Maandag 28/7, 20.40 - Canvas
...

Maandag 28/7, 20.40 - Canvas Dit jaar vervangt Sven Speybrouck Herman Van Molle als quizmaster van De Canvascrack. Van Molle zag zich wegens gezondheidsredenen genoodzaakt af te haken voor dit dertiende seizoen, maar voelde zich toch fit genoeg om de quizvragen scherp te stellen. Helemaal afwezig is de fijnbesnaarde man dus niet, maar in Speybrouck vond hij een waardige invaller. Behalve de presentator blijft alles bij het oude: het deuntje, het decor en een schare vragen waar menig mens zijn tanden op stuk bijt. SVEN SPEYBROUCK: Ik heb heel hard gestudeerd, natuurlijk. Het is een quiz voor intelligente mensen en ik reken mezelf daar echt niet toe. Ik denk zelfs dat ik niet eens door de preselectie zou raken en ik heb het dan ook nog niet aangedurfd om die vijftig vragen te trotseren. Wat mij het meest uitdaagde, was de uitspraak van sommige namen. Er zitten vragen bij over Tsjechische, Japanse en Oekraïense schrijvers en dichters, en die bekken niet altijd even vlot. SPEYBROUCK: Ik herinner mij een vraag over een Japanse dichteres. Een vrouw die rond haar negentigste gedebuteerd heeft en gigantisch veel succes had. Die naam vanbuiten leren, was behoorlijk wat werk en toen ik hem eindelijk onder de knie had, werd die vraag geschrapt. Dat vond ik wel jammer. Ondertussen is die naam mij alweer ontglipt. SPEYBROUCK: Je blijft altijd jezelf, natuurlijk, hoe graag je dat soms anders zou willen. Het is ook een strak format. Er moet gequizd worden. Wat telt, zijn de vragen. Als radiopresentator is er meer ruimte om je mening over een film of een boek te ventileren. Hier kan dat niet, maar dat is ook niet nodig. Het is een quiz. Punt. SPEYBROUCK: De afwisseling is het leukste. En dat gebeurt ook. Het is totaal onvoorspelbaar en dat maakt het erg interessant. Je hebt soms hele slimme mensen die onmiddellijk worden weggespeeld. Soms zijn er doodsbange mensen die meer per ongeluk dan wat anders crack worden en het uiteindelijk heel lang uithouden. Mensen groeien ook in die rol. Eerst doodsbang en dan vol zelfvertrouwen, wat dan soms neigt naar overmoed, waardoor ze toch nog in de fout gaan. Ook vermoeidheid speelt een rol. Mensen kunnen soms zo gek gespeeld zijn dat ze op de duur zelfs de vraag niet meer gehoord hebben. Wat dat betreft, lijkt het heel erg op een voetbalwedstrijd. Bij voetbal kun je ook in de laatste minuut nog flitsen hebben of mensen die een prachtige partij gespeeld hebben, maar door uitputting in de fout gaan. (T.V.L.)