Een groep blinden trekt op daguitstap naar een groot bos. Hun leidsman Arthur kondigt aan dat hij even weg zal zijn, maar komt uiteindelijk niet meer terug. Prompt zijn de blinden helemaal aan hun lot overgelaten en moeten...

Een groep blinden trekt op daguitstap naar een groot bos. Hun leidsman Arthur kondigt aan dat hij even weg zal zijn, maar komt uiteindelijk niet meer terug. Prompt zijn de blinden helemaal aan hun lot overgelaten en moeten ze op eigen kracht de weg naar de bewoonde wereld terug proberen te vinden. Maarten De Saeger baseerde zich voor zijn derde strip op een toneelstuk uit 1890 van de Belgische Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck, waarin het hopeloze wachten op verlossing al opvallend dicht bij het vijftig jaar jongere Wachten op Godot van Samuel Beckett aanschuurt. De Saeger eigent zich de tekst helemaal toe en geeft de ontreddering van de groep blinden op creatieve wijzen weer. Op sommige pagina's staan alleen pratende hoofden die het over koetjes en kalfjes hebben, op andere lijken de mensen op te gaan in de takken van het bos of tekent De Saeger alleen ogen om de blinden af te beelden. Net zoals het toneelstuk van Maeterlinck is zijn De blinden te lezen als een allegorie voor het menselijk bestaan, waarin de gids ook afwezig lijkt.