[DE KLASSIEKE SCENE]

De mooiste literaire anekdote over de 19e-eeuwse Russen gaat over Tolstojs tranen bij Tsjaikovski's Eerste strijkkwartet. Helaas is het echt gebeurd, en heeft het hier geen plaats. Ook Toergenjev was een fan van Tsjaikovski, maar het is een stukje Mozart dat we onthouden van Vaders en zonen. In dit meesterwerk schetst Toergenjev leven en liefdes van Bazarov - een 'nihilist' - en zijn bewonderende vriend Arkadi Kirsanov.
...

De mooiste literaire anekdote over de 19e-eeuwse Russen gaat over Tolstojs tranen bij Tsjaikovski's Eerste strijkkwartet. Helaas is het echt gebeurd, en heeft het hier geen plaats. Ook Toergenjev was een fan van Tsjaikovski, maar het is een stukje Mozart dat we onthouden van Vaders en zonen. In dit meesterwerk schetst Toergenjev leven en liefdes van Bazarov - een 'nihilist' - en zijn bewonderende vriend Arkadi Kirsanov. In het bewuste fragment zijn beide heren te gast bij de opzienbarende weduwe Anna Odintsova (op wie Bazarov pijnlijk verliefd zal worden) en haar pianospelende zus Katja Lokteva - het kluitje waarmee Arkadi in het riet wordt gestuurd. 'Katja liep met tegenzin naar de piano; en hoewel Arkadi inderdaad van muziek hield, volgde hij haar ook met tegenzin; hij had de indruk dat mevrouw Odintsov hem wegstuurde, en net als bij alle jongelui van zijn leeftijd, voelde hij in zijn hart een vage en kwellende pijn die veel weg had van ontluikende liefde. (...) Katja haalde de sonate-fantasie in c-klein van Mozart tevoorschijn. Ze speelde heel goed, zij het wat stijfjes en droog. Met haar ogen strak op de muziek gericht en met opeengeklemde lippen zat ze onbeweeglijk en rechtop en pas tegen het slot van de sonate begon haar gezicht te gloeien en viel er een losgeraakt haarlokje over haar donkere wenkbrauw. Arkadi was vooral getroffen door het laatste deel van de sonate, het deel waar midden in de betoverende vrolijkheid van de zorgeloze melodie, plotseling vlagen van een bittere, haast tragische smart doorklinken... Maar de gedachten die Mozarts klanken in hem wekten, hadden geen betrekking op Katja.' Een mooie soundtrack kiest Toergenjev bij de ogenschijnlijk banale, diep snijdende gebeurtenissen. Alleen schijnt hij het niet volledig te beseffen. Neem er even het bedoelde sonatedeel bij, het Assai allegro uit Mozarts enige sonate in do klein - en volgens velen zijn mooiste. Wie hierin 'betoverende vrolijkheid' hoort, mag het zeggen. En verder voorgoed over muziek zwijgen. Dit is doffe, zij het gestileerde ellende. Een elegant oppervlak dat de tragiek eronder niet kan verhullen - precies wat de muziek zo geschikt maakt voor deze scène. Overigens is het merkwaardig hoe Mozart hier dergelijke donkere diepten aanboort; de sonate is een exacte tijdgenoot van het toch montere Pianoconcerto in Bes KV 456 en is opgedragen aan een leerlinge, de dochter van uitgever Trattner. Dat Toergenjev van de 'sonate-fantasie' spreekt, komt doordat de Sonate KV 457 samen werd uitgegeven met de ook al sinistere Fantasie KV 475, die in dezelfde toonaard staat en er allicht één geheel mee vormt. Elisso Virsaladze (Live Classics)