Mael & Bauza
...

Mael & Bauza Dupuis (collectie Vrije Vlucht), 80 blz.,euro15,5Maël, alias Fransman Martin Leclerc, stond bij ons al een tijdje op de zwarte lijst van te mijden auteurs. Met zijn onvoldragen gekrabbel in het tweeluik Miltons dromen had hij immers de artistiek verantwoorde carrosserie van de mythische auteurscollectie Vrije Vlucht een flinke deuk toegebracht. In De inkt van toen komt de man toch al wat overeind zodat hij over enkele decennia misschien op amnestie mag hopen. De relatieve verbetering is echter voor een groot deel toe te schrijven aan het trage initiatieverhaal van Antoine Bauza. Die voert een rondreizende kalligraaf op in een vaag middeleeuws Japan. De kunstenaar ontdekt toevallig het schildertalent van een meisje in een klein dorpje en neemt haar onder zijn hoede. Samen trekken ze naar Edo, waar de kalligraaf graag een leermeester voor haar wil vinden. Bauza neemt zijn tijd om de kalligraaf en het meisje elkaar te laten besnuffelen. De kunstenaar put kracht uit de onstuimige jeugd van het meisje, terwijl zij de verwevenheid van kunst en leven van hem leert. Als het meisje later zelf schilder is, zoomt Bauza in op de emotionele perikelen die een kunstenaar kan tegenkomen. De kalligraaf kan zijn werk als mentor dan alsnog afmaken. Maëls tekeningen missen nog af en toe expressie. Zeker de gezichten van de personages lijken soms onveranderlijke maskers, maar de portretten en decors zijn trefzeker genoeg om de vertelling niet in de weg te lopen. Zijn bewust beperkte kleurenpalet bestaat vooral uit aardkleuren: van grijs tot bruin met wat vaalgroen. Elders zou dat een te slappe indruk maken, maar in De inkt van toen legt het een nostalgische filter over de tekeningen. Bovendien sluiten Maëls aquarellen qua kleur aan bij de typische waterverfschilderingen uit het Oosten. Twintig jaar geleden, bij het begin van de auteurscollectie Vrije Vlucht, zou dit een prima boek geweest zijn. In 2009 blijkt Maëls grafische vaardigheid echter te beperkt om met de groten mee te doen. Ook een limiet van tachtig bladzijden voor zo'n bedachtzaam verhaal doet ouderwets aan. Om dit verhaal wat meer diepgang te geven, zou je tegenwoordig haast het dubbele aantal pagina's verwachten. 'Verdienstelijk' is met andere woorden het perfecte eufemisme voor dit boek. Gert Meesters