Anno 1984 is Michael Mann nog maar een debutant. Zwaar aangedaan door het commerciële fiasco van zijn eerste twee bioscoopfilms ( Thief en The Keep) keert hij met hangende pootjes terug naar de televisie, zijn eerste broodwinning (begin jaren 70 schreef hij episodes van Starsky and Hutch). Hij wordt executive producer voor de nieuwe serie die Anthony Yerkovich creëert voor NBC. Het onderwerp van Miami Vice: twee agenten die in de drugshoofdstad van de USA in het cocaïnewereldje infiltreren om de grote dealers te klissen. Volgens de legende stopte de intussen overleden NBC-baas Brandon Tartikoff Mann een papiertje toe waarop hij 'MTV cops'gekrabbeld had. Meteen is de trendgevoelige toon gezet. Mann bepaalt tot in de geringste details de look en de extravagante stijl van de serie, die loopt van 1984 tot 1989.

De regisseurs volgen elkaar op, maar ze moeten zich plooien naar Manns strikte visuele schema's. Pasteltinten in plaats van felle kleuren, overvloedige blauwe filters, aandacht voor de opgewaardeerde art-decomijlpalen van de stad, alsook voor de oprukkende nieuwe bouwstijl: postmodernisme, gematigd met een Latijns-Amerikaans surrealistisch element. Het paradepaardje van die trend, het Atlantis-flatgebouw van Arquitectonica dat is doorboord door een enorme vierkante opening die de azuurblauwe lucht omkadert, figureert dan ook prominent in de wervelende begingeneriek van Miami Vice. Naast de intussen iconische beelden van met hun vleugels wapperende roze flamingo's, gestroomlijnde speedboats die schuimende oceanen doorklieven, met hun kont swingende zongebruinde bikini babes. Dit alles vrolijk gemonteerd op de obsederende synthesizer-riff van het Miami Vice-thema, waarmee Jan Hammer het geratel van machinegeweren simuleert.

Deze politiejongens dragen geen jeans en vuile T-shirts, maar showen trots hun Armani-garderobe. Don Johnson bij voorkeur in wit linnen jasje, stoppelbaard en mocassins zonder sokken. Zijn zwarte partner Philip Michael Thomas moet het minder van bestudeerde nonchalance hebben: in zijn keurige maatpakken is verfijnde elegantie troef.

En dan is er natuurlijk ook de muziek die zo veel mogelijk de dialogen vervangt en de episodes een hoog videoclipgehalte geeft. De pop en rockhits du jour worden regelmatig integraal gemonteerd op de flitsende actie of sightseeing. De beelden van de twee agenten in hun zwarte Ferrari Daytona Spyder op de tonen van Phil Collins' In the Air Tonight werden zowat het visitekaartje van de cultserie. Om de wekelijkse routine te doorbreken laat Mann ook beroemde gaststerren opdraven, vaak in verrassende gedaante: Miles Davis als een pooier, Leonard Cohen als de baas van Interpol, Julia Roberts als een maffia-maîtresse, James Brown als een sekteleider geobsedeerd door de nakende invasie van aliens.

Manns keuzes in kleuren, kleren, auto's, licht, decor en muziek leveren iets op wat nooit eerder vertoond was op tv: een explosie van stijl om de stijl. De vormgeving werd de ster. Soms leek het ook wel één lange reclamespot voor het witte goedje dat in het Reagan-tijdperk zo werd aanbeden. En ondanks het zonovergoten hedonisme was Miami Vice voor zijn tijd behoorlijk donker en wreed. Alleen werd het nihilisme zo cool geserveerd dat je bijkans de ijsblokjes hoorde klotsen.

Wat de serie aanvankelijk zo hip maakte, werd in latere seizoenen ook ongewild karikaturaal. Vice ging ten onder aan dwaze cameo's en foute kleren. 'De laatste jaren waren gewoon crap', zegt Michael Mann nu zelf. 'Ik was een slechte executive producer. Na twee jaar was ik er zelf op uitgekeken.'

P.D.