Films: **** Extra's: ***
...

Films: **** Extra's: *** Aanvankelijk had Roman Polanski er geen zin in. Na de afschuwelijke moord door de Mansonbende op zijn levensgezellin Sharon Tate was hij uitgeweken naar Europa; hij gruwde bij de gedachte om voor de opnames van een film terug te keren naar Los Angeles, waar iedere straathoek hem aan de tragedie herinnerde. Toen steracteur Jack Nicholson en studiobaas Robert Evans hem toch konden overreden, ging hij in de clinch met scenarist Robert Towne, die een veel te ingewikkelde plot had geschreven en zijn script de titel Chinatown had gegeven, ondanks het feit dat er oosterse locaties noch karakters in voorkwamen. Acht weken lang werkten Polanski en Towne aan een vereenvoudigde versie, zonder het eens te worden over het einde van dit Raymond Chandlerachtig detectiveverhaal met als achtergrond de groei van Los Angeles en het geknoei met de watervoorraad in een stad aan de woestijn. Towne wilde dat Evelyn (de femme fatale die het tragische slachtoffer blijkt te zijn) haar incestueuze vader doodschoot. Voor Polanski diende Evelyn te sterven (' beautiful blondes die in Los Angeles. Sharon had', zei Towne) en het kwaad te triomferen. Hij schreef zijn versie de dag voor de opname van de onthutsende finale die Jack Nicholson terugbrengt naar Chinatown, waardoor de plek die voornamelijk een geestesgesteltenis is, dan toch even een echte locatie wordt. Nog meer sores tijdens de opname: Polanski koos als cameraman de veteraan Stanley Cortez, maar die bleek zo ontzettend traag dat de regisseur hem na tien dagen de laan uitstuurde en John Alonzo het van hem overnam. Polanski kreeg het ook op zijn heupen van Faye Dunaway, die het werk vertraagde door voortdurend te zaniken over de motivaties van haar neurotische personage (' Say the fucking words. Your salary is your motivation!', tierde Polanski). En nadat de kapster vergeefs geprobeerd had een hinderlijke lok plat te strijken, trok de ongeduldige Polanski een paar haartjes uit Dunaways hoofd, die hierop in een Franse colère ontstak. Hoewel Polanski beste maatjes was met Jack Nicholson, kregen ook die twee hevig ruzie toen de acteur voor een cruciale scène geen overuren wilde kloppen omdat hij dan een belangrijke baseballwedstrijd zou missen. Waarop Polanski zijn televisietoestel aan diggelen sloeg. Ook tijdens de postproductie liep het mis: Polanski had een jonge componist in de arm genomen, Philip Lambro, maar zijn score bleek een zware teleurstelling. In negen dagen schreef Jerry Goldsmith een nieuwe score, overheerst door een melancholische trompetsolo. 'We waren zeker niet aan het proberen om een klassieker te maken', zegt Jack Nicholson met het nodige understatement in de voorbeeldige retrospectieve making of, waarin bovenvermelde productieperikelen uitvoerig worden uitgelicht. Wat het genot bij het (her)bekijken van Chinatown alleen maar groter maakt. Patrick Duynslaegher