Michael MooreTwintig jaar na zijn eerste guerrilladocumentaire Roger and Me waagt polemist/populist Michael Moore zich opnieuw aan een analyse van De Amerikaanse Droom. Alleen richt hij zijn kritische blik deze keer niet alleen op General Motors en de industriële ruïnes van zijn geboortestad Flint, Michigan maar op het hele kapitalistische systeem.
...

Michael MooreTwintig jaar na zijn eerste guerrilladocumentaire Roger and Me waagt polemist/populist Michael Moore zich opnieuw aan een analyse van De Amerikaanse Droom. Alleen richt hij zijn kritische blik deze keer niet alleen op General Motors en de industriële ruïnes van zijn geboortestad Flint, Michigan maar op het hele kapitalistische systeem. Dat Moore in zijn nieuwe film algauw uitkomt bij de conclusie dat het roofbouw-kapitalisme en de woekerspeculatie de kloven tussen rijk en arm alsmaar dieper doen gapen en miljoenen Joe Sixpacks in de armoede duwen of houden, maakt van hem echter nog geen Nostradamus. Laat staan de postmoderne marxist die hij in het diepst van zijn gedachten nu plots meent te zijn. Tenminste: toch als zijn landgenoten niet meeluisteren. Als vanouds trakteert Captain Mike je op een onderhoudende, met politieke satire doorspekte mix van grote feiten en kleine anekdotes, nieuwsbeelden en interviews, getuigenverslagen en circusacts in Manhattans Financial District. Zo mag een Harvardeconoom een futiele poging wagen om het economische spookbegrip 'derivative' uit te leggen en mag een snotterende familie middenklassers getuigen hoe ze door corporate America en de verzekeringsindustrie schandelijk werden gerold. Ondertussen laat Moore Wall Street verzegelen als 'crime scene' - heb je hem? - en tracht hij net als in Roger and Me nog maar eens de hoofdkantoren van General Motors binnen te geraken. Opnieuw zonder succes trouwens. Veel revolutionairs heeft Moore in deze spoedcursus kapitalisme voor beginners dus niet te melden, laat staan dat zijn timing - Moore begon eraan nog voor de Lehman Brothers bank failliet ging en de financiële crisis losbarstte - visionaire kwaliteiten moet worden toegedicht. Eens te meer staat de maker van gelijkaardige docupamfletten als Bowling for Columbine (2002), Fahrenheit 9/11 (2004) en Sicko (2007) vooral voor de eigen linkse kerk te prediken, al dient gezegd dat zijn film tenminste vaardig en vlot ineensteekt én emo-momenten afwisselt met humor en nuchtere analyses. Bovendien weet Moore ook zijn typische, zelfcastrerende manipulaties deze keer tot een minimum te beperken, met een gênant lange close-up van een huilend weesje als enige, onvergeeflijke faux pas. Eindelijk nog eens een entertainende en relevante love story dus, al wist elk nuchter denkend mens natuurlijk allang dat die bedrijfsgieren voor geen cent, laat staan voor een aandelenportefeuille of een hypotheek-lening, te vertrouwen zijn. Dave Mestdach