MONIKA VAN PAEMEL
...

MONIKA VAN PAEMEL J.M. MEULENHOFF, 554 BLZ., a 22,50 'Housekeeping' en 'Gilead', allebei bij Farrar, Straus and GirouxCelestien is het eerste deel van Monika van Paemels epos De gebenedijde moeders, het spiegelbeeld van De vermaledijde vaders (1985). De nieuweling vertelt het levensverhaal van een veertienjarig meisje dat na de Grote Oorlog voor het leven in dienst treedt bij de gegoede familie Van Puynbroeckx. Ze kookt, poetst, wast en zorgt als schaduwmoeder voor de kinderen en kleinkinderen van het gezin. Een welbesteed leven in de marge van de geschiedenis, want Van Paemel ziet het zeer groots. Zij wil niet alleen een liefdevol portret maken van een sterke vrouw die zich het leven niet laat ontnemen, ondanks de onvoorwaardelijke dienstbaarheid; tegelijk wil ze in het huishouden van de Van Puynbroeckxen het Vlaanderen van de twintigste eeuw weerspiegelen, moet het een epos worden over moeders en moederliefde, over de vraag of het belangrijker is te beminnen dan bemind te worden, en wil ze een eerbetoon schrijven aan de aardsheid van het bestaan. Een ambitie waar van Paemel, niet geheel tot haar schande, niet in slaagt. Celestien roept de sfeer op van The Remains of the Day, een wel zeer frustrerende gedachte, maar doet nog het meeste denken aan De vermaledijde vaders. Zowel de personages als de aangesneden thema's en de gebruikte stijl doen vermoeden dat barones van Paemel de voorbije twintig jaar het huis in Poesele niet is buitengekomen en dat wat frisse lucht haar alleen maar goed had kunnen doen. Het is nog steeds zakendoen in een salon, zware arbeid in de keuken en onvoorwaardelijke toewijding. Dat alles wordt gebracht in een toepasselijk statige, barokke, en maniakaal overwogen taal waarvan de Vlaming zal menen dat hij die wel goed moét vinden, en die het exotische beeld over Vlaanderen bij de buitenlander alleen maar zal verstevigen. Celestien is door zijn gefaalde ambitie echter geen monumentaal, maar een lijvig en saai stukje Vlaanderen uit het begin van de twintigste eeuw, dat enkel enig respect verdient om de geïnvesteerde arbeid en ambitie. Anders hadden we het al veel sneller geeuwend naast ons neergelegd. Een criticus schreef dat 'Housekeeping' las alsof je er je hele leven in hebt verwerkt. Je werk doet inderdaad een trage compositie vermoeden. Is dat zo?Iets waar ik bij het schrijven, of bij de intentie om te schrijven, altijd van heb gehouden, is dat het je zeer contemplatief maakt. Ik overdenk bepaalde zaken inderdaad zeer lang, enkel met de hoop dat ik ze op een bepaald moment zal vatten. Ik heb beide romans redelijk snel geschreven, maar had daarvoor wel veel gelezen, gekeken, gedagdroomd en gespeculeerd, enkel omdat het zo leuk is. Een personage merkt op, 'Writing has always felt to me like praying.'Is dat ook uw ervaring? Hebt u een schrijfritueel?Schrijven is inderdaad zoals bidden. Om ze authentiek te laten zijn, moeten stijl en waarheid bij allebei de gedachten disciplineren. Als ik aan iets werk, werk ik er, in de mate van het mogelijke, constant aan. Ik ken lange periodes waarin ik veel lees en zelfs niet probeer te schrijven. Die periodes zijn noodzakelijk om te herstellen en me opnieuw op te laden. Hans Comijn