Eerste zin Zijn broer kon hem nog net bij de kraag grijpen.
...

Eerste zin Zijn broer kon hem nog net bij de kraag grijpen. Op het einde van de negentiende eeuw lijdt de Duinkerkse vissersboot Nauru schipbreuk voor de kust van het afgelegen Noord-Atlantische eiland Kaap Ursus. Slechts twee mannen weten het droge te bereiken, de Vlaamse broers Corylus en Ysbrant Dekker. Zo opent Dimitri Bontenakels historische roman De Berenrug, waarvan het eigenlijke verhaal zich tien jaar later afspeelt, op het moment dat de broers deel zijn gaan uitmaken van de kleine eilandgemeenschap. Ysbrant is de op zijn privacy gestelde smid, Corylus de gecontesteerde vuurtorenwachter die volgens velen zijn werk veel te goed doet, waardoor er al een decennium geen schipbreuken meer zijn geweest. En dan wordt strandjutten natuurlijk een povere bezigheid. Sinds de Grote Storm van 1889 lijkt Kaap Ursus wel gedoemd. Er worden geen kinderen meer geboren en de grote zeevogels zijn verdwenen. De oogsten mislukken en doordat in het verleden alle bomen gekapt zijn ten behoeve van de scheepsbouw is hout een schaars goed geworden. Waanzin en zelfmoord zijn aan de orde van de dag en ook de zeden zijn flink verruwd, zoals blijkt wanneer opeens toch een zeilboot op de klippen loopt. Tot ontsteltenis van de twee Finse drenkelingen hebben de eilandbewoners vooral oog voor hun boot, en niet voor hen. Van op het strand zien ze hoe bijlen en breekijzers aangesleept worden, waarna er in korte tijd van hun jacht niets meer overblijft dan spaanders. Tegen die achtergrond volgen we Ellie, Corylus' negentienjarige stiefdochter, die lesgeeft in het schooltje van Kaap Ursus en berekent dat over twee jaar de laatste kinderen zullen afstuderen. Ze droomt van een toekomst elders, het liefst samen met Timber, een doofstomme jongen die verbazend goed kan schilderen en in zijn zak een potje teelaarde meedraagt met een oude appelpit erin, in de hoop dat die ooit zal ontkiemen. Wanneer haar stiefoom Ysbrant verklapt dat hij in het geniep een boot bouwt, ziet ze haar kans. De Berenrug is niet alleen een impliciete ecofabel, het is ook een knap vertelde avonturenroman waarin een aantal scherpe maatschappelijke observaties aan bod komen. Maar echt opvallen doet dit boek door zijn detailkennis. Wanneer Bontenakel beschrijft hoe Ellie en Ysbrant een boot bouwen, ga je bijvoorbeeld vermoeden dat hij er zelf al een paar in elkaar heeft gezet.