Met Brief Encounter, Great Expectations en Lawrence of Arabia heeft Sir David Lean maar liefst drie titels in de tijdloze top 10 van het British Film Institute. Met recht en reden wordt Lean aanzien als een van Blighty's belangrijkste regisseurs en hadden het lot en zijn gezondheid er niet anders over beslist, dan kon aan dat lijstje misschien ook zijn laatste project Nostromo worden toegevoegd.
...

Met Brief Encounter, Great Expectations en Lawrence of Arabia heeft Sir David Lean maar liefst drie titels in de tijdloze top 10 van het British Film Institute. Met recht en reden wordt Lean aanzien als een van Blighty's belangrijkste regisseurs en hadden het lot en zijn gezondheid er niet anders over beslist, dan kon aan dat lijstje misschien ook zijn laatste project Nostromo worden toegevoegd. Hoewel Lean na Lawrence of Arabia - in 1962 dus - al met de gedachte flirtte om Joseph Conrads gelijknamige roman te verfilmen, duurde het tot begin jaren 80 en het voltooien van A Passage to India voor zijn plannen concreet werden. Zeven jaar lang sleutelde Lean met verschillende scenaristen aan verschillende versies van het script, terwijl roemruchte namen als Steven Spielberg, Alec Guinness, Marlon Brando en Peter O'Toole kwamen en gingen. Helaas zou Nostromo finaal te zwaar blijken voor de grand old man van de Britse cinema, die zijn gezondheid zag tanen en op 16 april 1991 - zes weken voor de opnames zouden beginnen - op 83-jarige leeftijd aan longkanker overleed. Het moge duidelijk zijn. De geschiedenis van Leans ultieme project is bijna even lang en getormenteerd als het vuistdikke materiaal waarop het is gebaseerd. Dat was de in 1904 en oorspronkelijk in episodes verschenen roman van Joseph Conrad, wiens modernistische meesterwerk Heart of Darkness eerder al aan de basis lag van de Vietnamklassieker Apocalypse Now. In Nostromo vertelt Conrad over een integere Italiaanse zeeman die in de mijnwerkersstad Sulaco betrokken raakt bij een plan om zilver uit het fictieve Zuid-Amerikaanse staatje Costaguana te smokkelen. Hoewel het de favoriete roman van F. Scott Fitzgerald was, kon de eerste lezing Lean niet overtuigen. 'Ik heb eerst tweehonderd pagina's lang tegen de slaap moeten vechten', bekende hij in zijn dagboeken. Toch beet Lean, die zijn regiecarrière in 1942 was begonnen met de oorlogsklassieker In Which We Serve, zich in het bronmateriaal vast met de grote ambitie er geen deugdelijk ouderwets, maar een modern epos van te maken. Onder zijn avontuurlijke bovenlaag laat het verhaal zich namelijk lezen als een kritiek op het globale kapitalisme, met Nostromo als de buitenstaander die in een lokale onafhankelijkheidsstrijd terechtkomt die hem uiteindelijk zijn faam, fortuin en zelfs zijn leven kost. Om zijn ambities te realiseren, sloeg Lean de handen in elkaar met toneelschrijver Christopher Hampton, die de BBC eerder tevergeefs had voorgesteld een tv-serie van Nostromo te maken. Anderhalf jaar werkten hij en Lean intensief samen in een riante studio in de Londense Docklands, terwijl er door Leans assistenten in Mexico intussen vlijtig naar geschikte locaties werd gezocht. Na enkele maanden schrijven en schrappen begon Lean ook met de casting, waarbij hij voor de titelrol zijn oog liet vallen op de onbekende Griekse acteur Georges Corraface. Blijkbaar had die zo'n diepe indruk gemaakt dat Lean hun eerste ontmoeting zelfs vergeleek met de screentest van Omar Sharif voor Lawrence of Arabia. 'Alleen', zo herinnert Hampton zich, 'bleek Lean uiteindelijk ontevreden met de beelden, waarop hij zijn cameraman stante pede ontsloeg.' Op ongeveer hetzelfde moment maakte ook een ander spilfiguur zijn intrede op de Nostromo-bühne, met name blockbusterwonderkind Steven Spielberg. Die had besloten de opnames van zijn eigen avonturenepos Empire of the Sun tijdelijk uit te stellen om met de steun van Warner Brothers voor zijn idool Lean als uitvoerend producent op te treden. Meteen overhandigde Spielberg de oude meester zijn opmerkingen omtrent het voorlopige script, al was dat buiten de autocratische Lean gerekend. 'Lean had een meeting met Spielberg in L.A., maar door de talloze notities kwam hij geïrriteerd terug', zo vertelt Hampton. 'Hij kon het niet geloven. Lean dacht dat hij een galante geste maakte door Spielberg het script te geven, maar hij had nooit verwacht dat die daarover ook een kritische mening zou hebben.' In een memo op datum van 12 februari 1987 schreef Spielberg aan Lean: 'Ik zou Nostromo graag zien als een praktische held. Het zou een blunder zijn om hem in een Conradroman te zien rondzwieren als Errol Flynn. Dat zou belachelijk zijn, maar een beetje subtiele, gerechtvaardige heroïek is - denk ik - absoluut noodzakelijk om van hem een interessante leading man te maken.' Toen de voortvarende Spielberg op zijn beurt aan Lean vroeg wat hij van het scenario van Empire of the Sun vond, hield die de lippen stijf op elkaar. 