'HOWARD HUGHES'
...

'HOWARD HUGHES'FILMS GEPRODUCEERD DOOR HUGHES PLUS ZIJN FAVORIETE FILM (ICE STATION ZEBRA). IN FEBRUARI IN HET FILMMUSEUM ANTWERPEN. WWW.MUHKA.BE - % 03 242 93 57Op zijn 19e volgde Hughes zijn overleden vader op als CEO van de Hughes Tool Company, een lucratief bedrijf dat zich toelegde op het leveren van de infrastructuur voor oliewinning en raffinage. Daarmee erfde Hughes een gigantisch familiekapitaal, genoeg om zich voortaan te kunnen wijden aan zijn ware passies: films en vliegtuigen. Een selfmade man - tot zijn eigen frustratie - is Hughes dan ook allerminst, wel een flamboyante rijkeluiszoon die als entrepreneur megalomane fiasco's afwisselde met visionaire ingevingen - als eigenaar van de luchtvaartmaatschappij die later TWA zou heten, ijverde Hughes in de jaren dertig bijvoorbeeld al voor intercontinentale passagiersvluchten. Een anekdote om zijn obscene rijkdom te illustreren? Toen Hughes in Las Vegas woonde en er vaststelde dat geen enkele lokale tv-zender 's nachts films uitzond, kocht hij het plaatselijke tv-station KLAS op en paste persoonlijk de programmering aan. Terwijl het geld uit Texas binnen bleef stromen, trok de jonge Hughes in de zomer van 1924 naar Hollywood om er films te produceren, een hobby die hij tot in 1956 zou uitoefenen. Zijn bekendste wapenfeiten? The Racket en The Front Page, beide genomineerd voor een oscar. The Outlaw (1941), met Jane Russell in een voor die tijd onfatsoenlijk diepe decolleté. En Howard Hawks' gangsterklassieker Scarface (1932), een film die wegens het expliciete geweld een tijdlang in de ban werd geslagen. Hughes zetelde ook twee keer zelf in de regiestoel. Vooral zijn debuutfilm Hell's Angels (1930), een oorlogsdrama met Jean Harlow vol spectaculaire luchtacrobatieën, is nog steeds legendarisch. Niet omdat het zo'n geweldige film was, wel omdat Hughes er uiteindelijk meer dan vier jaar lang aan sleutelde - toen de geluidsfilm in 1927 zijn intrede deed, besloot hij gewoon van voor af aan te beginnen - er 's werelds grootste privé-luchtmacht voor verzamelde en er een toenmalig recordbedrag van 3,8 miljoen dollar in pompte. Decadent, zelfs naar Hollywoodnormen. 'The greatest womanizer of them all', werd de jonge dandy in Tinseltown genoemd. Niet slecht met gesnorde seksmachines als Errol Flynn en Clark Gable als concurrenten. Hughes hield er affaires met tal van beroemde Hollywoodactrices op na, waaronder Jean Harlow, Ava Gardner, Ginger Rodgers, Lana Turner en - last but not least - Katharine Hepburn. Ook minder bekende starlets die door de filmproducent Hughes werden 'ontdekt', belandden volgens de overlevering in de regel met hem in bed. Hoeveel vrouwen hij uiteindelijk tussen zijn twee officiële huwelijken door heeft gehad, kan op een honderdtal na niet worden geschat. Een vlijtig student is Hughes nooit geweest - hij ging liever golfen - en een diploma heeft hij nooit gehaald. Dat belette hem echter niet om in 1934 de Hughes Aircraft Company op te richten. Voor de autodidactische ingenieur en gepassioneerde piloot - hij vloog zelfs lange tijd met een vervalst brevet - ging daarmee een jongensdroom in vervulling. Hughes knutselde het legendarische H-1-vliegtuig ineen, vestigde in 1934 met een van zijn experimentele vliegmachines een nieuw snelheidsrecord en brak in 1938 tot adoratie van de natie ook het vliegrecord van Charles Lindbergh, door in amper drie dagen, 19 uur en 17 minuten de wereld rond te vliegen. Hughes beleefde zijn grootste triomfen in de lucht maar de steenrijke vliegenier ging ook enkele keren keihard op zijn bek. Letterlijk, toen zijn testvliegtuig in 1946 crashte boven Beverly Hills en Hughes bewusteloos, lelijk verbrand en met gebroken ribben uit het wrak werd getild. Figuurlijk, toen hij maar miljoenen bleef pompen in de zogeheten Spruce Goose, een vliegende boot die vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog door het Amerikaanse leger was besteld, pas na de oorlog werd voltooid en bovendien nooit langer dan een mijl in de lucht is gebleven. Eind jaren vijftig viel Hughes definitief ten prooi aan obsessive-compulsive disorder en schizofrenie. De extraverte mediafiguur van weleer verschrompelde tot een paranoïde kluizenaar - hij liet zich de laatste twintig