In 1899 vertrekt Joseph Lippens met een expeditie naar Congo-Vrijstaat om er zijn vader op te sporen. Die laatste is de beste ivoorhandelaar van Leopold II, maar sinds enige tijd is van hem niets meer vernomen. Op een avond in d...

In 1899 vertrekt Joseph Lippens met een expeditie naar Congo-Vrijstaat om er zijn vader op te sporen. Die laatste is de beste ivoorhandelaar van Leopold II, maar sinds enige tijd is van hem niets meer vernomen. Op een avond in de brousse vliegt er een vreemde kever in Josephs oor. Het is het begin van een mentale en fysieke calvarietocht voor de hele expeditie. Lippens botst niet alleen op een bevreemdende fauna en een lokale bevolking die hij niet wil leren begrijpen, maar in zijn koortsdromen duikt ook Leopold II op als eigenaar van de Vrijstaat en als een tweede vaderfiguur. De kever en de koning verwijst hier en daar naar Arsène Schrauwen, het magistrale, doldwaze Congo-epos van Olivier Schrauwen, maar is door de ernstiger toon de eerste Vlaamse strip die de waanzin van de kolonisatie frontaal aanvalt. Tekentechnisch getuigen Vande Voordes pagina's van een beheerste pracht. Met zijn kleurpotloden roept hij de verzengende hitte van de tropen op alsof hij er jarenlang gewoond heeft. Enige minpuntje: een wat amateuristisch aandoende lettering.