Don DeLillo, Ambo Anthos (originele titel: The Angel Esmeralda), 232 blz., euro19,95.
...

Don DeLillo, Ambo Anthos (originele titel: The Angel Esmeralda), 232 blz., euro19,95. Twee studenten maken lange wandelingen door het haveloze slaapstadje dat hun campus omringt. Tijdens hun zwerftochten delen ze elkaar verbale plaagstoten uit, mijmeren ze over het leven en Scandinavische boomsoorten. Ze zijn niet alleen. Een andere wandelaar verschijnt regelmatig aan de horizon. Langzaam raken ze in de ban van die eenzame doler. Ze dichten hem een leven toe, beschouwen hem na een tijdje als hun persoonlijke schepping en volgen hem ten slotte naar zijn woning. Meer gebeurt er schijnbaar niet in Don DeLillo's lange verhaal Middernacht in Dostojevski, dat eerder in The New Yorker verscheen en meteen een rits nabeschouwingen losweekte. Op zich uitzonderlijk dat een kortverhaal aan zo veel uitgebreide analyse onderworpen wordt, maar het is dan ook een geniaal stukje vertelkunst. De mysterieuze titel ontleende DeLillo aan de New Yorkse dichter Frank O'Hara. In diens gedicht Meditations in an Emergency evoceert de regel de extatische wanhoop die de dichter voelt na een liefdesbreuk; bij DeLillo roept het meteen een donker uur op een nog donkerder plek op. Trefzeker neergezet - 'We hielden allebei van schaken. We geloofden allebei in God' - laat hij de vrienden ronddwalen door een verlaten landschap dat van zonlicht verstoken blijft. Laag na laag schildert Don DeLillo de luchten boven de twee grijzer en grijzer, tot alles zwart dichtslibt en hun vriendschap aan de nacht ten prooi valt. Mistroostigheid troef in de wereld van de Amerikaanse reus. Het loopt al fout in het openingsverhaal, toepasselijk De Schepping gedoopt. Een koppel strandt op een exotisch eiland waar maar sporadisch vluchten van vertrekken. Elke dag trekken ze naar de luchthaven in de hoop deze keer mee te kunnen. Tussen de wachtenden ook een tweede vrouw die in hetzelfde hotel verblijft. Het onvermijdelijke gebeurt: het koppel raakt gescheiden, de man blijft achter en verleidt de vrouw. Ze zijn echter niet gelukkig en blijven hunkeren naar het vasteland, de echte wereld. Als een doorgewinterde nietzscheaan keert DeLillo de openingshoofdstukken van Genesis helemaal om: Eva verlaat het paradijs, de zwakke man blijft achter met Lilith en als straf worden ze opgesloten in Eden. Bij wijze van contrast laat DeLillo er meteen een verhaal op aansluiten waarin de Derde Wereldoorlog losbreekt. Twee kosmonauten kijken werkeloos toe hoe de aarde in vlammen opgaat. Tot elkaar veroordeeld slagen ze er niet in om een band op te bouwen. Alle gesprekken stokken; in de dialogen gooien de personages reddingsboeien uit die telkens net buiten bereik van de ander blijven dobberen. Verdiende de mens zijn schepping wel? Opmerkelijk: tussen beide verhalen liggen meer dan tien jaar. DeLillo heeft het geduld opgebracht om jarenlang te wachten tot de ideale tegenpool opdook. Over beheersing gesproken! Onmogelijk om het geniale precies aan te wijzen. Ligt het aan de ongedwongen manier waarmee hij het genre naar zijn hand zet, de tijd die hij, al was hij Chronos zelve, weet te vertragen, of de bevreemdende stijl waarmee hij in een paar zinnen een drama neerzet? Met elk nieuw verhaal in De engel Esmeralda dwingt DeLillo meer respect af. Vaak bezwijk je als lezer onder zo veel grootsheid - hoeveel weerstand je ook biedt, knielen zal je. Aanbidden ten slotte ook. RODERIK SIXSLEUTELZIN Ze zeggen dat grote kunst onsterfelijk is. Maar volgens mij zit er iets sterfelijks in. Ze draagt een glimp van de dood in zich.