Film : The Godfather Family Album

Steve Shapiro, Taschen, 444 blz., euro500 (Collector's Edition) en euro1250 (Art Edition)
...

Steve Shapiro, Taschen, 444 blz., euro500 (Collector's Edition) en euro1250 (Art Edition) Wees gerust, we gaan The Godfather Family Album hier niet omschrijven als 'an offer you can't refuse'. Ten eerste omdat dat grapje al gemaakt wordt in zowat elk ander artikel over een product dat gelieerd is met de legendarische maffiatrilogie. En ten tweede omdat je bij een boek waarvan de goedkoopste editie 500 euro kost en de duurste 1250 euro moeilijk nog van 'an offer' kunt spreken. Vergeleken met sommige andere werken die de Duitse uitgeverij Taschen de afgelopen jaren op de markt bracht is The Godfather Family Album dan nog goedkoop. Van Artists and Prostitutes, een boek ter grootte van een salontafel rond het werk van fotograaf David LaChapelle, is er een editie verschenen van 2500 euro en voor de Champ's Edition van Goat, waarin het leven van Mohammed Ali in al zijn aspecten wordt getoond, moet u zelfs 10.000 euro neertellen. Voor het geval u het zich afvroeg: er bestaat een publiek voor dit soort luxewerken, want volgens de uitgeverij zijn die dure edities vaak de snelst verkopende uit de catalogus. Het boek als statussymbool, met andere woorden. Wat krijg je nu in The Godfather Family Album voor al dat geld? Een exclusieve greep uit het archief van Steve Schapiro, een Amerikaanse fotograaf die onder meer voor Time, Paris Match en Life werkt. Schapiro mocht als enige fotograaf aanwezig zijn tijdens de opnames van de drie The Godfather-films én crew en cast uitgebreid op de gevoelige plaat vastleggen. Zijn beelden, die nu voor het eerst samengebracht zijn, bieden de fans dus een onvergelijkbare blik achter de schermen van enkele van de meest bejubelde films aller tijden. Het boek is op slechts 1200 exemplaren gedrukt, die elk ondertekend zijn door de fotograaf zelf, en bij de Art Edition (nummer 1 tot 200) krijg je er nog een van Schapiro's originelen bij. De prijs blijft een struikelblok, maar als iemand zich geroepen voelt om het ons te offreren: we zouden het niet weigeren. Adrien Gombeaud; Editions Nouveau Monde; 640 blz.; euro49 Wie als liefhebber van de Aziatische cinema door deze dikke turf begint te bladeren, zal makkelijk enkele uurtjes zoet zijn, geboeid door wat hij herkent (de erkende Japanse meesters, de Chinese regisseurs van de Vijfde Generatie, de explosie van de Koreaanse cinema en de kitsch uit Bollywood), maar vooral ook geïntrigeerd door de vele onbekende terreinen die diverse specialisten in de meer dan vierhonderd lemma's verkennen. Dat het hier om een Frans naslagwerk gaat, heeft zo zijn voor- en nadelen: aan het enthousiasme en de eruditie van de auteurs valt niet te twijfelen, maar vergeleken met de Angelsaksische aanpak ontbreekt het dit werkstuk aan cruciale informatie, zoals complete filmografieën en generieken. Overweldigend is de kwaliteit en de rijkdom van de zeshonderd illustraties zeker, waardoor de visuele kracht van de besproken films, alsook de kleurrijke excessen van vele nationale cinematografieën en het sexappeal van de Aziatische sterren van de hoogglanzende pagina's afspatten. Richard Avedon, (import door Nilsson & Lamm), 304 blz., euro53,95 Vier jaar na zijn dood krijgt Richard Avedon een fotoboek zijn werk waardig. Als een absolute vernieuwer in de mode- en portretfotografie uit de tweede helft van de vorige eeuw verscheen zijn werk in diverse bladen, van The New Yorker tot Harper's Bazaar. Zijn natuurlijke habitat was daarbij de studio, waar hij heer en meester was over setting én subject. Uit de selectie beelden die het drieluik Performance haalden, blijkt duidelijk zijn voorkeur voor de theater -en filmwereld. Maar naast beroemde acteurs als Marlon Brando, Jack Nicholson of Buster Keaton, staan ook heel wat andere grootheden in zwart-wit afgedrukt, van zanger Bob Dylan tot choreograaf George Balanchine. De titel van het boek verwijst overigens naar Avedons visie dat in elk van ons een performer schuilt: 'We doen het allemaal en voortdurend, doelbewust of onopzettelijk. Het is een manier van vertellen over onszelf, in de hoop dat mensen ons aanzien zoals wij dat zelf wensen.' Het was dus enkel kwestie om het maximum uit die beperking te puren. En net daarin excelleerde Avedon. Dian Hanson, Taschen, 336 blz., euro29,99 Coole gangsters. Geharde detectives. En rondborstige vrouwen in strakke truitjes. Dat zijn de ingrediënten van True Crime Detective Magazines, een boek over een vergeten genre uit de magazinegeschiedenis. De true crime-tijdschriften ontstonden