'Omdat hij het complete bullshit vond', aldus Hampton. Aangezien er ondertussen maar weinig progressie werd gemaakt, stelde Hampton in augustus 1987 voor om een pauze van zes maanden in te lassen, ook al omdat hij in de tussentijd graag het script van Dangerous Liaisons wilde schrijven. Toen dat laatste was gebeurd, hoefde Hampton, ondanks Leans belofte, echter niet meer terug te keren. Met Robert Bolt had hij inmiddels al een andere scenarist ingehuurd. Bovendien leek het momentum definitief voorbij. 'Warner wilde eerst maar vijftig procent van het budget ophoesten', aldus Hampton. 'Lean dacht: als het zo zit, kunnen ze de boom in. We vinden elders wel het nodige geld.' Dat was echter buiten Steven Spielberg gerekend, die er op zijn beurt stilletjes van onderuit muisde. Officieel om de creatieve meningsverschillen, officieus om de aanhoudende financiële onzekerheid. Gelukkig voor Lean wilde Serge Silberman - de ervaren Franse producent van onder meer Bob le Flambeur, Ran en verschillende Buñuelklassiekers - de riskante productie overnemen. Toch ondervond ook hij algauw dat Conrads complexe roman zich niet zomaar naar het witte doek liet vertalen. Na tal van nachtelijke schrijfsessies en nog meer verhitte discussies schreef Lean: 'Ik heb het vage gevoel dat ons script niet tegemoetkomt aan Conrads wonderlijke ideeën. We hebben tal van mooie, gewichtige scènes - alleen hangen ze met een flinterdun draadje aan elkaar.' Toen de gezondheid van zijn coscenarist Bolt begon te tanen, besloot Lean het script in zijn eentje af te werken, weliswaar met assistentie van Maggie Unsworth, die hem eerder had geholpen met Oliver Twist, Great Expectations en Brief Encounter. Tientallen scriptversies en twee jaar later hadden ze eindelijk het finale script klaar, met de juiste balans tussen drama, avontuur, romantiek en politiek. Alleen was de gezondheid van de inmiddels 81-jarige regisseur zo sterk achteruitgegaan dat het productieteam voor hem een verzekeringspolis van maar liefst vier miljoen dollar moest afsluiten. Ondertussen was het budget gezwollen van 30 tot 46 miljoen dollar, wat rekening houdend met de inflatie vandaag op om en bij de 120 miljoen dollar zou neerkomen. Dat kwam deels door de onmogelijk hoge verzekeringspolissen, maar ook door nieuwe problemen. Zo waarschuwde production designer Ulli Picard in een verhitte brief aan Silberman: 'We worden gedwongen om te beginnen filmen terwijl verschillende problemen nog steeds onopgelost zijn. Ik ben niet pessimistisch, maar realistisch.' Geen wonder dat ook bij Silberman de twijfel toesloeg en hij er zelfs mee dreigde om de set te verlaten. 'Ik ben niet gechoqueerd, maar gedeprimeerd', schreef hij in januari 1990 aan Lean. 'Ik ben emotioneel uitgeput en diep bedroefd omdat al onze inspanningen voor niets zijn geweest. Ik heb alle zin en enthousiasme om de film te maken verloren.' Ook de casting liep trouwens stroever dan verwacht, en dat niet alleen omdat een Nostromo die ook voor de Amerikaanse investeerders acceptabel was, niet eenvoudig te vinden bleek. Hoewel Dennis Quaid, Isabella Rosselini, Klaus Maria Brandauer en Irene Papas toegezegd hadden, bleef Lean hopen om Marlon Brando aan de cast toe te voegen. 'Hij had met Brando gepraat om de rol van meedogenloze gangster te spelen en Brando vertelde hem geïnteresseerd te zijn', herinnert Hampton zich. 'Het probleem was dat hij Lean aan het lijntje hield, net zoals toen hij was gepolst voor de titelrol van Lawrence of Arabia.' Uiteindelijk ging Lean zo snel achteruit dat hij niet langer zijn bed uitkon. 'Ik denk vaak na over de dood', schreef hij begin 1991 in zijn notities. 'Gisteren vloog er een stel ganzen voorbij mijn raam. Het was half donker en ik zag ze niet eens, maar ik hoorde het klappen van hun vleugels, als een prachtige maar doembeladen litanie.' Hoewel Lean dat beeld met de ganzen graag als eindshot in zijn film wilde integreren , zou het nooit zover komen. Op 16 april 1991 overleed hij aan longkanker, gebroken en gefrustreerd over het feit dat hij Nostromo niet tot leven had kunnen wekken op het witte doek. Niet zozeer zijn eigengereide gedrag had hem van zijn cast en crew vervreemd, vooral zijn obsessieve drang naar perfectionisme had ervoor gezorgd dat de opnames te vaak en te lang waren uitgesteld. 'Ik denk dat Lean bang was van de politieke ondertoon', meent Hampton. 'Zo heeft hij het personage van de laffe Joodse koopman Hirsch geschrapt, omdat hij na Oliver Twist van antisemitisme beschuldigd werd en dat geen tweede keer wilde meemaken.' Bovendien ziet Hampton nog een andere meer prozaïsche reden voor Leans falen. 'Lean had geld uit Hollywood nodig voor een verhaal dat zegt dat kapitalisme de bron is van alle kwaad. In het huidige Hollywood is dat geen populaire boodschap.' Of: hoe niet alleen het fictieve personage Nostromo, maar finaal ook de Britse epenmeester David Lean sneuvelde op het altaar van geldzucht en ambitie. DOOR DAVE MESTDACH