Cannes, mei 1992. Een securitygorilla die de ingang van de bioscoop van La Semaine de la Critique bewaakt, verhindert op lompe wijze een Amerikaan om voor de tweede keer te gaan kijken naar C'est arrivé près de chez vous. Dat had hij niet moeten doen. De slungelige Amerikaan wil binnen en haalt uit. Dat had hij ook beter gelaten. Vijf collega-gorilla's schieten te hulp en algauw spartelt de slungel op de grond.
...

Cannes, mei 1992. Een securitygorilla die de ingang van de bioscoop van La Semaine de la Critique bewaakt, verhindert op lompe wijze een Amerikaan om voor de tweede keer te gaan kijken naar C'est arrivé près de chez vous. Dat had hij niet moeten doen. De slungelige Amerikaan wil binnen en haalt uit. Dat had hij ook beter gelaten. Vijf collega-gorilla's schieten te hulp en algauw spartelt de slungel op de grond. Dat die Amerikaan Quentin Tarantino is, doet er niet zo toe. Tarantino moet Pulp Fiction nog maken, en is nog relatief onbekend. Maar het nieuws dat er gevochten is om binnen te raken, is wel fantastische publiciteit voor C'est arrivé près de chez vous. Nog meer journalisten zullen daarop de controversiële Belgische zwart-witspeelfilm checken en er niet goed van zijn. In het begin van de film lachen ze smakelijk met de zelfgenoegzame huurmoordenaar die gevolgd wordt door een tv-ploeg en kwistig is met kwinkslagen, aforismen en poëzietjes. Door alleen klein grut te doden blijft hij onder de radar, zo legt hij in de film uit. 'Dood een walvis en je krijgt de groenen, Greenpeace en commandant Cousteau op je dak. Maar decimeer een bank sardienen en ze helpen je bij wijze van spreken om ze in blik te doen.' Het lachen slaat om in walging wanneer de moordenaar een vrouw verkracht terwijl de medeplichtige reportageploeg de echtgenoot onder schot houdt. Het straffe aan C'est arrivé près de chez vous, een sardonische uithaal naar de aberraties van realityprogramma's, is dat de grote golf wansmakelijke realityshows op dat moment nog moet komen. De drie makers parodiëren eigenlijk het al bij al vrij brave RTBF-programma Strip-Tease, dat in die dagen Man bijt hond-gewijs het bonte portret van België schetst - de internationale titel van C'est arrivé près de chez vous zal trouwens Man Bites Dog worden. Cannes gaat door de knieën. De ene journalist na de andere vraagt om tekst en uitleg bij de naargeestige en bikkelharde mockumentary - met drieëndertig doden. De ene distributeur na de andere toont interesse. De makers zijn drie makkers: Rémy Belvaux, André Bonzel en Benoît Poelvoorde. Ze geloven niet wat hen overkomt en duiken het nachtleven in. Tenslotte waren ze aan de film begonnen om zich te amuseren. Deze Belgische Texas Chainsaw Massacre is ontkiemd aan de Brusselse filmschool Insas. Rémy Belvaux wil er als eindwerk sciencefiction maken, maar stuit op een njet van de school. Boos besluit hij zijn kortzichtige proffen lik op stuk te geven met een langspeelfilm. Daar is zo goed als geen geld en geen tijd meer voor, maar met de hulp van zijn jeugdvriend Benoît Poelvoorde moet het lukken. De derde partner wordt een verdwaalde Fransman die uitstekend met de camera overweg kan: André Bonzel. Dat de drie jonge wolven overlopen van de goesting is ook meegenomen. En passant steken ze nog een stevige middenvinger op naar het academisme van de Belgische film: waarom tien jaar braaf en geduldig in de filmhiërarchie proberen op te klimmen in de hoop ooit een film te kunnen draaien als je vandaag nog een camera in de koffer van de auto kunt pleuren? Ideeën zijn er alvast genoeg. Het idee om een aflevering van Strip-Tease te parodiëren komt van Belvaux. Hij neemt ook het gros van de regie en het scenario voor zijn rekening en speelt Rémy, de sensatiebeluste tv-regisseur. Bonzel ontfermt zich voornamelijk over camera en licht. Poelvoorde stort zich op het hoofdpersonage en verzint heel wat van de hilarische monologen. Een distributeur hebben de doe-het-zelvers nog niet wanneer ze de trein naar Cannes nemen met de spoelen onder de arm. Ze zijn al lang blij dat Franse Gemeenschap hen wat geld heeft toegestopt om hun 16mm-film op te blazen naar het minder amateuristische 35mm-formaat. De avond voor de eerste vertoningen kleven ze eigenhandig hun zelfgemaakte affiches op de bomen. Hun plan om er een groot feest van te maken slaagt wonderwel. Maar na de euforie volgt een ferme kater. Tussen twee feesten door hun handtekening plaatsen onder zowat elk papier dat hen voorgelegd wordt, blijkt een bar slecht idee. De rechten op hun film heroveren op een weinig scrupuleus filmbedrijf zal een strijd van een jaar of zeven worden. Waarna ze ruziën over wie de ware auteur van de film is. Belvauxs aandeel is het grootst, maar op de aftiteling delen ze de regiecredit met z'n drieën. Geen van hen zal ooit nog een speelfilm regisseren. Het gebeurde maar één keer, maar wel een oneerbiedige, woeste, onvergetelijke keer. VOLGENDE WEEK: THE ROCKY HORROR PICTURE SHOWDOOR NIELS RUËLL