'Meer moet dat niet zijn: gewoon koken', zo omschreef Jeroen Meus Dagelijkse Kost in het interview met dit blad enkele dagen voor zijn reeks van start ging. Dat je nog maar eens een nieuw kook-programma vandaag überhaupt kunt promoten door te beloven dat het echt alleen over koken zal gaan, zegt natuurlijk veel over de vloedgolf aan culinaire shows die we de afgelopen jaren over ons heen hebben gekregen. Aan de andere kant was het bij een reeks waarvan de afleveringen telkens maar een tiental minuten duren ook helemaal belachelijk geweest als tussen het koken door gewone Vlamingen achter het fornuis hadden moeten kruipen ...

'Meer moet dat niet zijn: gewoon koken', zo omschreef Jeroen Meus Dagelijkse Kost in het interview met dit blad enkele dagen voor zijn reeks van start ging. Dat je nog maar eens een nieuw kook-programma vandaag überhaupt kunt promoten door te beloven dat het echt alleen over koken zal gaan, zegt natuurlijk veel over de vloedgolf aan culinaire shows die we de afgelopen jaren over ons heen hebben gekregen. Aan de andere kant was het bij een reeks waarvan de afleveringen telkens maar een tiental minuten duren ook helemaal belachelijk geweest als tussen het koken door gewone Vlamingen achter het fornuis hadden moeten kruipen om elkaars talenten in de keuken te beoordelen. Het concept van Dagelijkse Kost is dus bijzonder eenvoudig: één man, één recept. Een recept bovendien dat gespeend is van torentjes, zalfjes of moleculaire hocus pocus, maar zo lijkt weggelopen uit het kookboek van de Boerinnenbond, of de tegenhangers daarvan in het buitenland. Zo maakte Meus in zijn eerste week een eenvoudig pastagerecht met pancetta en pijnboompitten, varkenskoteletten met wortelstoemp en pladijsfilets met tartaarsaus. Het meest ingewikkelde gerecht uit de eerste afleveringen was een moelleux van chocolade, maar voor diegenen die zich zouden laten afschrikken, vertelde de kok er wel meteen bij dat zijn versie er een was 'die altijd lukt'. Dat het programma ondanks de weinig wereldschokkende inhoud toch aangename tv oplevert, komt door Meus' aanpak. In Plat Préféré bewees hij al dat hij de meest eenvoudige gerechten zo kan klaarmaken dat je er als kijker iets van bijleert - de mosselen met friet van Jacques Brel bijvoorbeeld - en in Dagelijkse Kost speelt hij op dat vlak op bekend terrein. Zijn uitleg over waar pancetta vandaan komt, waarbij hij zelf ter illustratie even in varkenshouding ging staan, was kostelijk, zijn tips om de perfecte wortelstoemp te maken of een kotelet sappig te houden in de pan hadden we dan weer zo willen noteren. Aan de andere kant moeten we toegeven dat een deel van de charme van Dagelijkse Kost ook voortspruit uit de duur van het programma: het is voorbij voor de ergernis kan opsteken. Er zijn namelijk wel sommige elementen waaraan je je kunt ergeren, zoals de bijzonder goed uitgeruste keuken waarin Meus zijn kost staat te bereiden en waarin er zowel voor als achter de kok plaats is voor een groot fornuis. Studenten die naar de reeks kijken om inspiratie op te doen voor hun dagelijkse potje zullen mentaal toch even een omschakeling moeten maken. Ook het opgeklopte, gezellige sfeertje dat in dit soort culinaire televisie altijd rond koken moet hangen, werkt op de zenuwen, met de begintitels waarin de slagers en groenteboeren Meus toelachen alsof hij tijdens zijn bestelling net een geweldige mop heeft besteld en waarin een oud dametje helemaal begint te stralen als de chef passeert. Die rooskleurige beelden vol gelukkige, etende mensen maakten hun opgang samen met Jamie Oliver en zijn Naked Chef-reeks, en eerlijk gezegd hebben we er tien jaar later een beetje onze buik van vol. Elke weekdag en zondag op éénStefaan Werbrouck'Dagelijkse Kost' is bijzonder eenvoudig: één man, één recept. Een recept bovendien dat zo lijkt weggelopen uit het kookboek van de Boerinnenbond.