De eerstezin We zullen eens kijken.
...

De eerstezin We zullen eens kijken. Het was ons nooit eerder overkomen, maar nadat we de laatste bladzijde van Christophe Vekemans Carwash hadden omgeslagen, gingen we spontaan over tot het maken van een handstand tegen de muur. Zoveel lol, leut en samenzang hadden we nimmer in een boek aangetroffen en dat werkte op het gemoed. Samenzang, denkt u nu misschien, wat een raar fenomeen in een roman, maar dat is Carwash dan ook niet. Deze zestiende worp van Vekeman is een musical, wat concreet betekent dat de personages van tijd tot tijd alleen of in groep aan het zingen slaan. 'Rot toch op met je romans vol rare schijnproblemen / Trauma's en neuroses en mensen die alsmaar wenen', klinkt het dan uit volle borst, waarna er nog een rondje wordt gegeven in café Het bier en nu. Want daar begint Carwash, met een tapkastdiscussie over literatuur en film, waarbij het geschreven woord afgedaan wordt als het etaleren van een hoop neerslachtig makende zielenroerselen, terwijl het beeld een weergave is van de realiteit. Hetgeen je ziet is immers toch ook werkelijk gefilmd? De discussie had urenlang kunnen doorgaan als niet plots na drie jaar afwezigheid Carwash binnen was gestapt, een held in jeans die zich verplaatst in zijn bestelwagen Turner, die hij halsstarrig een truck noemt, en die barmeid Daisy meteen in katzwijm doet vallen. 'Ik wou dat ik jou was, Carwash', vertrouwt ze hem met zwoele stem toe. 'Weet je waarom? Dan kon ik altijd bij je zijn.' En dus duikt het stel niet veel later tussen de lakens om de ochtend nadien samen met Turner naar Bullet te vertrekken, het stadje waar Carwash een lading jeans moet afleveren. Of is er meer aan de hand? Zitten er onder de broeken en hemden pillen verborgen die de Evil Brotherfuckers moeten genezen van hun kwaadaardige neiging tot het verspreiden van een virus door lichamelijk contact? Of is het nog iets anders? Er worden menige strofen aan gewijd. Vekeman heeft een broertje dood aan voorspelbare literatuur, blijkt nog maar eens uit Carwash, dat bol staat van de clichés, de parodieën en de verwijzingen naar Smokey and the Bandit, The Best Little Whorehouse in Texas en Vekemans favoriete tv-reeks The Dukes of Hazzard. En het werkt. Zozeer zelfs dat je op het einde zin hebt om mee te zingen met de eindtune.