in de VS in de jaren 20, een periode waarin gangsters als John Dillinger tot echte beroemdheden uitgroeiden. De maga-zines vulden hun pagina's met lange en waargebeurde verhalen uit de onderwereld, over de strijd tussen de politie en de maffia, en werden zo belangrijke inspiratiebronnen voor de latere noir-auteurs. Na WO II, toen de drooglegging en de Depressie voorbij waren en alle coole criminelen in de cel zaten, veranderden de uitgevers het geweer van schouder en probeerden ze de lezers met iets anders te lokken: seks. Van dan af stonden de boekjes vol met getuigenissen van 'bad women' die voor de kick gingen stelen, of dossiers rond de seksuele gewoontes van vrouwelijke moordenaars. Geen politiek correct boek dus, maar wel een uitvoerig geïllus-treerd historisch overzicht van een van de vreemdsteniches uit de magazinegeschiedenis - als we de Jean-Marie natuurlijk even buiten beschouwing laten. James Bond and Beyond. Ken Adam en Christopher Frayling; Thames & Hudson; 232 blz., euro47,95 Vergeet de oeverloze discussies over welke acteur nu de beste Bond neerzette. De echte ster van de Bondfilms is Ken Adam (1921) die met zijn extravagant theatrale decors de toon zette van de bigger than life-kwaliteit van de verfilming van Ian Flemings romans en de schurken van dienst een fantasierijk podium gaf voor hun megalomane dromen van globale heerschappij. Hoewel de zeven Bondfilms Ken Adam een plekje in de filmgeschiedenis bezorgden, vormen ze slechts het topje van de ijsberg van een rijk gevulde carrière. Voor Adam was er wel degelijk leven voor, na en tussen zijn 007-avonturen. Zoals de bijtitel Bond and Beyond al aangeeft, komt ook zijn ander werk ruim aan bod: zijn hallucinante 'Oorlogskamer' voor Stanley Kubricks Dr. Strangelove, zijn driedimensionale Edward Hoppertableaus in Pennies From Heaven, zijn mix van bestaande historische gebouwen en enkele summiere sets voor The Madness of King George, zijn niet gerealiseerde visionaire projecten, maar ook zijn werk buiten de filmindustrie - waaronder twee opera's, een computer-game én een opblaasbare bioscoop. Zoals het hoort bij een studie van een visuele kunstenaar doet Christopher Frayling het creatieve proces van de production designer uit de doeken aan de hand van foto's, conceptschetsen, storyboards, plattegronden en technische tekeningen. Maar het zijn vooral Adams ruwe schetsen met zwarte stift die tot de verbeelding spreken. Deze ontwerpen maken in al hun expressieve kracht, het elimineren van het bijkomstige, de duizelingwekkende perspectieven en het harmonieuze samenspel van licht en ruimte duidelijk waarom Ken Adam terecht 'de Frank Lloyd Wright van het film-design' wordt genoemd. Adam Victor, Penguin Books Benelux, 598 blz., euro65 Weet u hoeveel Elvisfanclubs er in België zijn? Vijf, volgens The Elvis Encyclopedia: Elvis Matters, Elvis Memories, Elvis Presley Today Society, International Elvis Presley Fan Club en United Elvis Presley Society. Geef toe: dat doet toch een beetje denken aan de legendarische scène uit de Monty Pythonfilm Life of Brian, over het geruzie tussen het People's Liberation Front of Judea en het Judean People's Liberation Front? De lijst met de fanclubs over de hele wereld neemt in dit boek trouwens meer dan drie pagina's in beslag, en daaruit blijkt dat de stichters vaak bijzonder origineel uit de hoek kunnen komen: wij vragen ons bijvoorbeeld af hoe de ledenvergaderingen van de Snorkeling Elvises (een fanclub in de States, waar anders?) verlopen. Enfin, om maar te zeggen dat The Elvis Encyclopedia waarschijnlijk het meest volledige boek over The King is dat u aan een Elvisfan cadeau kunt doen. John Cork en Collin Stutz; Tirion, 320 blz., euro34,95 Bond nog niet beu? Dan moet u zeker deze in het Nederlands vertaalde Engelse encyclopedie induiken, waarin twee verstokte fans het universum van geheim agent 007 rijkelijk geïllustreerd in kaart brengen. En dat doen ze opgedeeld in categorieën die meteen ook het succes van de fenomenale formule definiëren: de acteurs, de schurken, de vrouwen, de bijrollen, de voertuigen, en de wapens & gadgets. Vooral die twee laatste hoofdstukken zijn volgestouwd met eindeloze details waarvan zowel Bondbeginners als Bondgevorderden zullen snoepen. Zo hoeft u nooit meer de sneeuwscooters uit A View To a Kill en Die Another Day met elkaar te verwarren. Of weet u perfect met welke snufjes het attachékoffertje uit From Russia With Love en Goldfinger is uitgerust (veertig .25-kogels, een plat werpmes, een opklapbaar scherpschuttergeweer, vijftig gouden Engelse ponden, een bus traangas en een dodelijke cyanidepil). Toch