In de show is het 'vanaf de eerste melodieuze baslijn al erotiek, Gitanes en tijdloze arrangementen wat de klok slaat', zo lees ik in de perstekst. Van welke song mag die baslijn dan wel zijn?

TOM KESTENS: Van Le poinçonneur des Lilas, een nummer uit 1958. De song gaat over een kaartjesknipper in de Parijse metro, 'le gars qu'on croise et qu'on n' regarde pas', en Gainsbourg haalde de inspiratie daarvoor uit een gesprek dat hij had gehad met een echte 'poinçonn...

TOM KESTENS: Van Le poinçonneur des Lilas, een nummer uit 1958. De song gaat over een kaartjesknipper in de Parijse metro, 'le gars qu'on croise et qu'on n' regarde pas', en Gainsbourg haalde de inspiratie daarvoor uit een gesprek dat hij had gehad met een echte 'poinçonneur'. KESTENS: Eigenlijk vooral omdat het de eerste song is waarmee Gainsbourg echt succes heeft gehad. Toen we begonnen met de voorbereidingen, hebben we zijn repertoire in chronologische volgorde gezet, en op dat moment zagen we dat dat eigenlijk de ideale manier was om het verhaal van Gainsbourg te vertellen. Le poinçonneur des Lilas was dan de logische opener, ook al is het geen typisch Gainsbourgnummer: het is een sterke song, maar wel nog geworteld in de traditie van het Franse chanson, waar hij later van losgekomen is. KESTENS: Ballade de Melody Nelson, dat is mijn all time favourite. Virtuoos, poëtisch, getormenteerd, een perfecte samenvatting van de complexe persoonlijkheid die Gainsbourg was als mens en als artiest. KESTENS: Uit zijn reggaeperiode hebben we het meeste geschrapt - eigenlijk blijft daar maar één nummer van over. Kijk, we zijn alle vier kinderen van de jaren 70 en we hebben ook gemerkt dat we een geweldige band hadden met de muziek die Gainsbourg toen geschreven heeft, die ijle popsongs die aan de basis liggen van wat bands als Air vandaag doen. KESTENS: Love on the Beat, een echte jaren 80-groove. In één avond van chanson naar foute eightiespop, je zult het zelden meemaken, maar dat is ook het beeld van Gainsbourg dat we willen meegeven. Hij deed het allemaal en hij kon het ook allemaal. DOOR STEFAAN WERBROUCK