FILMS: ** TOT *** EXTRA'S: ** TOT ***
...

FILMS: ** TOT *** EXTRA'S: ** TOT *** FOCUSTRAKTEERT WIN 3 CLAUDE CHABROL-bOXEN. Zie pagina 6Films. Sinds 1958 heeft Claude Chabrol zevenenzestig films, televisieproducties en sketches op zijn naam staan. Zijn oeuvre balanceert tussen middelmatigheid en genialiteit. Hij begon zijn carrière aan de zijde van François Truffaut en Jacques Rivette als medewerker van het tijdschrift Cahiers du Cinéma. We schrijven 1953. Terwijl Truffaut zich in hevige polemieken stortte en Rivette zijn erudiete kant etaleerde, sprak Chabrol in zijn kritieken het culinaire aspect aan. Geen onbelangrijk detail, want de immer pijprokende Claude Chabrol zal zijn liefde voor de keuken in verschillende films aanspreken. Chabrol verdedigde samen met zijn collega's de Amerikaanse cinema, stond mee aan de wieg van de fameuze politique des auteurs, maar uiteindelijk was het zijn fascinatie voor Alfred Hitchcock die een stempel zou drukken op zijn latere filmwerk. Le beau Serge (1958) en Les cousins (1959) liggen nog volledig in de lijn van de nouvelle vague. Begin jaren zestig stort Chabrol zich dan op het commerciële (politie)genre, en hij kent een derde, volwassener periode vanaf 1969 met films als La femme infidèle, Que la bête meure en Le boucher. Hoewel Chabrol samen met Jean-Luc Godard, Truffaut, Eric Rohmer en Rivette eind jaren vijftig een frisse wind door de Franse cinema joeg, is hij nooit een echte beeldenstormer geweest. Bij Chabrol draait het doorgaans om - we citeren de meester zelf - 'simpele feiten' en 'simpele mensen'. Dat vertaalt zich formeel naar een bedrieglijk 'simpele' en 'eenvoudige' vertelstijl. Een ander stokpaardje van Chabrol is het bourgeoismilieu. Hij is gebiologeerd door de perversie van de macht en het geld. Bij Chabrol spelen de machtsspelletjes zich af binnen de gegoede burgerij of het 'gewone' gezin. Elke mooie façade herbergt corruptie, moord, bedrog, hebzucht en jaloezie. Voornoemde kenmerken houden ook de dramatische motor draaiende in de vijf titels die opgenomen werden in deze box. De enige andere link tussen de vijf prenten is de hoofdactrice Isabelle Huppert. Huppert is keer op keer geweldig als ze de geraffineerde bitch mag incarneren. Haar rol in Merci pour le chocolat had haar drie Césars moeten opleveren. Ze vertolkt met zwier de wandelende perversie, gulzig en met zichtbaar genoegen vereeuwigd door Chabrols fijne beeldregie. Maar ook in haar vertolking van Marie 'de aborteuse' Latour in Une affaire de femmes etaleert Huppert haar veelzijdigheid. Verhalen waar misdaad en seks hand in hand gaan, halen steeds het beste uit Chabrol. Madame Bovary is de minst beklijvende titel. Chabrol verklaart in zijn filmles dat hij Flaubert geen geweld wou aandoen, maar hij bleef te trouw aan het origineel zodat Madame Bovary noch Flaubert, noch Chabrol is geworden, maar iets dat tussenin zweeft. Extra's. La cérémonie en Merci pour le chocolat krijgen elk een 'making of' mee. De hoofdacteurs, regisseur, scenarist en producent verklaren hun intenties en we zien Chabrol aan het werk tijdens regieaanwijzingen en het uitzoeken van een camerastandpunt. Niet oninteressant, maar de filmlessen op de andere drie discs spraken ons meer aan. Chabrol becommentarieert op de montagetafel telkens de belangrijkste scènes. Hij verklaart waarom hij die cadrage, dat camerastandpunt of dat bepaald decor koos en legt uit waarom hij zo graag met vrouwen werkt: honderd procent Chabrol! Piet Goethals