'The gangster is the no to that great American yes', schreef Robert Warshow al in 1948 in zijn beroemd essay The Gangster as Tragic Hero. De meeste Amerikaanse gangsterfilms tonen inderdaad de keerzijde van de American Dream: immigranten die in de States alles behalve het Beloofde Land vinden, maken er desnoods met illegale middelen toch maar hun paradijs van.
...

'The gangster is the no to that great American yes', schreef Robert Warshow al in 1948 in zijn beroemd essay The Gangster as Tragic Hero. De meeste Amerikaanse gangsterfilms tonen inderdaad de keerzijde van de American Dream: immigranten die in de States alles behalve het Beloofde Land vinden, maken er desnoods met illegale middelen toch maar hun paradijs van. De immigrantenstroom telde natuurlijk ook veel Ieren, maar toch blijft deze bevolkingsgroep merkwaardig ondervertegenwoordigd in de misdaadfilms van Hollywood. Geef de Italianen maar de schuld. Want niet alleen staan zij aan de top van de criminele hitparade, de Italianen bezorgden de georganiseerde misdaad ook zijn meest rijkelijke en herkenbare iconografie. Van de originele Scarface (gebaseerd op Al Capone) tot Martin Scorseses kroniek over Little Italy ( Mean Streets), Francis Coppola's Godfather-trilogie en de Sopranos. Joodse gangsters nemen de tweede positie in (denk aan Once Upon a Time in America, Bugsy, Billy Bathgate) terwijl Ierse criminelen slechts met mondjesmaat worden opgevoerd ( Miller's Crossing, State of Grace, The Cotton Club). Hun grootste epos ligt nog in het verschiet: Gangs of New York (begin volgend jaar bij ons in de bioscoop), waarin Scorsese op grote schaal de bendeoorlogen tussen de diverse etnische bevolkingsgroepen in het midden van de negentiende eeuw reconstrueert. Toch was het aandeel van de Ieren in het illegale ondernemersschap niet te onderschatten. Vanaf de jaren 1890 domineerden de Ieren het illegaal gokken (ze importeerden de weddenschappen op paardenraces uit hun thuisland) en tijdens de Drooglegging kwam daar de clandestiene dranksmokkel bij. Vanaf de jaren twintig waren de Ieren goed vertegenwoordigd in het corrupte stadsbestuur van Chicago, dé criminele hoofdstad tijdens de Prohibitie. Ze liepen echter minder in de kijker omdat senaatshoorzittingen en FBI-afluisteroperaties zich jarenlang toespitsten op Italo-Amerikanen. De Ieren hadden ook niet de charismatische figuren van hun Italiaanse spitsbroeders. Volgens Max Allen Collins, auteur van de strip Road to Perdition waren de Ieren aanmerkelijk minder kleurrijk en flamboyant dan de opera-achtige Italianen en raakten ze sneller geassimileerd. Wat hen allemaal minder aantrekkelijk maakte voor Hollywood. De echte Al Capone was vast niet de oppermachtige misdaadkoning die de kranten en later de entertainmentindustrie ervan maakten maar hij gaf persconferenties en wist zichzelf te verkopen. (P.D.)