Je vorige film, een remake van griezelklassieker 'The Wicker Man', kon niet op veel bijval rekenen. Sterker nog: veel mensen haten die prent met passie.

Neil LaBute: Het was nochtans een fantastisch project om aan te werken. De producenten hadden me carte blanche gegeven, en ik mocht het originele uitgangspunt helemaal op zijn kop zetten. Vandaar dat ik voor die vreemde mix van oneerbiedige taferelen en omineuze spanning koos. Toen het eindresultaat in de zalen belandde, reageerde het publiek echter ongelooflijk hardvochtig. Plots leek het alsof ik iedereens favoriete horrorfilm had verkracht. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt - en geloof me, ik ben wat gewoon. (Lacht)

Zoals de onophoudelijkebeschuldigingen dat je een vrouwenhater bent?

LaBute: Dat achtervolgt me nu al jaren. Net daarom liet ik in mijn versie van The Wicker Man Nicolas Cage een vrouw in het gezicht slaan. Dat beeld leek me het toppunt van misogynie.

Zag je met 'Lakeview Terrace' je kans schoon omhet thrillergenre op zijn kop te zetten?

LaBute: Toen het project van de grond kwam, ging het om een klassieke thriller met een raciale ondertoon. Het leek de geldschieters geen slecht idee om dat laatste element verder uit te diepen. Omdat ik bekend sta als iemand die taboes niet schuwt, kwamen ze bij mij uit. Ik blijf hen enorm dankbaar. Dit soort stekelig materiaal wordt al te vaak glad gepolijst om een zo groot mogelijk publiek te kunnen bereiken.

Vind je het niet moeilijkom die taboeonderwerpen met je cast te bespreken?

LaBute: Je moet ongelooflijk open durven te zijn. In mijn stukken en films doen de personages elkaar verschrikkelijke dingen aan. Als ik daar niet eerst uitvoerig met mijn cast over praat, komen we nooit tot een geloofwaardig resultaat. Natuurlijk waren er tijdens de voorbereidende gesprekken ongemakkelijke momenten - de rassenkwestie blijft ongelooflijk netelig - maar die hebben alleen maar bijgedragen tot de kracht van de film.

Denk je nooit: dit gaat écht te ver?

LaBute: Het is en blijft film. In cinema heb je de vrijheid om je personages woorden in de mond te leggen die je zelf nooit zou zeggen. Dat zoiets ongemakkelijke situaties oplevert, interesseert me geen jota. Zolang het eindresultaat maar geloofwaardig is. Om die reden is The Exorcist nog steeds een van mijn favoriete films. William Friedkin nam rustig de tijd om zijn personages voor te stellen, dat is de enige manier waarop je het publiek bij het verhaal kan betrekken.

Volgens mij denken de meeste filmmaatschappijen daar tegenwoordig anders over.

LaBute: De business draait inderdaad meer en meer om volume. Personages worden tot één duidelijke karaktertrek herleid, het verhaal wordt vervangen door een opeenstapeling van set pieces en stunts moeten steeds indrukwekkender ogen. Zo creëer je een Pavlovpubliek dat geen interesse meer toont in ongewone verhalen en moeilijke thema's.

Hoop je op verbetering?

LaBute: Ik ben in ieder geval bezig met een stille revolutie door de verwachtingen van de kijker niet in te willigen. Het Amerikaanse publiek durft wel eens te applaudisseren als er iemand neergeknald wordt. Daarom vind ik het net mijn taak om een dergelijke scène zo in beeld te zetten dat de kijker niet meer weet hoe hij moet reageren.

Reageren je producentenaltijd even positief op zulke subversieve ingrepen?

LaBute: Soms tonen ze zich van hun moedigste kant en staan ze oprecht achter mijn tegendraadse keuzes. Maar op andere momenten zijn ze dan weer op hun hoede en grijpen ze in. Een voorbeeld: toen ik mijn eerste cut van Lakeview Terrace afleverde, bevatte deze geen score. Omdat dat de money men net iets te ver ging, huurden ze componisten Mychael en Jeff Danna in. Die beslissing betreur ik nog steeds. Ik weiger te geloven dat je de kijker expliciet moet duidelijk maken dat er iets spannends aan het gebeuren is. Maar goed: films maken is en blijft een spel van geven en nemen.

Door Steven Tuffin