David Lynch, Jeremy P. Tarcher/Penguin, 177 blz., euro19,95
...

David Lynch, Jeremy P. Tarcher/Penguin, 177 blz., euro19,95 Wie op zoek is naar sleutels voor de vaak cryptische, abstracte en surrealistische beelden uit David Lynch' films, kan zich de moeite besparen. Hij zal niet wijzer worden van dit boekje, ook al wordt het verkocht als 'een zeldzame kijk in zijn werkmethoden als artiest, zijn persoonlijke werkstijl en de immense creatieve voordelen die hij ervaren heeft door het beoefenen van meditatie.'Lynch is al sinds Eraserhead een trouwe aanhanger van transcendente meditatie, een techniek van de hindoes die in de jaren 60 ook in het Westen populair werd. De reden waarom Lynch daar nu pas publiek over spreekt, is dat hij 'zich bewust geworden is van de positieve invloed die deze meditatie op gestresseerde kinderen kan hebben'. Dat het hem menens is, mag blijken uit zijn stichting voor 'Consciousness-Based Education and World Peace', die fondsen (waaronder de opbrengst van dit boek) inzamelt voor het onderwijs van transcendente meditatie op scholen. Catching the Big Fish, opgedragen aan 'His Holiness Maharishi Maheshi Yogi', bestaat uit een tachtigtal korte en ultrakorte hoofdstukjes - soms staat er niet meer dan een zin en hebben ze meer weg van een haiku of een lukrake anekdote - waarin Lynch uitlegt hoe hij er dankzij meditatie in slaagt zijn bewustzijn te verruimen en als kunstenaar creatiever voor de dag te komen. Het boek, dat ook op cd bestaat met de stem van Lynch, hoort bijgevolg eerder thuis in de afdeling esoterie, filosofie of yogaleer dan onder 'filmliteratuur'. Een lukrake passage: 'Groei in geluk en intuïtie. Ervaar het plezier van doen. En je zult gloeien op deze vreedzame manier. Je vrienden zullen heel, heel gelukkig met je zijn. Iedereen zal naast je willen zitten. En mensen zullen je geld geven!' Bedelaars in de Nieuwstraat kunnen er misschien hun voordeel mee doen, bij de iets nuchterder mens zal dit soort simplistische nonsens vooral ergernis oproepen. Het maakt er dit boek geen minder charmante snuisterij op, waarin Lynch af en toe ook iets persoonlijks lost over zijn leven, films, manier van werken of de mensen met wie hij samengewerkt heeft. De onthullingen over zijn bezoek aan Fellini op zijn ziekbed zijn ontroerend en interessanter dan zijn transcendente gepreek, net als het hoofdstukje waarin hij zijn eerste confrontatie met het Licht in Los Angeles beschrijft, of het plezier dat hij vindt in het kijken naar een rot dierenlichaam of een stuk taart. Maar hou er rekening mee dat een bezoekje aan de Lynchexpo in Parijs (zie p. 76) misschien een betere besteding van uw zakgeld is. Luc Joris