Zaterdag 15/9, 20.30 - vtm. Felix Van Groeningen, B 2008
...

Zaterdag 15/9, 20.30 - vtm. Felix Van Groeningen, B 2008 De tijd dat er met leedvermaak op de Vlaamse film geproost werd, ligt al een poos achter ons. Tegenwoordig knallen de champagnekurken welgemeend, al zijn feestbubbels nu niet het meest gepaste nat bij De helaasheid der dingen, de prachtige verfilming van de even ontroerende als hilarische semi-autobiografische roman van Dimitri Verhulst. Zowel aan boek als film hangt een fikse bierlucht. 'Gij zijt ne Strobbe, maar wel ne andere', voegt Celle (Koen De Graeve) diep in de film in kleurrijk Oilsts zijn 13-jarige zoon Gunther toe. Het is een van Celles zeldzame momenten van nuchtere bezinning, een waarin deze trotse outcast en mislukte postbode voor één keer niet dreigt om zijn knul met blond nektapijt (Kenneth Vanbaeden) een muilpeer te verkopen. Voor het eerst beseft hij dat die kleine zich probeert los te rukken van het destructieve milieu waarin hij opgegroeid is: dat van zijn zuipende pa en dito nonkels, wilde en luide bonken met het vuur van balorige anarchisten. Nochtans heeft deze best charmante bende, die bij Gunthers grootmoeder inwoont, voor onweerstaanbaar grappige en straffe momenten gezorgd. Zoals een spontaan feestje met een Iraanse buur rond idool Roy Orbison, een wedstrijd naaktfietsen of het alcoholisch naspelen, inclusief het zich bergop zuipen, van de Ronde van Frankrijk. Maar de lach maakt dus regelmatig plaats voor ontnuchterende schaamte. Dit tragikomische portret van het zotte en zatte marginale Vlaanderen van de jaren tachtig toont ook de keerzijde van dat liederlijke bestaan in de rotzooi. 'Herinnering is de troostende stuiptrek van een leven, een hogere soort van nageboorte', schrijft Verhulst ergens in zijn roman. Juist dat zinnetje kun je als de benzine beschouwen van deze derde langspeelfilm (na Steve + Sky en Dagen zonder lief) van Felix Van Groeningen: heel dit in bijzonder sfeervolle flashbacks vertelde verhaal draait om de melancholie en de wrange poëzie van de herinnering. Dat terugblikken gebeurt door de volwassen Gunther, net op het moment dat hij zelf vader gaat worden en hij zich als schrijver probeert te lanceren. Het is een raamvertelling die Van Groeningen zelf verzonnen heeft via een soms wat pedante literaire voice-over - het enige minpuntje van de film. De helaasheid der dingen is daarom veel meer dan zomaar een kroniek over een stukje Vlaamse folklore dat vegeteert tussen betonbanen, sanseveria's, ranzige krochten vol ouderwets behangpapier en kroegen waarin een rondedans wordt ingezet op het brallende ritme van de carnavalschlager. Want ondanks het grimmige sarcasme, het rauwe groteske en het uitzinnige komische sluipt er een tedere noot in dit bijzondere opgroeiverhaal. Het zijn stemmingen die Van Groeningen telkens schitterend subtiel en met veel filmische schwung weet te vatten. Om de Strobbes te parafraseren: hij is een meester in het zich een stuk in zijn kloten filmen. LUC JORIS