R.W. FASSBINDER - BAVO DEFURNE

'Het unieke aan Fassbinder is hoe heterogeen zijn oeuvre is. Zelfs de grootste fan heeft wel een film die hij niet goed vindt. In mijn geval is dat Pioniere in Ingolstadt, vermoedelijk een van de eerste films die ik van hem zag. Dat was als onderdeel van een retrospectieve in het Filmmuseum, waar ik als student dagelijks te vinden was. Op de filmschool kregen we geen Fassbinder te zien, daar rust...

'Het unieke aan Fassbinder is hoe heterogeen zijn oeuvre is. Zelfs de grootste fan heeft wel een film die hij niet goed vindt. In mijn geval is dat Pioniere in Ingolstadt, vermoedelijk een van de eerste films die ik van hem zag. Dat was als onderdeel van een retrospectieve in het Filmmuseum, waar ik als student dagelijks te vinden was. Op de filmschool kregen we geen Fassbinder te zien, daar rustte een vloek op hem en bij uitbreiding de hele Duitse film.' 'Mijn favoriet? Met Matroos heb ik mijn ode aan Querelle gebracht (zie bovenstaande foto's), maar ik kies toch voor Faustrecht der Freiheit. Het is een schoolvoorbeeld van hoe Fassbinder een sociaal drama met een love story combineert, waardoor het zoveel sterker wordt. Op dat vlak heeft Fassbinder veel van Douglas Sirk geleerd. Na WO II nam die het in z'n melodrama's op voor vrouwenemancipatie en Fassbinder heeft dat opengetrokken naar alle underdogs: homo's, allochtonen... Hij heeft die stijl weer op de kaart gezet en die wordt nu voortgezet door mensen als Todd Haynes en Almodóvar.' 'Zijn grootste verdienste is dat hij toonde dat inhoud en vorm niet los van elkaar staan. Hij zette het kunstmatige van een filmset, deels met ironie, nog extra in de verf om zo op zoek te gaan naar waarachtige emoties. Daarin kon Fassbinder grotesk ver gaan - denk maar aan alle penisvormen in Querelle. Hij kon dat echter ook in kleine details. In een van zijn films moet hij een tijdssprong maken: dat doet hij niet gewoon met een 'zo veel jaar verder'-titeltje maar door een personage een kleurentelevisie in huis te laten halen.' 'Wie Fassbinder zegt, denkt natuurlijk aan zijn manische werkwijze. Of ik mezelf ook zou opbranden voor m'n werk? Ik denk niet dat Fassbinder dat heeft opgezocht. Werk is verslavend, en als je telkens meteen aan een volgende film kunt beginnen, lijkt het me onvermijdelijk dat je je laat meeslepen. Ik zie Fassbinder met de jaren steeds meer als een voorbeeld: waarom niet met weinig middelen snel meerdere films maken in plaats van jaren op subsidies te wachten?' Opgetekend door Hans Van Goethem