'Hollywood? Echt een saaie, smerige, meedogenloze industrie', zegt hoofdpersonage Bobby Dorfman ergens in Café Society (2016), alweer de zesenveertigste Woody Allen. Klinkt andermaal als een stand-in van Allen, die tegelijk Tinseltown in deze komedie over de grillen van de liefde heerlijk romantiseert.

New York, de jaren dertig. Bobby Dorfman (Jesse Eisenberg) is de jongste zoon van een eenvoudige Joodse familie uit de Bronx die ertegen opziet om in de juwelierszaak van zijn vader te werken. De dromer hunkert naar avontuur en denkt dat in Hollywood te vinden, waar zijn oom Phil (Steve Carell) een succesvol agentschap voor filmsterren runt. Bobby krijgt er een baantje en komt terecht in een wereld van gossip en glamour. En ook al is hij onder de indruk van alle luxe en de plaatselijke beau monde, Bobby wordt verliefd op Vonnie (Kristen Stewart), de bescheiden, in Nebraska geboren secretaresse van zijn machtige oom die hem de stad en de huizen van sterren als Spencer Tracy en Joan Crawford heeft getoond. Bobby stelt Vonnie voor om te trouwen en samen naar New York terug te keren. Eén probleempje: Vonnie heeft al een relatie met ene 'Doug', die Bobby beter kent dan hij vermoedt: het blijkt zijn oom Phil te zijn.

Café Society is een vintage Allen-komedie, met hemzelf als off-screenverteller in een film die uiteindelijk toch ook weer persoonlijk is. Zo kun je zowel in de nerveuze, onrijpe Bobby als in de oudere bigshot Phil die voor veel jongere vrouwen valt een surrogaat voor hemzelf zien. (En sinds het uitbreken van de controverses omtrent Allens privéleven worden zijn films nog meer dan vroeger in dat licht bekeken.) Deze dramady geeft daarnaast ook overvloedig blijk van Allens liefde voor de jazz en ruimt ook plaats in voor grappen over religie en de Amerikaans-Joodse cultuur. In het tweede deel van de film verschuift de focus opnieuw naar New York, waar Bobby's gangsterbroer Ben (Corey Stoll) hem inhuurt om de exclusieve nachtclub Les Tropiques te runnen - en waar hij op Veronica (Blake Lively), de nieuwe vrouw van zijn leven, stuit.

Dit is ook de eerste speelfilm waarvoor Allen samenwerkte met Vittorio Storaro. De cameraman van Last Tango in Paris en Apocalypse Now brengt de New Yorkse jetset en de showbizzwereld van Hollywood van die tijd schitterend in beeld. Veel scènes hult hij in een gouden licht dat het retrogevoel nog versterkt.

Allen zelf ziet Café Society als een soort bildungsroman over een jonge gozer die zijn weg in de wereld zoekt. Het succes dat hij oogst, is daarbij eigenlijk maar bijzaak. Waar het de regisseur echt om draait, is het litteken van de gefnuikte liefde.

Vrijdag 11/10, 22.10, Canvas