JACQUES AUDIARD
...

JACQUES AUDIARD Met Romain Duris, Aure Atika, Emmanuelle Devos, Niels Arestrup en Jonathan Zaccai Een Franse remake van een Amerikaanse cultklassieker? Het slaat als een tang op een varken, maar toch weet Jacques Audiard het vergeelde materiaal waarop hij zich voor zijn vierde langspeler baseerde - James Tobacks geweldige socio-drama Fingers uit 1978 - naar een eigentijdse Parijse context te vertalen, zónder de ruwe kantjes van het origineel bij te vijlen, de morele ambiguïteit glad te strijken of in 'cinéma bavard' te vervallen. 'Faut le faire', mompelen wij dan in ons beste Frans. Ondanks de transatlantische transfer begeeft Audiard zich op thematisch vertrouwd terrein, want in De Battre Mon C£ur s'est arrêté duiken dezelfde vragen op als in zijn vorige films, waarvan Un héros très discret (1996) en Sur mes lèvres (2001) allicht de bekendste zijn. Te weten: in hoeverre kan het individu over zijn eigen lot beschikken? Of meer concreet: op welke manier kan een mens aan zijn sociale milieu ontsnappen? Het zijn pertinente vragen die bij de 28-jarige Tom (Romain Duris, door Audiards beweeglijke camera claustrofobisch dicht op de huid gezeten) heel nadrukkelijk aan de oppervlakte komen. Hij heeft het wel gehad met het hardhandig buitenbonjouren van wanbetalers voor zijn vader, een maffiose vastgoedmakelaar, en ook zijn nihilistische levenswandel - een parcours van nachtelijke excursies langs Parijse flats, overspelige flirts en vechtpartijtjes - hangt hem steeds meer de keel uit. Zijn kansen lijken te keren wanneer hij bij toeval zijn ouwe pianoleraar tegen het lijf loopt. Die stelt hem voor om bij hem auditie te doen, ook al heeft Tom dan in geen jaren meer aan het klavier gezeten. Slaagt hij er alsnog in zijn stramme vingers soepel over de toetsen te laten glijden, zoals hij dat heeft geleerd van zijn inmiddels overleden moeder, een gevierde concertpianiste? Of blijkt hij dan toch gedoemd om zijn vader op te volgen en diens dubieuze erfenis van intimidatie en afpersing op de lethargische schouders te nemen? Voor wie Fingers nooit heeft gezien - Tobacks indie-debuut met Harvey Keitel wordt nog maar zelden vertoond - laten we het antwoord in het midden. Kwestie van het plezier niet te vergallen, voor zover dat in deze grimmige milieuschets al te ontwaren valt. Toch kunnen we wél al verklappen dat Audiard het origineel behoorlijk trouw blijft: in de ruwe cameravoering en de realistische sfeerschets, maar ook in de uitbarstingen van geweld, die indertijd als schokkend en politiek incorrect werden ervaren. Om maar te zeggen: Jacques Audiard - zoon van de legendarische scenarist Michel Audiard en dus goed geïnformeerd inzake vaderlijke erfenissen - levert een franjeloze, efficiënte en on-Frans ogende film af, genoeg om bij de filmcritici in zijn geboorteland de nodige euforie los te weken. Nochtans is enige reserve op zijn plaats, en niet alleen omdat onze zuiderburen geen hectoliters Beaujolais naar binnen moeten kappen om een chauvinistisch laudatio aan te heffen. Want ondanks de directe rede en de gebalde regie, blijft Audiards poging om de diepste diepten van zijn anti-held aan te boren bij momenten aan de oppervlakte steken. Het blijft raden naar 's mans innerlijke motieven, en dus is het knap lastig om je 90 minuten lang betrokken te voelen. Best een goede film, maar beslist geen meesterwerk. Dave MestdachDave Mestdach