Cantet de Franse Ken Loach dopen, zou wel heel kort door de bocht zijn, maar net als zijn Britse collega richt hij zijn camera het liefst op gewone mensen die door the powers that be in ongewone situaties terechtkomen. En net als Loach doet Cantet dat het liefst in een naturalistische stijl en met zoveel politieke precisie en compassie dat je het zweet hunner aanschijns haast kunt ruiken.
...

Cantet de Franse Ken Loach dopen, zou wel heel kort door de bocht zijn, maar net als zijn Britse collega richt hij zijn camera het liefst op gewone mensen die door the powers that be in ongewone situaties terechtkomen. En net als Loach doet Cantet dat het liefst in een naturalistische stijl en met zoveel politieke precisie en compassie dat je het zweet hunner aanschijns haast kunt ruiken. In zijn zesde langspeler, Retour à Ithaque, is dat niet anders, ook al gaat het er deze keer een stuk prateriger en beschouwender toe dan we van de geengageerde maker van prachtfilms als Ressources humaines (1999), L'emploi du temps (2001) en het met de Gouden Palm bekroonde Entre les murs (2008) gewend zijn. Ditmaal strijkt Cantet, drie jaar nadat hij er al een episode van de omnibusfilm Seven Days in Havana draaide, opnieuw neer in de Cubaanse hoofdstad, waar hij inzoomt op vier bevriende vijftigplussers die elkaar voor het eerst sinds lang terugzien. Niet alleen zijzelf zijn veranderd, ook hun land blijkt - 54 jaar na de communistische revolutie - allang niet meer wat het was, en wellicht ook nooit geweest is, zoals ze, gesopt en gepekeld in een halve eeuw Castro, ten volle beseffen. Het resultaat is niet alleen een teder groepsportret, mee neergepend door de bekende, Cubaanse journalist en schrijver Leonardo Padura; het is ook een kritische doorlichting van een land in chronische crisis, met vier ongeprivilegieerde getuigen die hun dromen en ambities in de rook van een dikke Montecristo-sigaar hebben zien opgaan. LAURENT CANTET: Ik sprak al behoorlijk Engels toen ik Foxfire maakte, maar voor Retour à Ithaque heb ik een intensieve spoedcursus Spaans moeten volgen. Ik heb harder gezweet dan tijdens mijn studentenjaren, maar ondertussen spreek ik voldoende Spaans om elk gesprek te kunnen volgen en om acteurs uit te leggen wat ik wil en wat ik niet wil. Het kan een handicap zijn als je geen native speaker bent, maar emotionele waarheden zijn universeel. Je voelt wanneer de dictie of de emotie niet juist zit, zelfs al versta je niet alles en weet je niet of de accenten kloppen. Frans, Spaans, Engels of Chinees: in wezen maakt het weinig verschil. CANTET:(knikt) Voor die kortfilm werkte ik samen met Leonardo Padura, en ik vroeg hem of hij niets wilde schrijven over een emigrant die na twintig jaar in Spanje te hebben gewoond terugkeert naar zijn geboorteland Cuba. Dat had mijn bijdrage voor Seven Days in Havana moeten worden, maar we begrepen al snel dat het onmogelijk was om zo'n gelaagd verhaal uit te werken in vijftien minuten film. Uiteindelijk hebben we de twee projecten van elkaar gescheiden. Ik heb een andere kortfilm gemaakt en ik sprak met Leonardo af om een scenario voor een langspeler te schrijven, terwijl ik bezig was aan Foxfire. Op die manier heeft hij bijna twee jaar aan Retour à Ithaque kunnen schrijven en dat zie je, dat voel je. Er zit zoveel compassie en begrip in de dialogen. Het is het verhaal van zijn generatie, van duizenden Cubanen die jong en ambitieus waren in de jaren zestig en zeventig en als student nog geloofden in de revolutie maar het vuur naarmate ze ouder werden langzaam voelden uitdoven. CANTET: Nee. We hebben het scenario moeten voorleggen aan het ministerie van Cultuur omdat we hun toestemming nodig hadden om ter plekke te kunnen filmen en lokale acteurs te casten, maar ze hadden geen noemenswaardige bezwaren. Daaraan merk je dat Cuba echt wel een andere richting uit wil, en dat zelfs het regime meer openheid wil. Ze hebben ook geen andere keuze. Het politieke isolement en de Amerikaanse boycot wegen zwaar op de bevolking en door de globalisatie kun je het kapitalisme onmogelijk buiten houden. Cuba leeft van de westerse toeristen. En de Cubanen zien dat die een levensstandaard hebben die stukken hoger ligt dan de hunne. Alleen wil het regime voorkomen dat er een kapitalistische wildgroei komt, een klassenmaatschappij ontstaat en dat alle verworvenheden van de revolutie - gratis onderwijs, gratis ziekenzorg en noem maar op - met het badwater worden weggegooid. CANTET: De meeste Cubanen, die goed opgeleid zijn en echt wel weten wat er in de wereld te koop is, beseffen dat ze in een dubbelzinnige situatie zitten. Men is trots op het feit dat Cuba een sociale modelstaat is gebleven ondanks alle tegenkanting van buitenaf. En men blijft de socialistische grondbeginselen toegedaan. Maar tegelijk beseft men dat de druk niet langer houdbaar is, dat op mensenrechten geen prijs staat en dat Fidel Castro er straks niet meer zal zijn. Binnen een paar jaar zal het land hoe dan ook een metamorfose ondergaan en dat brengt voorlopig meer angst en verwarring dan hoop mee. Je ziet dat Castro's opvolgers volop bezig zijn met de derde weg voor te bereiden, maar langs waar die precies moet lopen, weet niemand. CANTET: Ik ben geen communist. Ik ben links en heb dat nooit onder stoelen of banken gestoken. Niet in mijn privéleven en niet in mijn films. Maar dat wil niet zeggen dat ik blind ben voor de manco's van het Castro-regime. Dissidenten opsluiten is niet oké. Niet in Cuba. Niet in Frankrijk. Nergens. Mijn laatste drie films - Entre les murs, Foxfire en Retour à Ithaque - gaan over de vraag of idealisme nog wel te redden valt in een wereld die steeds egocentrischer en materialistischer wordt. En ik ben niet hoopvol gestemd. Ik probeer tegen het cynisme te vechten, daarom maak ik films, maar ik ben niet meer die jonge wereldverbeteraar die gelooft dat je een moraal kunt kweken door barricades op te werpen. Daarvoor zit de maatschappij te complex ineen. Ik ben hooguit nog een luis in de kapitalistische pels, maar die rol bevalt me best. (lacht)RETOUR À ITHAQUE Vanaf 3/12 in de bioscoop. DOOR DAVE MESTDACHLaurent Cantet 'VALT IDEALISME NOG WEL TE REDDEN IN EEN WERELD DIE STEEDS EGOCENTRISCHER EN MATERIALISTISCHER WORDT? IK BEN NIET HOOPVOL GESTEMD.'