Het was groot nieuws toen Time eind 2006 zijn 'person of the year' bekendmaakte. In plaats van een wereldleider of een beroemdheid had de redactie gekozen voor 'You', en dan meer bepaald de modale lezer die zijn vrije tijd spendeert met het schrijven van blogs of het maken van filmpjes voor YouTube. Voor Time was het evenement van 2006 immers de opkomst van het zogenaamde 'Web 2.0', dat groeiende deel van het internet (met sites als MySpace, YouTube of Wikipedia) dat gevuld wordt door de gewone surf...

Het was groot nieuws toen Time eind 2006 zijn 'person of the year' bekendmaakte. In plaats van een wereldleider of een beroemdheid had de redactie gekozen voor 'You', en dan meer bepaald de modale lezer die zijn vrije tijd spendeert met het schrijven van blogs of het maken van filmpjes voor YouTube. Voor Time was het evenement van 2006 immers de opkomst van het zogenaamde 'Web 2.0', dat groeiende deel van het internet (met sites als MySpace, YouTube of Wikipedia) dat gevuld wordt door de gewone surfer. Als Andrew Keen een abonnement had op Time, dan heeft hij dat toen opgezegd. Want in zijn boek De apencultuur trekt de Britse auteur stevig van leer tegen de verheerlijking van de simpele internetgebruiker die op een eigen blog, op fora of via een videootje van zich laat horen. Web 2.0 is voor Keen geen grote sprong voorwaarts in de geschiedenis van de mensheid maar 'onwetendheid, egoïsme, slechte smaak en de heerschappij van het gepeupel in één'. De Nederlandse titel van het werk verwijst naar het zogenaamde 'infinite monkey theorema', dat zegt dat als je een eindeloos aantal apen lang genoeg aan een eindeloos aantal typemachines zet, er ooit op een dag wel een ervan Hamlet zal typen. Vervang de apen door surfers en de typemachines door computers, en je krijgt het Web 2.0, aldus Keen. Dat Keen zich met dit boek niet populair heeft gemaakt op het internet, zal wel geen verrassing zijn. Daags na de verschijning ervan in de VS verving een grapjas bijvoorbeeld het Wikipedia-artikel over de auteur door 'Andrew Keen is a dumb mother- f**cker'. Maar eigenlijk heeft Keen het niet gemunt op 'Jan met de computer' die in zijn vrije tijd een blog schrijft, maar eerder op de ideologie achter Web 2.0. Doordat sites als Wikipedia of Digg zo de nadruk leggen op 'de wijsheid van de massa', wordt het vertrouwen in experts en kenners steeds kleiner, en liggen traditionele opiniemakers als kranten, tijdschriften en universiteiten onder vuur. Volgens de voorstanders van Web 2.0 is dat de ultieme democratisering van het publieke debat, maar in werkelijkheid, schrijft Keen, heeft het geleid tot 'miljoenen bekrompen, persoonlijke zienswijzen', en 'oppervlakkige observaties van de wereld om ons heen in plaats van doorwrochte beschouwingen en gefundeerde oordelen'. De apencultuur is, zoals al uit de ondertitel blijkt, allesbehalve een evenwichtig boek: Keen idealiseert de 'oude' media en focust ook te veel op de negatieve aspecten van het internet. Vooral in de hoofdstukken waarin hij het heeft over hoe internet de 'morele waarden' van onze jeugd naar de knoppen helpt, gaat hij hier en daar flink uit de bocht. Maar Keen wou naar eigen zeggen ook geen evenwichtig boek schrijven, maar vooral het debat lanceren over de hedendaagse 'cult of the amateur' (zoals de originele Engelse titel luidt) op het internet. En daarin slaagt hij met verve. Stefaan Werbrouck