nu een eind, met dank aan het Koninklijk Belgisch Filmarchief. Zoals in eerdere uitgaven in de reeks Kroniek van de Vlaamse Film 1955-1990 werd de film zelf liefdevol gerestaureerd terwijl de nieuwe documentaire van Focus Knack-medewerker Erik Martens de film in zijn historische en economische context situeert - het gaat om een productie van de BRT die toen nog filmminded was en van geen artistiek risico vervaard. In een mix van archiefopnamen en recente interviews komen de thema's en de stijl van de film aan bod, alsook de affiniteit tussen Delvaux en Daisne, voor wie het magisch realisme een methode was om de hogere waarheid te ontdekken die achter de werkelijkheid zat. Het boekje bij de film bevat ook de laatste lezing van Delvaux in Valencia (hij overleed dezelfde avond) over zijn identiteit als Belgisch cineast en een beschouwing over Johan Daisne en de film van de vorig jaar overleden Michel Apers, de drijvende kracht achter deze dvd-reeks. Patrick Duynslaegher Patrick Duynslaegher