J.M. Coetzee, Cossee (originele titel: The Childhood of Jesus), 320 blz., ? 19,90.
...

J.M. Coetzee, Cossee (originele titel: The Childhood of Jesus), 320 blz., ? 19,90. Ze komen uit een ver land, David en het kind Simón, en na een ontluizingsperiode in het opvangcentrum Belstar mogen ze de stad Novilla binnen. Het zijn niet hun echte namen, David en Simón, die hebben ze moeten achterlaten in Belstar, samen met hun verleden. Noch zijn ze vader en zoon; hun band is gebaseerd op wreed toeval - ze kwamen elkaar tegen op de boot, het kind was in nood en David reikte hem de hand. Novilla is een barmhartige plek. Ondanks het eentonige dieet en de immer knagende honger heet de stad de nieuwkomers welkom. David mag meteen als sjouwer aan de slag in de haven, het duo krijgt een sobere flat toebedeeld, de buren zijn behulpzaam doch gereserveerd. Alles is voorhanden in Novilla, alleen zijn de zeden er kil, ontdaan van elke heftige emotie: fysieke liefde is onkies geworden en de ratio overheerst - zelfs de meest nederige havenarbeiders volgen er cursussen filosofie. Terwijl David moeite heeft om zijn lusten te onderdrukken - hij hunkert naar de liefde van een vrouw - heeft hij zichzelf tot taak gesteld om Simón van een moeder te voorzien. Die vindt hij in een flits. Tijdens een uitje stuit het vreemde duo op een villa met aanpalend tennisterrein, en daar ziet David haar: Inés, een rijkeluisdame die niets materieels mankeert maar, zo vermoedt David, een knagend moederhart heeft. Het vergt wat overtuiging, maar Inés aanvaardt Simón als een koekoeksjong. Want een vreemde vogel is Simón wel: bijzonder intelligent, leergierig maar ook eigenzinnig en rotverwend. Zijn karakter botst met het rigide schoolsysteem en deportatie naar een speciale school dreigt. David en Inés gaan het gevecht aan met de bureaucratie, maar verliezen voorspelbaar en slaan op de vlucht. Ondertussen begint Simón zich almaar vreemder te gedragen; hij beweert dode paarden weer tot leven te kunnen wekken, ziet getallenconstructies achter sterrenstelsels en ronselt backpackers en een dokter als zijn broeders. Vreemd om te zeggen van iemand die al een Nobelprijs en twee Bookers op zijn naam heeft staan, maar J.M. Coetzee maakt met zijn nieuwe roman een sprong voorwaarts. Vooral zijn opgefriste taalgebruik valt op; het is helder en tegelijk mysterieus, alsof er zich een bedrieglijke lichtheid tussen de woorden heeft genesteld. Ook het verhaal zit stevig in elkaar; de parabel doet denken aan het betere werk van José Saramago en raakt naast de vluchtelingenproblematiek ook onze fantoomeconomie en onze westerse obsessie met de ratio aan. Vernuftig laat Coetzee de lezer voelen hoe het is om een buitenstaander te zijn, een uitzondering op de regel en waar nodig legt hij de vinger op de wonde - niet door bruut geweld te gebruiken zoals in Wachten op de barbaren, maar geniepiger, door de psychologische terreur van geveinsde goedwilligheid aan de kaak te stellen. Beter dan dit krijg je boeken niet. RODERIK SIXSLEUTELZIN Ik zie geen groter beeld, geen verhevener plan. Het is alleen maar consumptie.