Donkere bariton, ruwe charme, macho karakterkop: Clive Owen (42) is geen filmster die het scherm doet oplichten, maar één die het doek verduistert. Hij is ook de nachtmerrie van menige interviewer, die hij met non-antwoorden als 'maybe', 'who knows' en 'not really' wel eens vakkundig op hun honger naar straffe quotes en scherpe analyses laat zitten. Maar naar aanleiding van Children of Men toont de flegmatieke Engelsman - een onweerstaanbare mix van gentleman en hooligan, en lange tijd getipt als de nieuwe James Bond - zich van zijn spraakzaamste kant.
...

Donkere bariton, ruwe charme, macho karakterkop: Clive Owen (42) is geen filmster die het scherm doet oplichten, maar één die het doek verduistert. Hij is ook de nachtmerrie van menige interviewer, die hij met non-antwoorden als 'maybe', 'who knows' en 'not really' wel eens vakkundig op hun honger naar straffe quotes en scherpe analyses laat zitten. Maar naar aanleiding van Children of Men toont de flegmatieke Engelsman - een onweerstaanbare mix van gentleman en hooligan, en lange tijd getipt als de nieuwe James Bond - zich van zijn spraakzaamste kant. Over zijn nieuwste film - een adaptatie van P.D. James' sciencefictionroman - valt dan ook véél te vertellen. Over de hete politieke hangijzers die op de achtergrond passeren (terreur, immigratie, milieurampen, fascisme). Over de bedwelmende vérité-stijl waarmee rasfilmer Alfonso Cuarón (bekend van o.m. Y tu mamá también en Harry Potter and the Prisoner of Azkaban) de kijker in een grimmige toekomst dropt. En over het ingenieuze verhaal natuurlijk. Dat speelt zich af in 2027, in een ontmenselijkte, letterlijk steriele en dus kinderloze samenleving waarin Owen zich als uitgebluste Jan Modaal tegen wil en dank moet ontfermen over de enige zwangere vrouw op aarde. Op wie zowel de fascistoïde regering als opportunische rebellen jacht maken. 'Dit is een van die unieke films die écht alles hebben', zegt Owen - het marineblauwe Armani-pak perfect op zijn stoere bast gesneden, het hemdje nonchalant opengeknoopt en het stoppelbaardje netjes afgetrimd - trots wanneer we hem in Parijs ontmoeten. 'Hij is spannend en ontroerend, ziet er fantastisch uit en zet je aan het denken over allerlei actuele thema's. Een film voor het hart, de hersenen én de adrenalinespiegel kortom. Wat kun je als acteur nog meer willen?'Clive Owen: Dat was ook de bedoeling. Theo is triestig, gekwetst en opportunistisch. Hij heeft zijn idealen allang opgegeven en wil zo anoniem mogelijk door het leven gaan. Hoogst ongebruikelijke kenmerken voor het hoofdpersonage van een sciencefictionfilm. En voor een acteur is het ook niet simpel om die leegte in te vullen. Je moet jezelf zo grijs mogelijk maken, terwijl je toch voldoende energie moet uitstralen om het verhaal te dragen en de kijker betrokken te houden. Een lastige en soms heel frustrerende evenwichtsoefening. Naar het einde toe bloeit Theo eindelijk een beetje open en wordt hij gedwongen beslissingen te nemen en assertiever te worden, maar zelfs dan draagt hij nog steeds die sjofele regenjas, is hij als de dood voor geweld en geweren en loopt hij op teenslippers rond, for God's sake. Owen: Dat stond niet in het boek, het was gewoon een ideetje van Alfonso. Omdat een échte actieheld nu eenmaal nooit op teenslippers rondloopt en om nog maar eens te onderstrepen dat Theo helemaal geen actieheld is. Sterker: als hij kon, zou hij waarschijnlijk gewoon wegrennen uit de film. (lacht)Owen: Het behoort zeker tot de mogelijkheden. Het is in feite een uitvergroting van de politieke, sociale en ecologische problemen van vandaag. Niks ervan is volledig uit de lucht gegrepen. Het meest vergezochte is misschien nog dat volledig onvruchtbare mensenras, maar zelfs daar begint de wetenschap al voor te waarschuwen. De film mag zich dan in de toekomst afspelen, hij gaat wel degelijk over de wereld van vandaag. Owen: Ik heb mijn haar nog groen geverfd, maar dat had meer met mijn bewondering voor David Bowie dan met politiek engagement te maken. (lacht) Nee dus. Ik heb vrienden die erg milieubewust zijn en als toneelstudent kende ik enkele krakers, maar mijn generatie is toch veel minder geëngageerd dan die van Michael Caine (die in de film een idealistische oude hippie vertolkt die Owen helpt te ontsnappen, nvdr.) bijvoorbeeld. Ik ben een kind van de jaren 80, de generatie die opgroeide onder Margaret Thatcher en Ronald Reagan en veel materialistischer en egocentrischer is ingesteld. Het is een generatie die opgroeide met de tv en de eerste die écht onderworpen werd aan de manipulatieve, propagandistische kracht van dat medium. Dat thema steekt ook in deze film. De meeste personages zijn twintigers en dertigers die alles al gezien en gehoord hebben op tv maar zelf bijna niks meegemaakt hebben, waaruit een verpletterend gevoel van lethargie en moedeloosheid voortvloeit. Owen: Ik hoop van niet. Als ik de jongelui nu weer massaal op straat zie komen om te protesteren tegen de oorlog in Irak, of die antiglobalisten, stemt dat me hoopvol. Hoe slecht het ook gaat in de wereld, het geloof in menselijke waarden en solidariteit is blijkbaar niet zo gemakkelijk stuk te krijgen. Ik ben dus zeker geen doemdenker. De mensheid kan ongetwijfeld nog een tijdje mee, maar het is ondertussen wel onze plicht tegenover onze kinderen - ik heb er zelf twee - om de problemen ernstig te nemen en vandaag te werken aan de wereld van morgen. Owen:(grinnikt) Dat misschien niet, maar ik doe wel mijn best om mijn steentje bij te dragen. Wat ik weggeef aan wie: dat zijn mijn zaken. Owen: Dat vind ik niet. Niet als hij ernstige thema's op zo'n intelligente manier en met zoveel verve aanpakt. De film toont dat er nog mensen zijn die wakker liggen van de problemen en een ruk geven om het lot van de mensheid. Onder de donkere façade schuilt een warme, optimistische ziel. Daarom ben ik ervan overtuigd dat de film het heel goed zal doen. We krijgen alvast laaiende kritieken en in Londen staat hij in zijn eerste week al meteen op nummer één. Blijkbaar hadden de mensen nood aan een lekker deprimerend avondje uit. (lacht)Owen: Het kan alleszins geen kwaad, en ik merk dat er serieuze debatten over op gang komen. Meestal moet ik tijdens interviews antwoorden op drie vragen: hoe mijn tegenspeelster was om mee te werken, of ik mezelf zie als een sekssymbool en of ik mijn stunts zelf doe. Dit keer gaat het over religie, terrorisme, vluchtelingen en milieurampen. De inhoud laat de vragenstellers dus niet koud. Owen:(lacht) Mensen hebben ook ontspanning nodig. Escapistisch vertier kan even waardevol zijn als ernstig drama, al hoop ik vooral mee te spelen in films die zowel entertainend als intelligent zijn. In Children of Men is het trouwens ook niet al somberheid wat de klok slaat, er zitten heel wat grappige toetsen in. Zelfs enkele Marx Brothersachtige scènes, zoals die waarin Julianne Moore en ik dat pingpongballetje over en weer spuwen in mekaars mond bijvoorbeeld. Da's geen trucage hoor, maar het resultaat van dagenlang keihard oefenen. Alweer een stunt die ik zelf gedaan heb. (lacht)Owen: Nee. Toen ik Alfonso voor het eerst ontmoette, overrompelde hij me met ideeën over wat de film moest worden, maar ik kon me er maar geen concrete voorstelling van maken. Tot hij me de dvd van La Battaglia di Algeri gaf (meesterlijk en invloedrijk docudrama uit 1966 van Gillo Pontecorvo over de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd, nvdr). Plots begreep ik wat hij bedoelde met zijn 'low-tech science fiction' en zijn 'ultrarealistisch toekomstvisioen'. Ik heb nog nooit iets op film gezien dat zo écht aanvoelt. Ik zit hier natuurlijk om Children of Men te promoten, maar als je kunt, moet je zeker ook La Battaglia di Algeri in huis halen. Owen: Die heeft iedereen toch allang, zeker? (grinnikt)Owen: Het blijft een erkenning van je werk, en het betekende mijn doorbraak in Amerika. Ik had toen wel al King Arthur en The Bourne Identity gemaakt, maar ik had nog géén ernstige, dramatische rol vertolkt in een Amerikaanse film. Dat ik in Engeland al een theaterprijs had gewonnen voor Closer en ook al in stukken van Pinter en Shakespeare had gestaan, zei het Amerikaanse bioscooppubliek en de Academy natuurlijk niks, dus was ik zo fier als een gieter dat ze me in die film ook wisten te waarderen naast grote namen als Julia Roberts, Jude Law en Natalie Portman. Closer blijft een hoogtepunt uit mijn carrière. Owen: Dat moet je de producenten vragen. Ik sta al bijna twintig jaar in het vak, maar in het begin deed ik bijna uitsluitend theater en daarna televisie. Als filmacteur ben ik heel gestaag gegroeid en achteraf bekeken ben ik daar ook heel blij mee. Ik heb in alle rust de stiel kunnen leren, zonder voortdurend in de spotlights te lopen of in de tabloids op te duiken. Een natuurtalent als Jude Law, die op zijn twintigste al Hollywood aan zijn voeten had, was ik gelukkig niet. Owen: Nee. Ik ben er zeker van dat Daniel Craig een geweldige Bond zal zijn. En nu mijn carrière fantastisch loopt en ik goeie en diverse rollen aangeboden krijg, had ik twijfels over een iconische rol als James Bond. Die weegt toch op je verdere loopbaan en maakt het moeilijk om als acteur in andere rollen nog au sérieux te worden genomen. Kijk naar Roger Moore of Timothy Dalton. Het is natuurlijk een enorme boost voor je ego als mensen je een geschikte James Bond noemen, maar er is meer in het leven dan roem, geld, sexy vrouwen, Martini's en Aston Martins. (lacht)Owen: Dank je. Heel mijn carrière was als vanzelfsprekend gericht op die ene prijs. Only downhill from here, mate. Owen: Dat wel, maar die ziet me thuis ook in teenslippers, dus ze is niet zo gauw meer onder de indruk. (lacht) Door Dave Mestdach