één minpuntje voor volledigheidsmaniakken: aangezien het om een geautoriseerd naslagwerk gaat, tot stand gekomen in samenwerking met EON, het productiebedrijf van de Bondfilms, worden de twee door concurrerende productiehuizen gemaakte 007 -prenten (de parodie Casino Royale uit 1967 en Never Say Never Again, de remake van Thunderball uit 1983) gemakshalve over het hoofd gezien. Jürgen Müller; Taschen; 800 blz.; euro39,99 Wie de per decennium samengestelde reeks filmboeken van Taschen kent ( Movies of the 20s, 30s, etc.), weet wat van deze anthologie te verwachten: teksten van wisselvallige kwaliteit, maar een royale iconografie waaraan weinig uitgevers kunnen tippen. De samenstellers kozen uit alle genres en windstreken de honderd beste films uit de twintigste eeuw, die ze chronologisch rangschikken en genereus van feiten, trivia en historische duiding voorzien. Maar uiteraard ligt het zwaartepunt van deze filmminnende trip door memory lane bij het (soms pagina-grote) beeld. Robert M. Knight, Insight Editions (import door Nilsson & Lamm), 172 blz., euro40,95 Er zijn mensen die zeggen dat ze bij zowat elk legendarisch concert aanwezig waren, en er zijn er bij wie dat ook effectief klopt. Robert M. Knight bijvoorbeeld. De rockfotograaf die in de jaren 60 aan zijn carrière begon, heeft immers een hoop optredens meegemaakt waar geschiedenis werd geschreven, zoals het eerste concert van Led Zeppelin in de VS of het allerlaatste van bluesgrootheid Stevie Ray Vaughan. Knight heeft veertig jaar moeten wachten tot hij een eigen 'coffee-table book' kreeg, maar dankzij Rock Gods is die lacune ingevuld, en met verve. Knight heeft een speciale voorliefde voor gitaristen, en dus komen alle tovenaars van de zes snaren hier voorbij, van Jimi Hendrix over Keith Richards tot Slash, die ook het voorwoord schreef. Knight haalt ook telkens herinneringen op aan de fotosessies en de concerten, zodat dit boek ideaal is om uw eigen getuigenissen over al die legendarische optredens meer geloofwaardigheid te verlenen. Universe New York; 240 blz., euro35 Twee derde van dit boek wordt in beslag genomen door het shooting script - ofte: het definitieve scenario, met alle dialogen en decorwisselingen, maar zonder technische uitleg over camerastandpunten en montage. Voor de niet-professioneel levert dat niet meteen vlotte lectuur op. Maar geen nood: voor wie nog wil nagenieten van de intelligentste blockbuster van 2008 (niet dat er veel concurrentie was), biedt deze ultimate companion van Christopher Nolans tweede succesvolle excursie in de Batmanfranchise ook storyboards, karakterschetsen, decor- en kostuumontwerpen, computersimulaties van de verwoestende spe-cial effects, een ontleding van hoe de Bat-Pod uit de Batmobile losbreekt, setfoto's en zorgvuldig gekozen stills. En alles is zo fraai en luxueus afgedrukt dat de beelden fonkelen als het donkerglanzende Batsuit zelve. Paul Duncan, Bengt Wanselius; Taschen; 592 blz.; euro150 Ingmar Bergman (1918-2007) krijgt van uitgeverij Taschen de Stanley Kubrickbehandeling met deze diepgravende, grotendeels visuele exploratie van zijn complete oeuvre in XL-formaat. Een verschil: Kubrick maakte slechts dertien films (waaronder drie waarvan hij zich distantieerde) en was zuinig met interviews en intentieverklaringen, terwijl de grootste Zweedse regisseur aller tijden in een carrière van zestig jaar vijftig films regisseerde, ook nog eens een gerenommeerde toneelregisseur was, uitvoerig werd geïnterviewd en zelf een gretige publicist was - met vele essays over zijn vak en twee boeken over zijn leven en films. Zo uitvoerig heeft Bergman over zichzelf en zijn werk geschreven dat de verschillende experten die voor deze uitgave hun kennis bundelden zijn verhaal grotendeels in zijn eigen woorden reconstrueren. Ook omdat de regisseur net voor zijn dood Taschen de toegang tot zijn archief gaf, is dit mammoetwerk over een intussen kapotgeanalyseerde filmmaker verbazend rijk aan nieuwe onthullingen en inzichten. Samen met een overdonderende iconografie (Bergmans vaste fotograaf schuimde alle Zweedse fotoarchieven af, op zoek naar uniek en verloren gewaand materiaal) maakt dat The Ingmar Bergman Archives een must voor wie een episch gedetailleerd overzicht wil hebben van de artistieke nalatenschap van dit monument van de internationale cinefilie uit de tweede helft van vorige eeuw. De Bergmanfetisjist krijgt er nog een begerenswaardig relikwie bovenop: een filmstrookje met twaalf beeldjes uit Fanny en Alexander, zijn mooiste film. Door Karel Deknudt - Patrick Duynslaegher - Stefaan Werbrouck; (S.W.); (P.D.); (K.D.); (S.W.); (P.D