Het leven bestaat vooral uit wachten. Jaren spenderen we met niets doen; uit het raam staren, op perrons uitwaaien, zondagochtenden bij de bakker aanschuiven, in de file de bumperstickers van je voorligger bestuderen - of dat ene telefoontje dat maar niet wil komen, die ene like op Facebook die uitblijft. Wachten, tot je een ons weegt.
...

Het leven bestaat vooral uit wachten. Jaren spenderen we met niets doen; uit het raam staren, op perrons uitwaaien, zondagochtenden bij de bakker aanschuiven, in de file de bumperstickers van je voorligger bestuderen - of dat ene telefoontje dat maar niet wil komen, die ene like op Facebook die uitblijft. Wachten, tot je een ons weegt. Zelfs als je over een 'spannend beroep' beschikt als Jean-Pierre Zeik, inspecteur bij de Gentse moordbrigade, kan de landerigheid ongenadig toeslaan. Zeker als de Gentse moordenaars blijkbaar collectief op vakantie zijn vertrokken. Dus drinkt Zeik nog een koffie met zijn collega's El Bazaz en Broekgat. Of steekt hij nog een sigaret op. Ook de eenarmige commissaris Übertrut krijgt het op zijn heupen van al dat geniks. Doch: geen lijk, geen werk. Gelukkig wordt het team aangevuld met Selma Compas, een vrouw zowaar - geen sinecure in 1961 - die niet op haar mond gevallen is, maar helaas over een te kleine buste beschikt om inspecteur Zeik in vervoering te brengen. Wel overdonderd: inspecteur Broekgat, die zijn tijd verdeelt tussen een kutboek van Harry Mulisch en het manuscript van zijn debuutroman Freddy de mongool. Stapelverliefd wordt hij op Selma Compas, die echter droomt van beter vlees in de kuip en zich ondertussen semi-lesbisch bezighoudt met haar vriendinnen. Nou ja, in het universum van Herman Brusselmans likt elke vrouw graag van beide walletjes, wat handig is als je de fantasieën van je mannelijke personages wilt opleuken. Maar een thriller zonder lijk, dat is als een Brusselmans zonder puntige vergelijking. Dus rinkelt ten slotte, na enkele pagina's gezwam, koffie en sigaretten, toch de telefoon: in een Gents parkje is het lijk van een jong meisje gevonden, niet toevallig een deerne die, naast een adepte van lesbische seks, ook al een tijdje vermist is. Bijzonder aan haar naakte lichaam: de cijfercode die op haar rug gekrast staat. De moordbrigade van Zeik schiet in actie en zet alles op alles om de meisjeskiller op te sporen. Dat onderzoek brengt ons in huiskamers van rijke Gentenaars, in Italiaanse restaurants, en in de dromen van inspecteur Zeik. Wanneer er een tweede lijk opduikt, ook van een meisje, ook van het promiscue slag, ook met enkele nummers op haar rug, heeft inspecteur Zeik zelfs een seriemoordenaar te verschalken. Je kunt niet anders dan gecharmeerd zijn door Brusselmans' eerste thriller. Vooral omdat hij zo openlijk de draak steekt met het genre. De groteske finale alleen al is een absolute bevestiging van de zinloosheid van elk rationeel streven en de bijna beckettiaanse dialogen gaan danig op de lachspieren werken. En stilistisch overklast hij alle hedendaagse Vlaamse thrillerschrijvers, die plots een écht literaire auteur in hun midden moeten dulden. Tuurlijk: Brusselmans blijft Brusselmans. Wie zijn neus ophaalt voor een stortvloed aan anale grappen, moet maar een kutboek van Mulisch lezen. Verheffend is het allemaal niet, maar het schrijfplezier dat van deze parodie spat, is een aangename verfrissing van een genre dat zichzelf maar al te graag bloedserieus neemt. En nu is het wachten op het vervolg, natuurlijk. ZEIK **** Herman Brusselmans, Prometheus, 190 blz., ? 14,95. RODERIK SIXSLEUTELZIN Zeik besloot om maar meteen met de deur in huis te vallen en vroeg: 'Hou je van tafeltennis, Selma?' 'Nee,' zei ze, 'in het geheel niet.' De gesprekken vielen stil.