In De Flandriens had Michel Wuyts een dubbele agenda: terwijl hij enkele van de beste Vlaamse wielrenners hun heroïsche exploten in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix liet navertellen, peuterde hij heimelijk de korstjes van oude wonden los en rakelde hij de rivaliteiten van vroeger weer op. Dat hij hetzelfde concept ook op het veldrijden zou toepassen, stemde ons wielerhart al op voorhand blij: het leven van de dwangarbeiders van de modder draait immers nog meer dan dat van hun collega's op de weg om fel uitgevochten duels en jarenlang sluimerende vetes, nog aangewakkerd door ...

In De Flandriens had Michel Wuyts een dubbele agenda: terwijl hij enkele van de beste Vlaamse wielrenners hun heroïsche exploten in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix liet navertellen, peuterde hij heimelijk de korstjes van oude wonden los en rakelde hij de rivaliteiten van vroeger weer op. Dat hij hetzelfde concept ook op het veldrijden zou toepassen, stemde ons wielerhart al op voorhand blij: het leven van de dwangarbeiders van de modder draait immers nog meer dan dat van hun collega's op de weg om fel uitgevochten duels en jarenlang sluimerende vetes, nog aangewakkerd door de supporterclans. De eerste aflevering van De Flandriens van het veld stelde op het vlak van dramatiek alvast niet teleur. Wuyts ontving in een hotel nabij Koksijde Erik en Roger De Vlaeminck en Albert Van Damme, drie mannen die elkaar vaak voor de wielen hadden gereden. Zowel tussen de broers zelf als tussen hen en 'Berten' had de rivaliteit wonden geslagen waar Wuyts met zichtbaar genoegen in begon te koteren. De anekdote over hoe Van Damme voor de start van een WK van Erik een slecht wiel had gekregen, leidde veertig jaar na datum nog altijd tot onenigheid - De Vlaeminck gaf alles toe, Van Damme ontkende dat zoiets ooit gebeurd was. Ook het WK in 1975, waar Roger tegen de afspraken in niet op zijn broer had gewacht, maar zelf had gewonnen, zorgde voor animositeit. Volgens Roger had Erik vlak voor het einde opgegeven zodat hij niet naast zijn broer op het podium zou moeten staan, maar die laatste hield vol dat hij op het parcours zijn tanden was kwijtgeraakt en daarom volledig ontmoedigd uit de wedstrijd was gestapt. Soms zou je toch denken dat veldritten niet in de modder, maar in een zandbak moeten worden gereden. Nadat Wuyts de gebroeders De Vlaeminck en Albert Van Damme aan het woord had gelaten, werd er nog een andere tweestrijd belicht: die tussen Roland Liboton en Hennie Stamsnijder, die eind jaren 70 en begin jaren 80 tegen elkaar én tegen de Zwitser Albert Zweifel ten strijde trokken. Hun verhalen waren iets minder sappig, omdat Liboton en Stamsnijder naast het veld altijd joviaal met elkaar waren omgegaan. Het contrast tussen de flamboyante Belg, een superster in eigen land, en de nuchtere Hollander, die op het toppunt van zijn carrière van de politie een boete kreeg omdat hij geen licht op zijn fiets had staan, werd wel mooi in de verf gezet. Wellicht had je ook een hele uitzending kunnen maken waarin enkel zij tweeën centraal stonden, en had Wuyts zo iets meer naar boven kunnen spitten, maar blijkbaar was daar geen ruimte voor. Dat is dan ook het enige wat je Wuyts en De Flandriens van het veld kunt verwijten: er zijn zo veel mooie verhalen van tussen het slijk te halen dat het zonde is om een geschiedenis die vijf decennia beslaat in een handvol afleveringen samen te proppen. Elke maandag, Canvas Meer bedenkingen op www.knackfocus.be/testbeeld DOOR STEFAAN WERBROUCK'DAT MICHEL WUYTS HET CONCEPT VAN 'DE FLANDRIENS' OOK OP HET VELDRIJDEN ZOU TOEPASSEN, STEMDE ONS WIELERHART AL OP VOORHAND BLIJ.'