jaar van zijn leven niet meer fotograferen - die overal complotten, moorddadige communisten en schadelijke bacteriën meende te bespeuren. Hughes leidde zijn businessimperium vanuit onverlichte hotelkamers, leefde op een dieet van codeïne en pijnstillers, bewaarde zijn urine in melkflessen, droeg Kleenex-dozen in plaats van schoenen en gebruikte altijd een papieren zakdoekje vooraleer iets aan te raken. Met zijn woeste baard, onverzorgde haren en lange nagels - de kapper werd slechts één keer per jaar binnengelaten - was hij de incarnatie van de excentrieke gek. Nog een geluk dat hij zich niet om hotelrekeningen of inspecties van het management hoefde te bekommeren, want hij had de gewoonte om de hotels of casino's waar hij verbleef gewoon op te kopen. De waanzin kwam niet van de ene op de andere dag. Ook de jonge Hughes hield er al bizarre trekjes op na. Zo stond hij erop om erwten eerst met een speciaal door hem ontworpen vork te meten en in volgorde van grootte op zijn bord te rangschikken en hield hij meestal een hand voor de mond uit angst dat iemand zijn lippen zou lezen. Leonardo DiCaprio doet zijn best om ons in The Aviator 160 minuten lang van het tegendeel te overtuigen, maar de échte Howard Hughes was allesbehalve een sympathieke schelm. Per strekkende meter meisjes neuken die dromen van een Hollywoodcarrière is één ding, als regisseur je stuntmannen de dood injagen ten behoeve van een spectaculair shot is wat anders. Vier piloten hebben de opnames van Hell's Angels niet overleefd. Bovendien was Hughes een businesstycoon die niet de minste tegenspraak duldde, elke gril meteen ingewilligd wilde zien - hij liet ooit 350 dozen ijs met bananensmaak per privé-jet overvliegen om dan te besluiten dat hij liever vanille lustte - en in paranoïde buien zonder verpinken zijn personeel op straat bonjourde. Een archetypische rich bastard dus. 'Dit jaar ga ik een president kiezen die me diep erkentelijk zal zijn en die die erkentelijkheid ook wil erkennen', schreef Hughes in 1968 zonder een zweem van ironie. Hoewel Hughes officieel nooit een politieke functie heeft bekleed, viel zijn macht achter de coulissen nauwelijks te overschatten. De schimmige dossiers opsommen waarin de excentrieke hypochonder een centrale rol speelt, lijkt onbegonnen werk. Enkele uitschieters? Hughes was eigenaar van de privé-eilanden van waaruit de VS in de jaren vijftig en zestig hun raids op Cuba planden. De door Hughes gesponsorde Richard Nixon verloor in 1960 de presidentsverkiezingen nadat was uitgelekt dat zijn broer een 'lening' nooit aan Hughes had terugbetaald. Toen Robert Kennedy in 1968 deze zaak in het geheim onderzocht, werd hij een weinig later in koelen bloede vermoord. Onderzoek toonde aan dat het Watergate-schandaal rechtstreeks kon worden gelieerd aan Hughes - de inbrekers bleken zelfs bij hem in dienst - en Nixons anti-Castro-operaties. En in 1972 haalde Hughes, al een hele tijd gelinkt aan de maffia van Las Vegas, in opdracht van de CIA in het grootste geheim een gezonken sovjetonderzeeër boven. De Howard Hughes Medical Institution heeft een kapitaal van 1,1 miljard dollar en is daarmee één van de grootste filantropische instellingen ter wereld. Dit biomedische instituut werd in 1953 door Hughes opgericht om onderzoek te verrichten naar 'de genese van het leven zelf'. De biografen zijn het er echter over eens dat het instituut aanvankelijk weinig meer was dan een ingenieuze witwasmachine. Hughes wist de rechtszaken wegens fiscale fraude indertijd wel te winnen, maar met een vriendenkring die tot in de politieke, economische en juridische stratosfeer reikt, lijkt dat nu ook weer niet zo'n grootse prestatie. The Aviator is niet de eerste film waarin Howard Hughes als personage wordt opgevoerd. De man dook eerder op in Coppola's Tucker: the man and his dream (1986), in de Disney-avonturenfilm The Rocketeer (1999) én in Melvin and Howard, een tragikomische cultklassieker van Jonathan Demme waarin de oude Hughes een sullige kluns uitkiest als erfgenaam. Bovendien bood Hughes ook inspiratie voor het fictieve personage Willard Whyte, de snoodaard die het in Diamonds Are Forever opneemt tegen James Bond, en voor de stokoude miljonair Montgomery Burns uit The Simpsons. (D.M.) Dave Mestdach